Milton model - Indirecte Ontlokkingspatronen

INDIRECTE ONTLOKKINGSPATRONEN 

1.Ingesloten opdrachten:
een vorm van indirecte suggestie die binnenin een zin een boodschap bevat in de vorm van een opdracht. Het maakt een verbinding met de persoon op het onbewuste niveau en vermijdt op deze manier eventuele weerstand. Voorbeeld: “

Je kunt beginnen met je te ontspannen” heeft een krachtiger impact dan een directe opdracht zoals “ontspan!”

2. Analoge markering:
een non-verbale manier om sommige gedeeltes van de taalkundige communicatie te onderscheiden in aparte eenheden, door sommige woorden te benadrukken door een verandering in volume, toonhoogte, tempo, gebruik van gebaren enzovoort. Voorbeeld: “ ik heb ooit eens een man gekend die heel goed wist hoe hij zich goed kon voelen over…”. De ander hoeft de markering niet bewust op te merken. In veel gevallen zal de respons sterker zijn wanneer de markering niet bewust en wel onbewust wordt waargenomen.

3. Ingesloten vraag:
een vraag die verborgen zit in een verklaring. Je kunt dit gebruiken om op een zachte, vriendelijke manier informatie te verzamelen. De structuur: een bewustzijnspredicaat met een vraag daarachter. Voorbeeld: “

ik ben benieuwd naar wat jij echt voor jezelf wenst.” Een andere nuttige manier om deze techniek te gebruiken, is om de ander naar een antwoord te brengen dat niet uitgesproken moet worden. De structuur: een bewustzijnspredicaat met daarachter een veronderstelling van een opdracht. Voorbeeld: “ik vraag me af of jij weet hoe snel je zult ontspannen”.


4. Negatieve opdrachten
:
een vorm van een ingesloten opdracht. Door woorden als Niet of Geen, maak je een opdracht negatief. Voorbeeld: “het is niet aan te raden om plezier te hebben bij het oefenen van deze patronen”.

5. Gesprekspostulaten
:
ook wel een retorische vraag genoemd. Een Ja/Nee vraag die een reactie oproept in plaats van een letterlijk antwoord. Voorbeeld: “kun je me het zout doorgeven?” of “kun je naar me luisteren?”. Om een gesprekspostulaat te maken, is het zinvol om eerst de gewenste respons te bepalen. Bijvoorbeeld: je wil dat de ander de deur dicht doet. De tweede stap is het identificeren van in ieder geval één iets wat de respons veronderstelt. In dit geval veronderstelt de respons dat a) de persoon in staat is om de deur dicht te doen en b) de deur nu open is. De derde stap is het wijzigen van één van de veronderstellingen in een ja/nee vraag. Resultaat: “Kun jij de deur dicht doen?” of “Is de deur open?”. Nu heb je een vraag die je een specifieke respons oplevert zonder het direct te vragen.

6. Dubbelzinnigheid
:
er is sprake van dubbelzinnigheid of ambiguïteit wanneer een woord of zin meer dan één mogelijke betekenis heeft.

- Fonetische dubbelzinnigheid: rijk/reik, nauw/nou, zei/zij, eis/ijs

- Syntactische dubbelzinnigheid: wanneer de syntactische functie van een woord niet onmiddellijk kan worden vastgesteld uit de onmiddellijke context. Voorbeeld: “het hypnotiseren van hypnotiseurs kan gewaagd zijn.”

- Betrekkingsdubbelzinnigheid: wanneer uit de linguïstische context niet kan worden vastgesteld hoeveel aan de zin wordt bijgedragen door een ander deel van de zin. Voorbeeld: “de oude mannen en vrouwen”, “de storende geluiden en gedachten”.

- Interpunctiedubbelzinnigheid: “wanneer je veel verdient, word je…..reik mij het glas even aan”, “ik vind het fijn hoor al die gloedvolle betogen”.


Melding: cookies

Wij en derden, die zich (deels) buiten de EU bevinden, maken gebruik van cookies, om de effectiviteit van advertenties te registreren en te optimaliseren, om onze website te verbeteren, om de website naar behoren te laten werken, om gepersonaliseerde advertenties te tonen op onze websites, en om het verkeer op de website te analyseren. Door op akkoord te klikken, geef je toestemming voor het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen Cookies accepteren