NLP IS EEN VERZAMELING VAN MENTALE TECHNIEKEN.

Het gebeurt nogal eens dat mensen, inclusief NLP trainers, zich in allerlei bochten wringen en moeilijke woorden gaan gebruiken om uit te leggen wat NLP is. Dit terwijl het eenvoudig is. NLP is een verzameling van mentale technieken die je enerzijds gebruikt om problemen vanuit het verleden op te lossen en anderzijds je doelen in de toekomst beter te bereiken.

Ik weet nog wel de tijd dat ik klein was en weer eens doodnerveus was voor een spreekbeurt. Tot mijn moeder mij vertelde: “weet je wat je moet doen als je voor de klas staat? Doe maar net alsof alle kindertjes inclusief de meester allemaal naakt zijn!” Op dat moment hielp mij dat heel goed om die presentaties te geven. Ik lachen natuurlijk, giechelen! Ik was ontspannen en het ging veel makkelijker. 

Een hele eenvoudige mentale techniek om zo als klein ventje voor die klas te gaan staan! Want als je dat echt doet, dan is het lachen, gieren, brullen! En sinds de jaren 70, 1975, dat NLP is ontstaan, zijn er een groot aantal mentale technieken ontstaan. Om onder andere te werken aan je zelfvertrouwen, betere presentaties te geven of af te komen van je angsten. Een verzameling van mentale technieken. En er zijn ook andere definities die ik je mee geef om uit te leggen wat NLP is.

NLP IS EEN MANIER VAN DENKEN
NLP is ook vooral een manier van leven. Zelf bepalen hoe je je voelt, denkt en doet. Voorin de bus gaan zitten van je eigen leven. De vrijheid hebben om jezelf te zijn. Om je zelfverzekerd te voelen in situaties waarin je voorheen angstig, boos of onzeker was. 

Om authentiek te zijn en je te gedragen naar je volle potentieel. Goed voor jezelf en anderen. Energiek en passievol. Innerlijke rust en balans te ervaren. Vrijheid en liefde en deze kunnen delen met anderen.

WAT LEER JE IN EEN NLP OPLEIDING?

  • Rapport: maken en behouden van snel en diep contact en betrokkenheid
  • Synchronisatie van verbale en non-verbale communicatie: match, mismatch, bactrack, sort by self, sort by other
  • Representatiesystemen herkennen bij anderen en bewust inzetten: visueel, auditief, kinesthetisch, olfactorisch, gustatief
  • Oogbewegingen: herken interne processen bij anderen d.m.v. oogbewegingen
  • Predikaten: ontdekken en herkennen van taalpatronen bij jezelf en anderen
  • Observeren en kalibreren: ontwikkelen van een zeer scherp observatievermogen
  • Gedachten en emoties: herken en speel in op gedachten en emoties bij anderen
  • Neutraliseren van ongewenste emoties zoals woede, angst, verdriet, onrust.
  • Metamodel: het zuiveren, preciseren van je taalgebruik zoals: generalisaties, distorties, etc. Het stellen van de juiste vragen op de juiste momenten.
  • Milton model: hypnotisch taalgebruik. Gebruik taal om anderen (positief) te beïnvloeden
  • Interne communicatie: ontdekken en veranderen van je interne communicatie
  • Submodaliteiten: jouw interne werkelijkheid bepaalt in grote mate je gedrag, gedachten en gevoelens
  • Fysiologie van de vermogende staat
  • Associatie-dissocatie
  • Vooronderstellingen
  • Zelfankering
  • Chunking
  • Herkaderen: veranderen van de betekenis van een ervaring
  • 6 stapsherkadering: Het opheffen van automatismen, slechte gewoonten, steeds weerkerend onnuttig gedrag
  • Ruimtelijke herkadering
  • Verbale herkadering
  • Hulpbronnen: een gewenste emotie zoals zelfvertrouwen, zelfrespect of kracht leren oproepen op elk moment wanneer jij wilt.
  • Automatische ongewenste emoties neutraliseren, oude ankers neutraliseren .
  • Chaining: een nieuwe automatische ketting van nuttige emoties opbouwen.
  • Change personal history: je persoonlijke geschiedenis veranderen.
  • Een hulpbron, vermogende stemming van één context overbrengen naar een andere context.
  • Werken met deelpersoonlijkheden: tegenstrijdigheden opsporen in jezelf en in harmonie brengen.
  • Diverse strategieen
  • TOTE model
  • Oplossen van interne conflicten: oproepen van tegenstrijdige delen of polariteiten van één deel, onderhandelen in een ruimtelijke herkadering.
  • Integreren van de delen.
  • Chunken: de organisatie van een geheel in onderdelen, kleinere delen, evenwaardige delen, het groter geheel.
  • Waarnemingsposities: ik, de andere, een neutrale getuige, voor het verzamelen van meer info rmatie en het oplossen van conflicten
  • Allergie-proces: herprogrammeren van het immuunsysteem bij enkelvoudige allergieën: voedsel, dieren, pollen
  • Fobieën techniek: de snelle, korte versie voor specifieke fobieën: kleine ruimtes, spinnen, vogels e.d.
  • Trauma techniek: oplossen van diepgaande trauma’s
  • Opsporen van denkstrategieën: decoderen van de innerlijke die we volgen, die ons belet een resultaat te bereiken, of juist toelaten succes te hebben.
  • Swish en future pacing: gewenst gedrag creëren voor moeilijke, angstige of stressvolle situaties
  • De 6 logische niveaus: voor het scheppen van persoonlijke congruentie, waarbij hoofd en hart en alle delen van jezelf in dezelfde richting werken.
  • Outcome model: duidelijk en zeker je doel bereiken
  • Werken met tijdlijnen
  • Werken met mentoren
  • Beperkende overtuigingen wegnemen en krachtgevende overtuigingen plaatsen
  • Waarden-elicitatie

En NLP is veel meer dan dat… Leer alles in een uitgebreide NLP opleiding. Bij UNLP vind je gecertificeerde NLP opleidingen variërend van intensieve 18 daagse tot uitgebreide weekend 18-daagse, in o.a. AmsterdamRotterdam en Drenthe.

korzybski NLP kaart is niet het gebiedDe naam van Alfred Korzybski is bij NLP’ers bekend door één van de NLP-vooronderstellingen: ‘De kaart is niet het gebied’. Van het complete gedachtegoed van Korzybski dat NLP in hoge mate geïnspireerd heeft, lijkt in de praktijk alleen deze ene ‘spreuk’ binnen NLP aan Korzybski te herinneren. Toch maakt het oorspronkelijke gedachtegoed van Korzybski een belangrijk deel uitmaakt van het oorspronkelijke hart van NLP.

De vooronderstellingen van NLP is geen loshangend bijproduct maar vormen het fundament van NLP. In de volgende passage legt Robert Dilts uit wat de centrale rol is van vooronderstellingen gezien vanuit de kennisleer of epistemologie, een tak van de filosofie. Robert Dilts definieert het als volgt: ‘De vooronderstellingen van NLP vormen de fundamentele epistemologie waarop de methodologie en de technologie van NLP is gebouwd. Je kunt ze vergelijken met de fundamentele begrippen van de Euclidische meetkunde. En, vergelijkbaar met Euclides’ definitie van een ‘punt’, kunnen de fundamentele uitgangspunten van NLP niet op objectieve wijze worden bewezen. Je kunt bijvoorbeeld niet objectief ‘bewijzen’, dat er werkelijk een positieve intentie achter een bepaald gedrag zit. Dat is waarom het beschouwd wordt als een ‘vooronderstelling’. Je kunt evenmin bewijzen dat de ‘kaart niet het gebied is’ en dat ‘er geen juiste kaart van de wereld is’. Deze vooronderstellingen maken dus deel uit van de basisepistemologie van NLP – ze zijn de basis aannamen (kennisleer: axioma’s) waarop de rest van het model is gebaseerd. Dus, aanvaarden dat de vooronderstellingen ‘dat de kaart niet het gebied is’ of ‘dat er een positieve intentie achter elk gedrag steekt’ is uiteindelijk een kwestie van geloof. Als wij in plaats van te wachten op het bewijs dat ze waar zijn deze vooronderstellingen aannemen, dan zullen wij ze tegenkomen of creëren in onze ervaring’ (Presuppositions, Anchor Point, 1998).

DE KAART IS NIET HET GEBIED

Over deze specifieke vooronderstelling die aan Korzybski ontleend is stelt Robert Dilts: ‘Als mens kunnen we de werkelijkheid nooit kennen. We kunnen alleen weten wat onze perceptie van de werkelijkheid is. We ervaren en reageren op de wereld om ons heen voornamelijk via onze zintuiglijke representatieve systemen. Het is onze ‘neuro-linguïstische’ kaart van de
werkelijkheid die bepaalt hoe we ons gedragen en dat geeft deze gedragingen betekenis, niet de werkelijkheid zelf. Het is over het algemeen niet de realiteit zelf die ons beperkt of bekrachtigt, maar eerder onze kaart van de werkelijkheid.’ Waar NLP’ers spreken over ‘Model of the World’ hebben ze het over deze visie van Korzybski. Robert Dilts wijst hierbij in genoemd artikel
op een clustering van gevolgtrekkingen die voortvloeien uit Korzybski’s ‘de kaart is niet het gebied’. Het is er dus niet slechts één; het zijn er zeven:

  1. Mensen reageren op hun eigen perceptie van de werkelijkheid.
  2. Iedereen heeft hun eigen individuele kaart van de wereld. Geen enkele kaart van de wereld is meer ‘echt’ of ‘waar’ dan alle andere.
  3. De betekenis van wat aan een ander gecommuniceerd wordt is de reactie die het oproept in die persoon, ongeacht de intentie van de communicator.
  4. In tegenstelling tot de meest ‘echte’ of meest ‘nauwkeurige’ kaart is de meest ‘wijze’ en meest ‘medelevende’ kaart die kaart die de grootste aantal en de meest rijke keuzeopties biedt.
  5. Mensen beschikken potentieel over alle middelen die ze nodig hebben om doeltreffend te handelen.
  6. Mensen maken de best beschikbare keuzes uit de mogelijkheden die ze binnen hun Model of the World hebben. Hoe gek, slecht of bizar hun gedrag ook lijkt, het is op dat moment in de tijd de beste keuze die voor die persoon beschikbaar is.
  7. Verandering wordt mogelijk door het in een bepaalde context verrijken van het wereldmodel door het inzetten van een hulpbron of het activeren van een potentiële hulpbron. Hiermee is duidelijk dat dit een hoofdvooronderstelling is waarvan deze zeven andere vooronderstellingen zijn afgeleid. Deze hoofdvooronderstelling in NLP: ‘De kaart is niet het gebied’ is een verkorte weergave van de stelling van Korzybski: ‘A map is not the territory it represents, but, if correct, it has a similar structure to the territory, which accounts for its usefulness’. Uitgelegd betekent dat zoveel als: ‘Een kaart is niet het gebied dat het vertegenwoordigt, maar als het goed is, dan heeft –omdat je nu eenmaal niet aan ‘kaarten maken’ ontkomt– de méést bruikbare kaart een soortgelijke structuur als de structuur van het gebied’.

Alfred Korzybski, zijn werk, zijn leven
Graaf Alfred Habdank Skarbek Korzybski (1879-1950), was een Pools-Amerikaanse technisch wetenschapper en filosoof die geboren was in een adellijke familie die al generaties werkzaam was op technisch wetenschappelijk gebied. In zijn tienertijd sprak hij al vloeiend vier talen: Pools, Russisch, Duits en Frans. Korzybski werd opgeleid aan de Technische Universiteit van Warschau.

Ankeren is één van de eerste onderwerpen die je leert in een NLP Practitioner opleiding. Niet zonder reden, want de techniek van ankeren is enorm krachtig en stelt je in staat om je te voelen zoals je je wilt voelen. Ook in situaties waarin je je normaal gesproken bijvoorbeeld angstig, verdrietig, gespannen of boos voelt. Grondleggers van NLP, Richard Bandler en John Grinder, gebruikten de bevindingen van de Russische wetenschapper Pavlov om het principe van conditionering in te zetten als techniek dat bewust kan worden gebruikt voor persoonlijke ontwikkeling.

Na het lezen van onderstaande tekst ben je in staat om:

  1. Een vermogende gemoedstoestand (zelfvertrouwen, rust, kracht, e.d.) te creëren met behulp van een anker
  2. Dit gevoel kunt oproepen in iedere gewenste situatie

We hebben allemaal ankers. Denk maar eens aan het volgende:

  • - Een fotoalbum levert je momenten op van plezier, ontroering, verdriet etc.
  • - Een liedje op de radio neemt je direct terug naar je eerste liefde, een begrafenis of een moment van eufori
  • - De geur van een appeltaart doet je direct denken aan je moeder toen je klein was
  •  - Bij het zien van een specifiek persoon zorgt ervoor dat je je direct onrustig en opgelaten voelt.
  • - Een volwassen man dat als klein kind net gered werd van een verdrinking wordt nu bij het zien van water al angstig, laat staan bij zwemmen of in een bootje zitten

Al deze voorwerpen, personen, geluiden, geuren etc. zijn ankers. Je hoort / ziet / ruikt / voelt / proeft ze en je krijgt direct een reactie.

WELKE ANKERS HEB JIJ?
Okay, allemaal leuk en aardig. Maar hoe kun je ankers gebruiken bij het oproepen van een gewenste stemming? Eén van de meest leuke en nuttige toepassingen van een anker binnen NLP is het kunnen bepalen van je stemming. Hierbij kun je denken aan het gevoel van zelfvertrouwen, (mentale) kracht, blijdschap, energie of motivatie. Om maar iets op te noemen.

Ik weet zeker dat je elke van deze stemming wel een keer hebt ervaren. Ook al is het lang geleden of duurde het maar even, je hebt het een keer ervaren. Het mooie van NLP is dat je leert om deze stemmingen weer op te roepen, op een moment dat het voor jou functioneel is.

Denk eens aan:

  • Zelfvertrouwen bij een belangrijk sollicitatiegesprek?
  • Energie bij een project dat af moet?
  • Motivatie om te sporten of gezond te eten?

En ga zo nog maar door.

HOE GAAT DE TECHNIEK IN ZIJN WERK?

Ga de eerste keer uit van 10-15 minuten om de techniek onder de knie te krijgen. Hoe meer je oefent, hoe minder tijd je nodig hebt in de toekomst….

Stap 1. kies één van de volgende stemmingen:

  • motivatie
  • humor
  • energie
  • liefde
  • kracht

Stap 2. Ontspan en/of breng jezelf in een lichte of diepere trance. Dit kan door middel van hypnose, ademhalingsoefeningen, meditatie etc.

Stap 3. Herinner je een moment waarop je die stemming zeer sterk had. Of stel jezelf een situatie in de toekomst voor waarin je je zo zult voelen.

Stap 4. Stap in het moment: kijk door je eigen ogen, zie wat je zag, hoor wat je hoorde en voel wat je voelde. Maak dit gevoel groter en sterker, breng in de beelden die je ervaart meer helderheid en kleur en vergroot de geluiden die je hoort. Voel dit gevoel zo sterk als mogelijk. En als je volledig in dit gevoel zit, ga je naar stap 5.

Stap 5. Houd op het hoogtepunt je duim en wijsvinger bij elkaar en houd ze 10-15 seconden ingedrukt. Druk steeds harder en harder. Laat daarna los en kom langzaam uit het moment. Het anker is geplaatst.

Stap 6. Kom uit het moment en leid jezelf even af door bijvoorbeeld naar buiten te kijken.

Stap 7. Test het anker: breng duim en wijsvinger bij elkaar en ervaar wat er gebeurt. Als je bovenstaande stappen goed hebt uitgevoerd, dan zou het gevoel terug moeten komen zodra je je duim en wijsvinger bij elkaar brengt. Gefeliciteerd! Je hebt een anker gecreëerd van je duim en wijsvinger. Elke keer als jij je duim en wijsvinger bij elkaar brengt, kom je in deze stemming terecht. Hoe vaker je dit doet, hoe makkelijker het wordt.

Is het anker nog niet sterk genoeg? Herhaal dan stap 2 tot en met stap 6 een paar keer (4 – 6 keer) om het anker nog sterker te maken. Let hierbij op dat je echt in het moment stapt. Beleef de situatie (stap 4) alsof je er echt (weer) in zit. Maak de beelden nog helderder, de geluider nog sterker en het gevoel nog intenser. En verdubbel dat alles nog een keer. En nog een keer. Plaats op het hoogtepunt het anker en houdt dit 10-15 seconden vast. Kom eruit en doe dit nog 4-6 keer.

Stap 8. Denk aan een situatie waarin je de gewenste stemming goed kunt gebruiken.

Stap 9. Zie het beeld / hoor het geluid vlak voordat je dit gevoel wilt ervaren. Bijvoorbeeld je baas die je roept, de ogen van een ander, een fitnessapparaat, chocolade etc.

Stap 10. Breng je duim en wijsvinger bij elkaar terwijl je in gedachten je in de situatie begeeft. Vergelijk de huidige beleving van de situatie (met het anker) met de beleving van de situatie voor deze oefening. Een wereld van verschil hè?

De mogelijkheden zijn onbeperkt met deze techniek. Oefen zoveel mogelijk met de techniek en bedenk welke stemming je graag meer zou willen hebben in specifieke situaties. Oefen de techniek ook eens met een andere gewenste stemming. En onthoud: deze techniek werkt altijd voor iedereen! Zolang je de stappen maar goed uitvoert. In een NLP Practitioner Opleiding behandelen we uitgebreid de tips en vaardigheden die dit proces nog makkelijker voor je maken, alsmede de vele toepassingen in concrete situaties. Voor nu:

Veel succes!

Auteurs: drs. Vincent van der Burg

Ketenen is een techniek die wordt gebruikt indien de gewenste stemming afwijkt van de huidige stemming. Als jouw stemming geïrriteerd is, kan het moeilijk zijn om meteen naar de gewenste stemming van vrolijk te gaan. Daarom kan je er voor kiezen die grote stap, onder te verdelen in kleinere stappen. Bijvoorbeeld van geïrriteerd naar rust, dan van rust naar tevreden en van tevreden naar vrolijk.

1.    Breng rapport tot stand

2.    Geef aan hoe het proces zal verlopen

3.    Bepaal de ongewenste, huidige stemming (H.S.)

4.    Kies een gewenste stemming is (G.S.)

5.    Beslis welke tussenliggende stemmingen (T.S.) leiden tot de eindbestemming. Aangezien het een persoonlijke keten wordt, bepaal je zelf of er twee of drie tussenliggende stemmingen nodig zijn.

a.    Uitgaande van twee tussenliggende stemmingen kun je jezelf de volgende vragen stellen:

T.S. 1: Wat (welke stemming) haalt mij weg van …. (H.S.) ….? T.S. 2: Wat (welke stemming) brengt mij naar … (G.S.) …?

b. Uitgaande van drie tussenliggende stemmingen

T.S. 1: Wat (welke stemming) haalt mij weg van … (H.S.) … ? T.S. 2: Wat (welke stemming) brengt mij naar … (G.S.) …? T.S. 3: Wat haalt mij weg van T.S. en wat brengt mij naar T.S. 3?

6. Ontwerp de individuele keten

7.  Anker H.S. (op 1 knokkel) + Test           Trigger = “Hoe weet je dat het tijd is om te ….?”

8. Anker de overige stemmingen (allen op een andere knokkel!). Breakstate tussendoor. Eventueel gelaagde ankers.

9. Ankers afvuren:

H.S. à op het hoogtepunt T.S. 1 afvuren en H.S. loslaten Als T.S. 1 op het hoogtepunt is T.S. 2 afvuren en T.S. 1 loslaten, etc. Dit een paar keer herhalen, dan alleen H.S. afvuren en ….de rest volgt

Let erop dat je bij het afvuren steeds 2 knokkels even 1 seconde tegelijk aanraakt voordat je de eerste loslaat. Dit zorgt namelijk voor de koppeling.

10. Vraag naar een moment in de toekomst dat je dit gebruiken kunt…

 

1.    Denk aan een situatie waarin je graag de beschikking wil hebben over een hulpbron (zelfvertrouwen, rust, energie, etc.), maar waarin je die in de meeste gevallen niet hebt (je voelt je juist onzeker, onrustig, moe, etc.). Kies een situatie waarin er een duidelijk verschil zit tussen de huidige situatie en de gewenste situatie.

2.    Geef een naam aan het huidige gevoel of emotie en het gewenste gevoel of emotie (de hulpbron). Wees ambitieus wat betreft het gewenste gevoel, maakt niet uit hoe onrealistisch het misschien overkomt.

3.    Kies een reeks van drie of vijf tussenliggende gevoelens die je soepel doen overgaan van het ongewenste gevoel naar het gewenste gevoel. Maak de eerste neutraal of indifferent, zodat die gescheiden is van het ongewenste, huidige gevoel. Kies de volgende twee of vier gevoelens met jouw doel voor ogen, zodat deze jou een extra zetje richting het doel geven.

4.    Leg een aantal cirkels op de grond neer, houd daarbij een comfortabele afstand zodat je, met een grote stap, direct van de ene cirkel in de andere kunt stappen. 

5.    Stap in de eerste cirkel van het ongewenste gevoel. Let op: wanneer je de cirkel uitstapt, zorg er dan voor dat je het gevoel in de cirkel achterlaat. Breakstate door middel van afschudden of aandacht op iets (positiefs) anders.

6.    Test het anker door kort in de cirkel te stappen. Stap er weer uit waarbij je het gevoel achterlaat in de cirkel.

7.    Ga naar de laatste cirkel (gewenste hulpbron) en roep de gewenste hulpbron op. Stap in de cirkel met de gewenste hulpbron. Schud het gevoel vervolgens af en stap uit de cirkel. Creëer extra hulpbronnen als je dit wil door hulpbronnen te stapelen. Doe dit net zolang totdat je een sterk, gewenst gevoel hebt in de laatste cirkel.

8.    Doe een breakstate en test het anker door kort in de cirkel te stappen.  

9.    Stap uit de cirkel en laat het gevoel achter in de cirkel.

10.  Associeer je in een neutrale, indifferente of derde positie stemming en als je zover bent, stap je in de tweede cirkel. Maak een breakstate en test.

11.  Doe in de volgende twee of vier cirkels hetzelfde als in stap 10: associeer en anker toenemende krachtige gevoelens die je soepel laten overgaan naar het gewenste gevoel in de laatste cirkel.

12.  Vanaf het begin van de keten, stap je in de eerste cirkel (onvermogende emotie). Zodra het eerste gevoel omhoog komt, stap je in de volgende cirkel (de neutrale cirkel). Elke keer als je het gevoel in de desbetreffende cirkel voelt aankomen, stap je in de volgende cirkel totdat je bij de laatste cirkel bent aankomt.

13.  Blijf in de vermogende cirkel totdat het gevoel volkomen is bereikt.

14.  Stap uit de laatste cirkel en breakstate. Ga naar een neutrale positie.  

15.  Wanneer je volkomen uit het laatste gevoel bent, ga je terug naar het begin van de keten.

16.  Herhaal dit gehele proces zeven tot tien keer. Verhoog de snelheid vanaf de derde herhaling.

17.  Wanneer je denkt dat het proces compleet is, test je dit door in de eerste cirkel te gaan staan. Is het nog steeds onvermogend of is het veranderd. Of denk aan de situatie waarin je voorheen beperkt was. Hoe is dat nu?

18.  Als er twijfel is wat betreft het resultaat, herhaal het proces.  Denk aan de breakstate elke keer na een cirkel. Je wilt er zeker van zijn dat de keten slechts in een richting gaat: van onvermogend naar vermogend.

N.B.: chaining ankers kunnen ook zittend gedaan worden, met behulp van vingers bijvoorbeeld.

CIRCLE OF EXCELLENCE
Een van de methodes die je kunt gebruiken om bijvoorbeeld zelfvertrouwen te hebben in een specifieke situatie, is een mentale techniek genaamd “Circle of Excellence”. Deze techniek kun je gebruiken bij spreken in het openbaar of wanneer je een fysieke prestatie levert. Als er een situatie in de toekomst is, waarin je meer zelfvertrouwen wil hebben, kun je deze techniek gebruiken om je hierop voor te bereiden. Ideaal om in “echte fysieke situaties” toe te passen. Neem bijvoorbeeld een stoel op kantoor, een plek waar je presentaties geeft, in de auto, de vliegtuigstoel, enzovoort.

1.    Bepaal de externe triggers voor een beperkende emotie. Deze kunnen visueel, auditief, kinesthetisch, geur of smaak zijn.

2.    Zie een denkbeeldige cirkel voor je op de grond. Deze cirkel mag van alles zijn: een zwembad, een stoeptegel of een sofa. Het gaat om het symbool. Concentreer je op het symbool: wat voor kleur heeft de cirkel, welke oppervlakte, enzovoort?

3.    Laat de cirkel voor wat het is. Denk aan een situatie waarin je je buitengewoon krachtig, creatief, vol zelfvertrouwen, gebalanceerd of energiek voelde. Elke hulpbron waarin je je extreem goed voelde is goed.

4.    Stap in de cirkel terwijl je opnieuw de hulpbron herinnert en toegang krijgt tot dit vermogende gevoel. Zie wat je zag door je eigen ogen, hoor de geluiden en kom in contact met jouw houding, ademhaling en emoties. Herbeleef de situatie volledig (geassocieerd). Je bent in gedachten weer helemaal terug in de situatie en vooral in de emotie of gevoel. Als er vanuit derde positie geen merkbare verandering is in de fysieke houding, dan is de associatie te marginaal of de intensiteit is te laag. Als de intensiteit te laag is, kies dan een meer krachtige situatie of hulpbron.

5.    Stap uit de cirkel naar een neutraal punt in de ruimte. Schud het gevoel even helemaal van je af. Laat de cirkel zover mogelijk achter je.

6.    Test het anker. Stap in de cirkel en merk op wat er gebeurt. Je hoeft met jouw bewustzijn niets te doen. Wacht slechts af en wees nieuwsgierig. Wat merk je op? Als het vorige positieve gevoel weer terugkomt, perfect. Je kunt door naar de volgende stap. Komt het gevoel nog niet terug of te minimaal, herhaal dan voorgaande stappen zo vaak, tot het gevoel wel terugkomt.

7.    Herhaal stap 4 met een extra krachtige hulpbron. Een voor een. Wanneer je dit proces genoeg hebt herhaald (dus voldoende hulpbronnen hebt geankerd), krijg je automatisch toegang tot een zeer krachtige emotie wanneer je de cirkel in stapt.

8.    Herinner een trigger voor een beperkende emotie of gevoel terwijl je in de cirkel stapt. Herhaal dit proces met elke oude trigger. Of vraag je oefenpartner om de verschillende triggers te uiten (gebaren, woorden en tonaliteit) terwijl je de cirkel in stapt.

 

COLLAPSING ANCHORS
Te gebruiken wanneer een bepaalde ongewenste stemming opgeroepen wordt door steeds dezelfde specifieke (visuele, auditieve, kinesthetische, gustatoire of olfactoire) prikkel. Dit proces neutraliseert een ongewenste stemming/emotie. Het vervangt deze niet voor een gewenste emotie, het verzwakt enkel de intensiteit ervan.

Stappen:

1.    Breng rapport tot stand

2.    Geef aan hoe het proces zal verlopen

3.    Beslis welke negatieve emotie moet verdwijnen. Het is vaak een emotie die zich met een bepaalde regelmaat aandient. Dit proces is niet geschikt voor een erg intense emotie, een geweldig traumatische ervaring of een fobie.

4.    Identificeer de tegenovergestelde emotie.

5.    Vraag toestemming en voorkeur waar de ankers te plaatsen.

6.    Anker de tegenovergestelde emotie. Wanneer, in welke situatie heeft de cliënt dat tegenovergestelde gevoel duidelijk gehad? Ga zelf in de vermogende stemming die je oproept, en zorg ervoor dat de betrokkene in een volledig, geassocieerde, intense en congruente stemming is. Vraag of het positieve anker voldoende kracht heeft ten opzichte van de negatieve stemming. Maak eventueel een gestapeld positief anker.  

7.    Test het positieve anker

8.    Roep de negatieve stemming (slechts één keer) op: zie wat je zag, hoor wat je hoorde en voel wat je voelde. Anker deze emotie.

9.    Breakstate. Test het anker eventueel.

10. Vuur beide ankers tegelijk af totdat zij hun piek bereiken en de neurologische integratie volledig is (kalibreer). Houd beide ankers vast tot de non-verbaal zichtbare integratie is opgetreden of de emotionele verwarring is uitgewoed en een neutraal of positief gevoel overheerst.

11.  Laat het negatieve anker los

12.  Houd het positieve anker nog ongeveer 5 seconden vast en laat dan los

13.  Test:als je nu denkt aan die stemming die je vroeger had, waar denk je dan nu aan?” Voorspelling: de stemming is neutraal of zelfs positief. Mocht de stemming toch nog onaangenaam zijn, dan dient eerst het proces gecheckt te worden. Was dit niet in orde, dan is het thema waarschijnlijk te groot voor deze techniek en kan later wellicht voor een andere techniek worden gekozen.

ANKEREN- DE TECHNIEK

  • Stelt je in staat om positieve emoties op te roepen

  • Proces van associatie: stimulus en respons
  • Visueel: gebaren, fotoalbum, stoplicht, eten, fles alcohol, kaarslicht, kleding
  • Auditief:  klassieke muziek, heavy metal muziek, stem, hoesten, nageltangetje
  • Kinesthetisch: stof van kleding, aanraking, lopen op zand, zon op je huid
  • Geur: parfum, vers gebakken appeltaart, spruitjes, rookworst, bejaardenhuis

 

CREËREN VAN EEN ANKER

 Stap 1: ervaring oproepen Laat iemand zich een levendige ervaring herinneren. Zorg ervoor dat diegene de ervaring intens herinnert, beleeft alsof het weer opnieuw plaatsvindt met alle zintuiglijke waarnemingen die daarbij horen.

Stap 2: koppelen van het anker aan de ervaring Met andere woorden: zorg voor een specifieke stimulus op het hoogtepunt (zie grafiek). (breakstate)

Stap 3: testen van de anker Zet het anker in werking om de test uit te voeren. Test het anker als de persoon in een neutrale staat is (ofwel na de breakstate). Indien het gewenst gevoel niet automatisch wordt geactiveerd, herhaal dan stappen 1 en 2. Een andere mogelijkheid is door middel van het stapelen van ankers: steeds meer koppelingen maken tussen het anker en de stemming waardoor het desbetreffende anker steeds sterker wordt.


DE 4 SLEUTELS TOT ANKEREN

1.    De intensiteit van de ervaring

2.    De timing van het anker

3.    De unieke eigenschap van de stimulus

4.    De herhaling van de stimulus (de prikkel moet herhaalbaar zijn)

 

  • Voorwaarden voor het creëren van een anker
    Als je een anker wilt creëren, is het van belang dat je voldoet aan de voorwaarden: het anker moet uniek, herhaalbaar en voldoende onderscheidbaar zijn. Als je de duim en wijsvinger vrijwel nooit tegen elkaar houdt, is dat een goed anker. Een woord in jezelf zeggen op een bepaalde toon kan een goed auditief anker zijn.


  • Zuiverheid
    Zorg ervoor dat de emotie die je wilt ankeren, ‘zuiver’ is. Wanneer je bijvoorbeeld een anker legt tijdens meerdere emoties, wordt dit anker onduidelijk. Bijvoorbeeld wanneer iemand een gevoel van zelfvertrouwen heeft, maar tegelijkertijd vol verwarring zit. Dan maak je een anker met zowel verwarring als zelfvertrouwen. Pas daar dus voor op.


  • Timing
    Het beste anker moment, is het moment dat je echt in de situatie die je wil ankeren zit. Het op één na beste moment is om volledig geassocieerd te zijn in de situatie vanuit het verleden. Is het een gevoel dat je nog niet eerder hebt gehad of niet kunt herinneren, stel het je dan voor. Zo levendig en echt mogelijk.

 

Een gestapeld anker is het herhaald ankeren van verschillende herinneringen. Het heeft een versterkend effect en leidt tot een krachtig anker.

Stap 1: Breng rapport tot stand

Stap 2: Geef aan hoe het proces zal verlopen

Stap 3: Zorg ervoor dat ook jij in de gewenste stemming gaat

Stap 4: Anker de volgende 5 verschillende stemmingen op dezelfde plaats:

×       motivatie

×       humor

×       energie

×       liefde

×       kracht

Herinner je een moment dat je….gemotiveerd was” etc. “Stap in het moment, kijk door je eigen ogen, zie wat je zag, hoor wat je hoorde en voel wat je voelde.”

Test het anker na de eerste stemming: “doe je ogen dicht en merk maar op wat er gebeurt….”. Vuur nu het anker af en je weet of het proces goed is verlopen.

Tussen elke stemming een break state.

Stap 5: Test. “verplaats jezelf nu naar en moment in de toekomst dat je dit anker nodig zult hebben…, stap erin, zie wat je ziet, hoor wat je hoort en voel wat je voelt.” Vuur het anker af.

 

Een variant hierop is het verbinden van één anker en verschillende ervaringen met dezelfde respons. Voorbeeld: drie ervaringen van zelfvertrouwen doen herbeleven en hetzelfde anker hierbij gebruiken.

 

Kinesthetische ankers
Zorg ervoor dat je dezelfde plaats kunt aanraken, met dezelfde druk. Visuele en auditieve ankers: kies een ongebruikelijke houding, gebaar, woord, geluid die je exact kunt herhalen. Een andere manier is, op respectvolle wijze de persoon zijn eigen woorden te gebruiken, zijn gebaren of toon om hem in de gewenste staat te brengen.


Visueel en auditief ankeren

Stap 1: Kies drie verschillende maar neutrale gebaren of lichaamshoudingen die je gemakkelijk kunt aannemen maar niet gebruikelijk zijn. Of: kies drie geluiden of klanken die je gemakkelijk kunt herhalen, maar ongebruikelijk zijn.

Stap 2: Als je met iemand samen bent, let je op wanneer de persoon in een positieve emotionele stemming is (je kalibreert gelaatsuitdrukking, stem en lichaamsbewegingen). Terwijl hij in die stemming is, herhaal je één van de drie gebaren uit stap 1. Telkens wanneer de stemming opkomt, herhaal je het anker drie of vier keer. (Breakstate)

Stap 3: Als de persoon in een neutrale staat is, test je het anker uit door het anker te gebruiken. Merk hoe sterk je dezelfde emotionele staat oproept bij de ander.

Stap 4: Gebruik de ankers die je geïnstalleerd hebt, wanneer het gepast is bij de situatie en het doel dat je hebt.

Dit proces kan versterkt worden door te letten op de persoonlijke ankers van iemand. Dikwijls neemt een persoon een bepaalde houding aan, maakt een typisch gebaar of geluid als hij in een bepaalde stemming is. Als je deze ankers op een respectvolle wijze herhaalt, roep je die stemming op.

Anné Linden, ook wel de “First Lady of NLP” genoemd, is een markante persoonlijkheid uit de internationale NLP-geschiedenis.

anne linden,nlp weekendopleiding amsterdam

Anné kwam in 1976 in aanraking met NLP en volgde Richard Bandler en John Grinder vanaf begin 1977 op hun workshop tournee door Amerika. Met haar toneelachtergrond is zij een van de beste presentatoren in NLP-land. Haar inspirerende verhalen aan het eind van de sessies zijn befaamd. Als eerste stichtte zij een NLP opleidingsinstituut en waagde zij als eerste de sprong over de Atlantische oceaan naar Europa waar zij in 1982 de eerste NLP workshop verzorgde. Naast NLP doet zij veel met hypnose en het enneagram. Voorts geeft zij workshops over grenzen en zelfwaardering, één van haar favoriete thema’s.

Backtracken is het herhalen of samenvatten van iemands verwoordingen. Je let dus op de sleutelwoorden en de tonaliteit van de ander. Met backtracking bouw je rapport op met jouw gesprekspartner.

TONALITEIT BIJ BACKTRACKEN

Let goed op de tonaliteit waarmee deze woorden zijn uitgesproken. Vervolgens maakt je een beknopte samenvatting van wat de ander heeft gezegd terwijl je de sleutelwoorden daarin terug laat komen. Als iemand bijvoorbeeld op vrolijke zegt: ‘Ik had een geweldig weekend.’. En het woord geweldig komt nog een aantal keer terug in het gesprek, heb jij een sleutelwoord gevonden. Nu kan jij later in jouw korte samenvatting bijvoorbeeld zeggen: ‘Wat fijn dat jij zo’n geweldig weekend hebt gehad!’.

GEBRUIK VAN SLEUTELWOORDEN

Zorg dat je de juiste sleutelwoorden gebruikt. Als jij in jouw korte samenvatting bijvoorbeeld zegt: ‘Wat fijn dat jij een fantastisch weekend hebt gehad.’, maak je geen rapport. De gesprekspartner raakt verward en is het er helemaal niet mee eens dat zijn weekend fantastisch was… het was gewoon geweldig.

Wil je meer weten over Zintuiglijke Scherpzinnigheid? Dit, en meer, leer je in een uitgebreide NLP opleiding. Bij UNLP vind je gecertificeerde NLP opleidingen variërend van intensieve 18 daagse tot uitgebreide weekend 20 daagse, in o.a. Amsterdam en Drenthe.

Bert Hellinger - NLP Familieopstelling



Bert Hellinger
 (geboren in 1925) is de grondlegger van het systemisch werken en familieopstellingen. In zijn leven  ontwikkelde Bert Hellinger zich meer en meer in de psychoanalyse. Zijn interessegebieden reikten van de oplossingsgerichte therapieen van Milton Erickson tot Frank Farrely’s Provocatieve sessies.

Vanuit deze verschillende werkvormen begon zich een nieuwe vorm te ontwikkelen: het systemisch werken. Voor veel mensen is dit voornamelijk bekend als familieopstelling. Tijdens een familieopstelling wordt het systeem geplaatst in de ruimte. Volgens Bert Hellinger is een familie namelijk een systeem. Ouders, grootouders, broers, zussen, kinderen, zelfs als ouders gescheiden zijn of wanneer er een abortus wordt gepleegd behoort deze persoon tot het systeem. Dit systeem heeft een collectief geweten, wat voornamelijk in het teken staat van overleven binnen de familie. Wanneer iemand in het systeem wordt buitengesloten, dan zal een ander familielid dit gat proberen op te vullen. Het systeem begint uit balans te raken.

Een voorbeeld:
Vader en moeder krijgen twee kinderen, een zoon en een dochter. Vader wordt verliefd op een ander en moeder zet vader het huis uit. Naast moeder ontstaat er nu een leegte. De zoon (en/of de dochter) zal gaan proberen de leegte op te vullen. Wanneer moeder begint te daten met een nieuwe man, voelt de zoon zich aan de kant geschoven door moeder. Immers, hij was degene die haar nu beschermde, die een schouder bood en haar sterkte gaf.

Wat Bert Hellinger bewerkstelligd in de familieopstelling is dat er weer balans komt in het systeem. Het systeem moet weer opnieuw “geordend” worden, zodat iedereen – energetisch – de juiste plaats weer kan innemen. Het kind (welke leeftijd dit kind dan ook heeft) kan weer kind van de ouders zijn, de ouders staan weer aan het hoofd van het gezin.

Met de jaren is systemisch werken behoorlijk ontwikkeld. Tegenwoordig kent het werkgebieden als:

  • Organisatieopstellingen
  • Sjamanistische opstellingen
  • Systemisch coachen
  • Systeemopstellingen
  • Structuuropstellingen
  • Kabbalistische opstellingen
  • etc.

Kenmerk bij alle opstellingen is dat de binding, de ordening en de balans weer worden hersteld. Binnen UNLP hebben wij het systemisch werken en NLP (weer) met elkaar laten samenvloeien. NLP en familieopstellingen kennen beiden een behoorlijke basis vanuit de werken van Milton Erickson. Ook de provocatieve therapieen van Frank Farrely zie je duidelijk terugkomen. Het is niet meer dan logisch dat je als opsteller een verdiepende kennis wilt hebben van zowel het systemische alswel NLP.

Wil je meer weten over de opleidingen van UNLP? Je bent van harte uitgenodigd om contact op te nemen!

CHANGE PERSONAL HISTORY
Change Personal History is hulpbronnen toevoegen in vroegere probleemsituaties. Situaties waarin die hulpbronnen ontbraken. Je doet dat wanneer iemand in het hier-en-nu nog steeds hinder ondervindt van een belemmerende ervaring. Meestal bestaat het ongemak uit steeds terugkerende onprettige emoties.

Stap 1: roep de belemmerende gevoelens op in het hier-en-nu. Laat de cliënt daartoe teruggaan naar de laatste keer dat hij die gevoelens had. Anker deze belemmerende gevoelens: anker X. Test anker X kort.

Stap 2: gebruik anker X als zoekanker Activeer anker X. Laat de cliënt met het daaraan gekoppelde gevoel teruggaan in de tijd…”Wanneer heb je dit gevoel eerder ervaren?” Nu komen bij de cliënt specifieke herinneringen omhoog. Maak hiervan een lijstje. Geef iedere zo herinnerde situatie een (code)naam. Ga door tot de cliënt de vroegste herinnering aan dit gevoel gevonden heeft. De cliënt gaat dus gedissocieerd terug in tijd en ruimte (alsof hij/zij bladzijden terugslaat uit het plakboek van zijn/haar leven)

Stap 3: laat het zoekanker los Nadat er drie tot vijf ervaringen zijn geïdentificeerd en benoemd, wordt het anker losgelaten. Breng cliënt terug in het hier en nu.

Deel 2 Stap 4: identificeer een hulpbron Vraag de cliënt om een hulpbron te identificeren die het jongere zelf zou helpen in die ervaringen uit het verleden, zodat de cliënt zich goed kan voelen over zichzelf. Test de ecologie: is dit bevredigend? Wat zijn de bezwaren hierbij? Kalibreer het probleemoplossende effect van de hulpbron(nen).

Stap 5: anker de hulpbron Vraag de cliënt om geassocieerd in de ervaringen van deze hulpbron in zijn/haar leven te gaan, de gevoelens te herbeleven en te ankeren.

Stap 6: houd de hulpbron-anker vast

Stap 7: geef de hulpbron aan de jongere zelf (gedissocieerd) Leid de cliënt door het verleden naar de ervaring die het dichtst bij de geboorte ligt. Laat de cliënt gedissocieerd kijken naar een moment, tien minuten voor de ervaring plaatsvindt. Zeg tegen de cliënt bijvoorbeeld: “Kijk naar je jongere zelf in dat stilstaande beeld, voordat de jongere zelf de situatie gaat beleven. Geef op een liefdevolle manier je jongere zelf de hulpbron en alle info die nuttig is, zodat jouw jongere zelf dadelijk op vermogende manier door de gebeurtenis kan gaan. Kijk hoe je jongere zelf zich voelt nu hij/zij een hulpbron en informatie heeft gekregen van zijn/haar liefdevolle oudere zelf”

Stap 8: laat de film lopen (gedissocieerd) “Laat de film lopen van je jongere zelf in die gebeurtenis. Kijk hoe je jongere zelf zich op een meer vermogende manier gedraagt en hoe de reacties van de andere betrokkenen daardoor veranderen. Als de gebeurtenis in de film ten einde loopt, kom je terug tot tien minuten voor de gebeurtenis.”

Stap 9: herleef de situatie als je jongere zelf (geassocieerd) “Stap in je jongere zelf, herleef de situatie geassocieerd, met de vermogende hulpbron ter beschikking.”

Stap 10: herleef alle drie tot vijf ervaringen (geassocieerd) Leid de cliënt op deze manier door alle drie tot vijf ervaringen die geïdentificeerd en benoemd zijn in deel I, zodat hij/zij zich goed kan voelen over zichzelf in elke ervaring.

Let op: de cliënt kan geen andere mensen of externe gebeurtenissen in zijn/haar omgeving veranderen.

Stap 11: Laat de hulpbron-anker los.

 Breng de cliënt terug naar het hier en nu.

Stap 12: Stem af op de toekomst. “Denk aan toekomstige situaties van het type X.” Kalibreer.  

 

STAPPENPLAN GEDETAILLEERDE PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS

Begin met het opbouwen van rapport. 

1.     
Waarom ben je hier? Waarom nog meer? Waarom nog meer? Enz. 

2.      
Hoe weet je dat je dit probleem hebt?          
Hoe is dit een probleem voor jou?
Hoe is dit waar voor je?
(haal alle diagnoses die door anderen gesteld zijn eruit) 

3.    
Wat zou je willen bereiken?
Hoe zal je weten dat dit geen probleem meer voor je is?
Wat zal het meest veranderd zijn als jouw probleem opgelost is?
(eventueel: Hoe zie je er dan uit, wat doe je dan wel wat je nu niet doet, hoe klinkt je stem, wat zeg je dan tegen jezelf?)
Wie zal het eerste merken dat je veranderd bent?
Wat zal hij/zij zeggen dat er dan anders aan je is? 

Op een schaal van 1 tot 10: waar sta je nu en waar wil je uitkomen? Wat zou je graag willen dat vanmiddag al gebeurd is?
 

4.      
Hoe lang heb je het probleem gehad?
Vertel eens over de tijd dat het niet deed?
 

5.      
Wat heb je tot nu toe gedaan ten aanzien van het probleem (= indicatie in hoeverre iemand gemotiveerd is, of eventuele extra kansen). Hoe weet je dat ik je wel zou kunnen helpen? Welk verschil zou ik kunnen maken?

6.
Wat gebeurde er de eerste keer dat je het probleem had?  
Wat gebeurde er toen met jou?
Welke emoties waren daar toen bij?
Welke beslissing heb je toen genomen?
Welke gebeurtenissen hebben zich sinds dat moment afgespeeld?
Welke emoties waren daar toen bij? 

Voor elk van de gebeurtenissen die je net hebt genoemd: wat is de relatie tussen de gebeurtenis en de huidige situatie in jouw leven?

 

7.      
Hoe heb je tot nu toe kunnen overleven? (eventueel: hoe stabiliseer jij jezelf?)
Wat vertelt dat over jezelf, over jouw kwaliteiten?

Vertel eens, op welke dingen die je – ondanks dat probleem – hebt bereikt, ben je het meeste trots?

 

8.     
Vertel me eens over je ouders, broers, zussen, etc.        
Welke relatie is er tussen deze persoon/personen en jouw huidige situatie?         
Kun je me nog meer vertellen over je jeugd dat in relatie staat tot je probleem?
Vertel mij eens… van wie uit je gezin van herkomst heb je dit probleem zo goed kunnen leren? 

9.      
Wie zou jou kunnen steunen in het oplossen van jouw probleem?
Wie zou jou kunnen steunen bij het behalen van jouw doel?
Wie uit jouw systeem van herkomst kan jou steunen?

 

10.    
Wat zou de eerste kleine stap zijn die je kunt zetten om het doel te halen?
Welke stap zou je het eerste willen maken?        
Hoe graag wil je deze stap zetten?

 

11.    
Stel dat je dit probleem niet meer zou hebben, zou je dan een bepaald voordeel missen of gaan missen? (onderzoeksvraag naar een ander/achterliggend probleem).          Vertel mij eens… wat is de reden dat dit probleem aanwezig is… of wat is de bedoeling van dit probleem? (vragen naar de ecologie)

 

12.    
Stel dat we er vanuit gaan dat iedereen zelf de keuze maakt voor alles wat er gebeurd in zijn leven, wanneer zou jij dan de keuze gemaakt kunnen hebben om deze situatie te laten ontstaan? Waarom zou je de keuze gemaakt kunnen hebben? Vraag het eens aan jouw onbewuste, wat zou jouw onbewuste zeggen?

 

13.    
Is er nog iets, wat dan ook, dat ik vergeten ben te vragen en dat wel belangrijk voor je is? Is er iets anders, wat dan ook, waarvan jij vindt dat ik het moet weten?

 

Chunken is het organiseren van informatie in kleinere of juist grotere delen. Je hebt verschillende manieren om informatie te chunken: chunking up (omhoog chunken) betekent dat je informatie gaat veralgemeniseren. Je gaat naar een hoger abstractieniveau. Chunking down (omlaag chunken) betekent dat je informatie gaat detailleren. Je gaat naar een lager abstractieniveau. Bij lateraal chuncken ga je op zoek naar andere voorbeelden op hetzelfde niveau.

Upchunken gebruik je om verbanden en relaties te ontdekken, om vervolgens te kunnen relateren aan de huidige situatie. Je zoekt overeenstemming. Soms kunnen mensen verstrikt raken in details waardoor ze hun doel voorbij streven of het grotere geheel niet meer zien. Voorbeelden van upchunk vragen zijn:

  • Waar is dit een voorbeeld van…?
  • Met welke bedoeling…?
  • Voor welke doel…?
  • Waar maakt dit onderdeel van uit?

Downchunken levert details op en eindigt met iets dat geen enkel verband heeft met het oorspronkelijke grote deel. Je zoekt verschillen. Voorbeelden van downchunk vragen zijn:

  • Wat zijn voorbeelden hiervan?
  • Wat is specifiek…?
  • Waar is dit onderdeel van?

Lateraal chunken levert soortgelijke alternatieven op. Voorbeelden van lateraal chunk vragen zijn:

  • Waar lijkt dit op?
  • Wat is hieraan gelijk?

Blijf de vraag herhalen en kijk hoever je kunt gaan. Exploreer de hiërarchie van ideeën, het grotere geheel of de significante details, en ontdek meer ideeën en inzichten.

PRAKTISCHE TOEPASSINGEN VAN CHUNKING:

  • Het kunnen upchunken en downchunken kan zinvol zijn in onderhandeling, vergadering en bemiddeling. Veelal worden er gediscussieerd op een niveau waar we geen overeenstemming hebben. In zo’n geval kun je upchunken zolang totdat je overeenstemming hebt. Vervolgens kun je downchunken naar details op een snelheid waarbij je overeenstemming behoudt.
  • Het genereren van alternatieven. Het lateraal denken is voor veel mensen vaak nog niet zo eenvoudig. Om lateraal te kunnen chunken kan het zinvol zijn om eerst te upchunken en vervolgens te downchunken. Voorbeeld: je wilt van A naar B maar je wilt niet de auto gebruiken. Om alternatieven te generen, ga eerst upchunken: waar is het rijden in een auto een voorbeeld van? Een manier van transporteren. Chunk nu down door verschillende manieren van transporteren te genereren, bijvoorbeeld fietsen, lopen, tram, metro etc.
  • Motivatie en passie creëren voor je doel(en). Door te upchunken en te downchunken kun je je doel(en) realiseerbaar houden en tegelijkertijd voor gemotiveerd en gepassioneerd zijn.
  • Verveling voorkomen en overwinnen. Een reden dat we verveeld raken met iets is vaak omdat we verstrikt raken in details. Als jij een doel hebt waar je niet enthousiast over bent, stel jezelf dan een upchunk vraag. Voorbeeld: welk doel heb je met dit doel? Creëer een breder perspectief of een groter geheel. Een doel hebben waarbij je niet het grotere geheel ziet, kan erg demotiverend werken.
  • Omgaan met een overweldigend gevoel. Soms voelen we ons overweldigd door de situatie. Het kunnen downchunken is goed om meer een focus te krijgen of realistischer te worden. Hoe eet je een olifant? Hapje voor hapje.

In een NLP Practitioner en NLP Master Practitioner opleiding leer je herkaderen toepassen in allerlei situaties. Voor persoonlijke ontwikkeling van jezelf en/of anderen.

CHUNKING: PRAKTISCHE TOEPASSING
Upchunken en downchunken is zinvol in onderhandeling, vergadering en bemiddeling. Veelal worden er gediscussieerd op een niveau waar we geen overeenstemming hebben. In zo’n geval kun je upchunken totdat je overeenstemming hebt. Vervolgens kun je downchunken naar details op een snelheid waarbij je overeenstemming behoudt.

·       Het genereren van alternatieven. Het lateraal denken is voor veel mensen vaak niet zo eenvoudig. Om lateraal te chunken kan het zinvol zijn om eerst te upchunken en vervolgens te downchunken. Voorbeeld: je wilt van A naar B, maar je wilt niet de auto gebruiken. Om alternatieven te generen, ga dan eerst upchunken: waar is het rijden in een auto een voorbeeld van? Een manier van transporteren. Chunk nu down door verschillende manieren van transporteren te genereren, bijvoorbeeld fietsen, lopen, tram, metro etc.

 ·       Motivatie en passie creëren voor je doel(en). Door te upchunken en te downchunken kun je jouw doel(en) realiseerbaar houden en tegelijkertijd gemotiveerd en gepassioneerd blijven of worden.

 ·       Verveling voorkomen en overwinnen. Een reden dat we verveeld raken met iets, is vaak omdat we verstrikt raken in details. Als jij een doel hebt waar je niet enthousiast over bent, stel jezelf dan een upchunk vraag. Voorbeeld: welk doel heb je met dit doel? Creëer een breder perspectief of een groter geheel. Een doel hebben waarbij je niet het grotere geheel ziet, kan erg demotiverend werken.

 ·       Omgaan met een overweldigend gevoel. Soms voelen we ons overweldigd door de situatie. Downchunken is goed om meer een focus te krijgen of realistischer te worden. Hoe eet je een olifant? Hapje voor hapje.

 

CHUNKING
Chunken is het organiseren van informatie in kleinere of juist grotere delen

 

1.    Upchunken gebruik je om verbanden en relaties te ontdekken, om vervolgens te relateren aan de huidige situatie. Je zoekt overeenstemming. Je gaat naar een hoger abstractieniveau door te veralgemeniseren. Soms kunnen mensen verstrikt raken in details waardoor ze hun doel voorbij streven of het grotere geheel niet meer zien. Voorbeelden van upchunk vragen zijn: 

-       Waar is dit een voorbeeld van…?

-       Met welke bedoeling…?

-       Voor welke doel…?

-       Waar maakt dit onderdeel van uit?

 

2.    Downchunken levert details op en eindigt met iets dat geen enkel verband heeft met het oorspronkelijke grote deel. Je zoekt verschillen. Je gaat naar een lager abstractieniveau door specifieker te worden. Voorbeelden van downchunk vragen zijn:

-       Wat zijn voorbeelden hiervan?

-       Wat is specifiek…?

-       Waar is dit onderdeel van?

 

3.    Lateraal chunken levert soortgelijke alternatieven op. Voorbeelden van lateraal chunk vragen zijn:

-       Waar lijkt dit op?

-       Wat is hieraan gelijk?

 

Blijf de vraag herhalen en kijk hoever je kunt gaan. Exploreer de hiërarchie van ideeën, het grotere geheel of de significante details, en ontdek meer ideeën en inzichten.

NLP PRACTITIONER OPLEIDING & DETOX

Het opruimen van negatieve emoties, plaatsen van positieve doelen, verbeteren van communicatievaardigheden en weghalen van beperkende overtuigingen combineren met het reinigen van je lichaam. Het is nu – voor het eerst in Nederland – mogelijk!

WAT IS DETOX?

Je lichaam ontgiften van afvalstoffen wordt ook wel detoxen of ontslakken genoemd. Sapkuren is ook een veel gebruikte benaming. Ongemerkt stoppen wij allerlei soorten “gif” in ons lichaam. Ons dagelijkse eten kent heel veel voorbeelden. Suiker en alcohol zijn bekende voorbeelden van voedingsmiddelen die ons lichaam veel werk verschaffen om te verwerken en die ervoor zorgen dat afvalstoffen in ons lichaam ophopen. Een detox of ontslakkings kuur is niets meer dan je lichaam inwending te reinigen door de juiste voeding te eten, veel water te drinken en aan lichaamsbeweging te doen. Vaak wordt detox en yoga gecombineerd.

WAT IS DE NLP PRACTITIONER OPLEIDING?

Tijdens de 8 daagse intensieve NLP-training leer je alle vaardigheden en technieken die horen bij de NLP Practitioner opleiding. Het is de complete NLP-opleiding, afgesloten met het NVNLP-erkende certificaat. Tijdens de opleiding ga je o.a. werken met emoties, overtuigingen, doelen en communicatievaardigheden. Bekende NLP-technieken als SWISH (weghalen van ongewenste gewoontes), New Behaviour Generator (aanleren van goede gewoontes), Visual Squash (werken met incongruenties) en Fast Fobia (wegnemen van angsten en fobieen) zullen allen uitgebreid behandeld worden. Ook leer je de specifieke NLP-vaardigheden die ervoor zorgen dat je snel en verdiepend contact kunt aangaan met een ander.

DETOX NLP PRACTITIONER OPLEIDING

Een detox kuur of sapvasten is een uitdaging om te doen. Je kunt beperkende overtuigingen tegen komen als “ik moet nu gewoon eten”. Motivatie staat dan ook centraal wanneer je met succes wilt detoxen. Het is dus niet alleen het reinigen van je lichaam. Je hebt ook schone gedachten nodig. Een negatieve interne dialoog kan zeer beperkend werken. NLP & Detox is dan ook een prachtige combinatie. Je kunt de NLP-technieken direct gebruiken om de motivatie in je lichaam te blijven activeren.

Daarnaast werkt een detox ook energie-gevend. Tijdens een detox kunnen de meest briljante doelen gesteld worden. De trainers van UNLP hebben zelf jaren ervaring met sapkuren en detox. Samen met de ervaren detox-keukenbrigade is er een mooi sapvasten-programma samengesteld. Dagelijks worden gedurende de dag vier geweldig lekkere groente / fruitsappen geserveerd. Waarom vieze groentesappen drinken als ze ook ontzettend lekker kunnen zijn?  De sappen worden aangevuld door een lichte tussendoor-salade en een tarwegras- of gemberpowershot.

WAT LEVERT DE COMBINATIE DETOX & NLP JE OP?

  • Het geeft je meer energie
  • Je wordt expert in het stellen en behalen van doelen
  • Je lichaam wordt gezond en gezuiverd
  • Je negatieve emoties worden omgezet in positieve emoties
  • Het immuunsysteem wordt versterkt en verbeterd (minder vermoeid en minder snel ziek)
  • Je negatieve interne stemmetje wordt uitgezet
  • Je leert je lichaamsbeweging te gebruiken om in je kracht te komen
  • Minder huidproblemen, gezonde huid
  • Je krijgt meer kennis over voeding & superfoods
  • Je leert snel en diepgaand contact aan te gaan met anderen
  • Goed voor je lichaamsgewicht
  • Je leert hoe je thuis ook aan de slag kunt met je nieuwe leef- & eetpatroon
  • Je leert snel in positieve emoties te komen
  • Je lichaam wordt op een gezonde en effectieve wijze gezuiverd

Wil jij meedoen aan de Detox NLP Practitioner? Klik hier voor de praktische informatie!

Ben je al NLP Practitioner en wil je meedoen aan de Detox NLP Practitioner? Dat kan!
Vraag nu het review-tarief aan zodat jij erbij bent tijdens deze te gekke Body & Mind-reiniging!

HET KERSTVERHAAL VAN CHARLES DICKENS
A Christmas Carol is een eeuwenoud verhaal over een oude man, Scrooge, die in de nacht van Kerstmis wordt bezocht door Drie Geesten. Ze nemen hem mee op een emotionele reis naar zijn verleden, heden en toekomst.

Hij krijgt de verstrekkende consequenties te zien, te horen en vooral te voelen van het gedrag wat hij tot nu toe heeft vertoont.  Hij wordt geconfronteerd met het moment waar het mis is gegaan en de gevolgen daarvan.  Hij leert ook wat er gebeurt als hij dit zelfde gedrag blijft tonen in de toekomst.

De volgende morgen wordt Scrooge wakker en weet hij zijn negatieve gewoontes tijdig de rug toe te keren en gaat hij een leven leiden vol groei, voldoening en bijdrage.

 

DICKENS TECHNIEK
DEEL 1: DE EMOTIONELE GEVOLGEN VAN HET ONGEWENSTE GEDRAG

Stap 1: Kies een specifiek gedrag dat je graag wilt veranderen
Kies een negatief gedrag dat je graag zou willen veranderen. Iets dat je tot nu toe hebt gedaan en nog steeds (regelmatig) doet, maar eigenlijk liever niet doet. Bijvoorbeeld ongezond eten, weinig contact met vrienden, ongezonde relaties, weinig of niet bewegen of druk met allerlei onbelangrijke dingen in het leven.

 
Stap 2: Voel de gevolgen in het heden en verleden
Ga vervolgens staan,  sluit je ogen en denk aan en voel de gevolgen van dit gedrag. Welke gevolgen heeft dit ongewenste gedrag tot nu toe (gehad) op het gebied van relaties, financiën en gezondheid en in het geheel van voldoening en levensgeluk?  Waar heb je het meeste spijt van als gevolg van dit ongewenste gedrag? Terwijl je je ogen dicht hebt, ga je gedissocieerd terug het verleden in naar enkele situaties waar jij dit zo hebt ervaren.  Zodra je een situatie hebt bezocht, ga je weer door de tijd naar de volgende situatie, totdat jij denkt klaar te zijn voor de volgende stap.

Stap 3: Stap 5 jaar de toekomst in
Ga door de tijd naar 5 jaar de in toekomst, naar een willekeurige situatie waar dit ongewenste gedrag nog steeds aanwezig is.

Wat kost het je? Wat kost het je op het gebied van relaties, jouw partner, kinderen, vrienden en jezelf? Hoe is jouw gezondheid, relaties, financiën enzovoort, als gevolg van dit ongewenste gedrag? Zie het, hoor het en voel het.

Stap 4: Voel de negatieve gevolgen over 10 jaar
Ga door de tijd naar een situatie 10 jaar de toekomst in. Wat kost het je?

Stap 5: Voel de negatieve gevolgen over 20 jaar
Ga door de tijd naar een situatie 20 jaar de toekomst in. Wat kost het je?

Stap 6: Terug naar het heden
Kom nu terug in het heden en realiseer je dat dit allemaal nog niet is gebeurd. Je hebt de mogelijkheid om het te veranderen.

Stap 7: Verander je fysieke houding
Verander je fysieke houding volledig. Beweeg alsof je je volledig energiek, krachtig en gepassioneerd voelt. Adem zoals je dan ademt, praat zoals je dan praat, maak gebaren zoals je die zou maken wanneer je in deze positieve emotie zit.

DEEL 2: DE EMOTIONELE GEVOLGEN VAN HET GEWENSTE GEDRAG

Stap 1: Kies het gewenste gedrag
Beslis welk gedrag je wil hebben en schrijf dit op. Wat je wil doen of wat wil je hebben, maar is tot nu toe nog niet gebeurd? Let op: schrijf niet op wat je niet wil hebben, maar wat je wel wilt hebben!  Bijvoorbeeld regelmatig bewegen, goede contacten onderhouden met vrienden, gezond eten of voldoende tijd besteden aan de belangrijke dingen in het leven. Omschrijf het gewenste gedrag positief. Sluit de ogen en denk na over hoe dit nieuwe gedrag of het bereikte doel jouw leven positief zal veranderen. Hoe gelukkig zal je zijn? Hoe succesvol zal je zijn op het gebied van werk, relaties, gezondheid en emoties? 

Stap 2: Voel de positieve gevolgen over 5 jaar
Stap 5 jaar de toekomst in met dit nieuwe gedrag. Hoe is jouw leven anders als je je doel bereikt?

Stap 3: Voel de positieve gevolgen over 10 jaar
Stap 10 jaar de toekomst in. Waar ben je nu?

Stap 4: Voel de positieve gevolgen over 20 jaar
Stap nog 10 jaar verder de toekomst in. Waar ben je nu?

Tot slot:
vergelijk beide scenario´s (deel 1 en 2) en beslis welk gedrag jij kiest om de werkelijke toekomst mee in te gaan.

 

DISNEY STRATEGIE: NLP TECHNIEK

KAMERS…..

Walt Disney is een begrip binnen de wereld van entertainment. De heer Walt Disney was een bijzonder persoon en heeft met behulp van zijn uitzonderlijke creatieve vaardigheden een gigantisch tekenfilm imperium opgezet. Het was zijn manier van denken, die opvallend en uitzonderlijk was. Hij stond erop dat zijn medewerkers meegingen in zijn denkwijze om zo als geheel team creatieve prestaties neer te zetten. Wat deed hij? Hij ging van kamer naar kamer. In totaal 3 kamers.
 

Kamer 1: dit was de plaats waren dromen werden gedroomd. Hier kwamen ideeën tot stand en werden ze geuit. Geen beperkingen, geen grenzen. Elk idee, hoe gek of onhaalbaar ook, werd hier in alle vrijheid ontwikkeld.

Kamer 2: hier werden de dromen van kamer 1 gecoördineerd, gebruikmakende van een storyboard.

Kamer 3: ook wel de “zweethut” genoemd. In een kleine kamer onder de trap kwam het hele team bijeen om het project kritisch te beschouwen.

Vervolgens kwam het idee weer terug in kamer 1 zodat het werk werd voortgezet. Als het idee kamer 3 niet had overleefd, dan stopte het proces daar. Als vanuit kamer 3 er een akkoord was, kon de productie beginnen.

Robert Dilts heeft Disney gemodelleerd en zijn onbewuste bekwaamheden in kaart gebracht en toegankelijk gemaakt voor een ieder die daar gebruik van wil maken: individuen, teams of organisaties.


DRIE GEMOEDSTOESTANDEN: DROMER / DOENER / CRITICUS

DROMER: WILLEN

·       Waarom doe je dit?

·       Wat is het doel?

·       Wat zijn de vruchten?

·       Hoe zal je weten dat je ze hebt?

·       Waar wil je in de toekomst zijn?

·       Wie wil je zijn of op wie wil je lijken?

·       Welke verscheidenheid aan onderwerpen wil je in aanmerking laten komen?

·       Welke elementen van deze onderwerpen wil je exploreren?

 

REALIST/DOENER: HOE

·       Wat zal ik doen?

·       Wie is er allemaal bij betrokken?

·       Wanneer zal elke fase uitgevoerd worden?

·       Wanneer zal het overkoepelende doel worden bereikt?

·       Waar zal elke fase worden uitgevoerd?

·       Hoe zal het idee specifiek worden uitgevoerd?

·       Hoe zal ik weten wanneer het doel is bereikt?


CRITICUS: HOE

·       Hoe passen alle elementen in en bij elkaar?

·       Welke elementen lijken uit balans?

·       Welke onderdelen passen niet in het algehele doel van het project?

·       Welke onderdelen van het project zijn (nog) niet genoeg ontwikkeld?

·       Wat is (on)mogelijk binnen het gestelde tijdskader?

·       Waarom is elke stap noodzakelijk?

 

DISNEY EN METAPROGRAMMA´S

  

                                        Dromer                  Realist                   Criticus

 

Voornaamste vraag:          Wat?                      Hoe?                      Waarom?

 

Voorkeur van benadering: Visie                       Actie                       Logica

 

Motivatie:                          Naar toe                 Naar toe                 Weg van

 

Tijdskader:                        Lange termijn          Middellang termijn          Korte termijn

 

Referentie:                        Intern                      Extern                    Extern

 

Vergelijking:                      Match                     Match                     Mismatchen

 

 

FYSIOLOGIE VOOR DE DISNEY STRATEGIE 

Dromer:

Hoofd en ogen – omhoog (ogen richting de Vc kant)

Lichaamshouding is symmetrisch en ontspannen

 

Realist/Doener:

Hoofd en ogen – recht vooruit (ogen richting de K-kant)

Lichaamshouding is symmetrisch en gecentreerd

 

Criticus:

Ogen naar beneden (ogen richting Ad kant)

Hoofd naar beneden

DISNEY TECHNIEK

 

Stap 1: Bepaal vanuit een Metapositie de drie plaatsen in de ruimte voor de dromer, de Realist/Doener en de Criticus.

Stap 2: Anker de verschillende posities.

a.    Ga terug naar een situatie of periode in jouw leven waarin je heel creatief was, allerlei ideeën had of onbeperkt droomde of fantaseerde. Bijvoorbeeld over de toekomst of een bepaald project of plan. Stap op de locatie van Dromer en herbeleef de situatie opnieuw.

b.    Ga terug naar een situatie of periode in jouw leven waarin je realistisch bezig was om een plan, idee of gedachte concreet uit te voeren.


c.     Ga terug naar een situatie of periode in jouw leven waarin je goed kon mismatchen, een plan (constructief) kon bekritiseren of mogelijke knelpunten kon identificeren.

Gebruik in alle drie de situaties zoveel mogelijk beelden, geluiden en gevoelens zodat je zo volledig mogelijk terug komt in de ervaring.


Stap 3: Bepaal een doel wat je wil bereiken (vanuit een onafhankelijke positie) en vervolgens stap op de positie van Dromer. Zie jezelf in een geweldige film terwijl je jouw doel aan het bereiken bent. Onthoud: in films kan alles, dus geen belemmeringen. P maakt indien gewenst aantekeningen voor S.


Stap 4:
Stap op de positie van Realist. Neem het gedroomde vanuit stap 3 mee in deze stap en zie het geheel als een (teken)film. Beoordeel de logische opeenvolging van de verschillende gebeurtenissen.


Stap 5: Stap op de positie van Criticus. Ga na wat er nog ontbreekt, wat er nog nodig is. Formuleer de bevindingen in “waarom-vragen”. P let erop dat S het plan of project bekritiseert, niet de Dromer.

Stap 6: Wanneer er voldoende informatie is verkregen en het is helder welke vraagstukken worden meegenomen naar de Dromer, nodigt P S uit om naar de positie van Meta of Dromer te stappen. S stapt wederom in de positie van Dromer en bedenkt creatieve oplossingen voor de vragen die de Criticus heeft geformuleerd.

Stap 7: Herhaal stappen 3 tot 5 net zolang tot er congruentie tussen de drie posities optreedt.

 

Stap 8: P kijkt met S naar het proces en de voortgang van het project of plan.

 

EEN PAAR AANTEKENINGEN VOOR DEZE TECHNIEK

1.    Wees volledig geassocieerd in elke positie

Zodra P op een positie stapt van Dromer, Realist of Criticus is P ook daadwerkelijk Dromer, Realist of Criticus. Pas daarbij de fysiologie aan, de eventuele interne dialogen, alsmede de beelden, geluiden en gevoelens.

 

2.    Programmer begeleidt

Als Programmer zorg je ervoor dat S zich volledig richt op het proces. Eventuele aantekeningen worden gemaakt door P.  Daarnaast let P op de fysiologie van S om hem of haar nog beter in zijn of haar rol te laten komen.

 

3.    Disney strategie is een techniek van delen

Respecteer elke deelpersoonlijkheid. Als Dromer spreek je het vermogen tot dromen volledig aan. Als Realist spreek je het realistische deel aan en als Criticus bekritiseer je het plan, niet jouw deelpersoonlijkheid. Alle drie de deelpersoonlijkheden zijn van onmiskenbare waarde.

DOWNTIME EN UPTIME
Onze innerlijke wereld omvat een spectrum van denken. Aan de ene kant van het spectrum denken en gedragen we ons richting de externe wereld, met een externe focus en alertheid. Aan de andere kant van het spectrum zijn we bezig met onze eigen gedachten, dagdromen en innerlijke wereld. Dit spectrum wordt aangegeven met respectievelijk uptime en downtime.


Intern en extern
In downtime ben je volledig met jezelf bezig. In uptime ben je met al je zintuigen naar buiten gericht. We wisselen voortdurend van downtime naar uptime en terug. Als je in de auto zit en in een voor jou onbekende omgeving rijdt, ben je uptime.

Het luisteren naar de radio, terwijl je gedachten afdwalen naar zonnige oorden betekent dat je downtime bent. Het is belangrijk om een goede balans tussen downtime en uptime te kennen, zodat je een volledige focus kunt hebben in de externe wereld (uptime) en ontspannen kunt voelen wanneer je gericht bent op je interne wereld (downtime).

Interne dialoog
Denk maar eens aan jouw interne dialoog. Hoe vaak heb je wel niet hele gesprekken in jezelf, compleet met geluiden, beelden en gevoelens? Bekijk dit voorbeeld scenario: Laatst dacht ik mijn sleutels te zijn vergeten van het huis. In die paar seconden had ik alle rampscenario’s in mijn hoofd laten afspelen en had ik volledig in de stress kunnen zijn. Ware het niet dat ik me bewust werd van wat ik aan het doen was. Op dat moment dacht ik aan iets leuks in mijn leven en hierdoor veranderde mijn stemming naar opgewekt.

Bewust wording
Je bewust worden van uptime en downtime helpt je om je beter te concentreren en meer productief te zijn. Meer focus krijgen in uptime kun je oefenen, door een paar keer per dag je werkelijk bewust te worden van de externe omgeving. 

Word je bewust van alles om je heen: mensen, dingen, dieren. Let op een gesprekspartner: de stem, fysiologie, stemming, etc. Word je bewust van de geuren in je omgeving, het schilderij aan de muur of de kopjes op tafel. Let op de vorm van de kopjes, de kleuren, de geur, smaak, materiaal, etc.

Meer ontspannen in downtime kun je ook oefenen. Mediteer elke dag  5 tot 10 minuten, bijvoorbeeld door middel van een cd begeleide meditatie. Een “powernap” is ook een ultiem voorbeeld van downtime. Oefen met visualiseren en zorg ervoor dat je die visualisatie zo rijk mogelijk maakt en verwerk beweging, kleur, geur, smaak, gevoelens, en geluiden erin.

FAST FOBIA PROCES
Rolverdeling: S = Subject, P = Programmer en M = Meta Tijd: 20 minuten per persoon, totaal 60 minuten

1.    Denk aan de fobie of fobieachtige respons.

2.    Vraag aan je onderbewustzijn om uit die gebeurtenis alle nuttige, creatieve mogelijkheden die je tot hiertoe nog niet benut zou hebben, uit te filteren en op een veilige plaats weg te bergen. Zo gaan ze niet verloren en zijn ze op een gewenst moment toegankelijk. Denk aan ‘een van de vroegste herinneringen’ van deze fobie.

3.    P tegen S: “Beeld je in dat je ontspannen in een lege bioscoopzaal zit in de middelste stoel op de voorste rij. Op het filmdoek zie je een zwart-wit stilstaand beeld voor je, nog ruim voor de fobische reactie, op het moment dat alles nog goed is. Je kijkt dus naar een stilstaand beeld van jouw jongere zelf op het moment dat alles nog goed is, vlak voor de fobische reactie plaatsvond.” Dit is een belangrijke stap, waarbij nauwkeurige kalibratie essentieel is: voorkom dat S een fobische reactie vertoont. Wanneer dit toch gebeurt, verander dan het plaatje bijvoorbeeld door te beginnen met een plaatje die niet of nauwelijks geassocieerd wordt met de fobie. Vervolgens langzaam pacing en leading.  

4.    Laat S nu naar de projectiekamer achter zich zweven, zodat hij zichzelf kan zien zitten in het hier en nu in de bioscoopzaal. P zegt tegen S: “Kijk nu vanuit de projectiekamer naar jezelf (naam van subject), in de bioscoopstoel, die naar een stilstaand en zwart-wit beeld zit te kijken van jouw jongere zelf (naam van het jongere subject).” Je spreekt af dat de subject die in de projectiekamer staat, dadelijk het beeld in beweging gaat zetten en dat de subject die in de bioscoop zit, “stop” zegt als de jongere zelf door die ervaring is gegaan. “Wanneer jij er klaar voor bent, zet je de zwart-film in beweging en laat je de film afspelen. Terwijl dit gebeurt, kijk jij naar jezelf die naar zichzelf zit te kijken. Ga je gang.

5.    P tegen S: “Bevries het laatste beeld. Stap in je eigen beeld (geassocieerd), laat de kleuren er terug in vloeien, draai de film dubbele snelheid en beweeg je (geassocieerd met de film) achteruit naar het begin toe op normale snelheid.”

6.    P tegen S: “Zodra je weer aan het begin van de film bent, ga je direct terug naar het einde van de film en stap je weer in jezelf. Draai de film 3x zo snel terug terwijl je achteruit mee beweegt naar het begin toe.”

7.    Herhaal stap 6, elke keer een stuk sneller dan de keer daarvoor. Totaal 5-10 keer herhalen.

8.    Test: laat S proberen om de fobische reactie uit te lokken. 

 

Fritz Perls - psychiater en psychotherapeut, grondlegger van de Gestalt-therapieFritz Perls (1893-1970) was een vooraanstaand psychiater en psychotherapeut, grondlegger van de Gestalt-therapie en werkte samen met onder andere psychoanalytic Karen Horney en grondlegger van de Bio-energetica Wilhelm Reich.

Mede-grondlegger van NLP, Richard Bandler redigeerde in zijn studietijd transcripts van lezingen en workshops van Perls, o.a. voor het boek ‘Eye Witness to Therapy’ (1973). In die rol woonde student Bandler regelmatig sessies bij van Perls om zodoende gesproken teksten op te schrijven en te redigeren. Op basis van hetgeen Bandler zag besloot hij zelf Gestalt therapie sessies te geven, daarbij gebruikmakend van de taalpatronen van Perls. Alvorens dit te doen, stapte Bandler naar (assistent) hoogleraar John Grinder toe met het voorstel om de (onbewuste) patronen van Perls in kaart te brengen. Vervolgens nam Grinder enige tijd deel aan Bandler’s groepssessies deel en gaat in 1974 een samenwerkingsverband met Bandler aan. Samen maken ze een taalkundig model van de taalpatronen van Fitz Perls. En daarmee begint NLP.

In de volgende zeven jaar bestuderen Grinder en Bandler samen de gedrags- en denkpatronen van diverse effectieve psychotherapeuten, onder wie Virginia Satir en Milton Erickson. Fritz Perls is in de beginjaren van NLP gemodelleerd door Richard Bandler en John Grinder en werd daarmee een belangrijke inspiratiebron voor diverse NLP technieken, modellen en vaardigheden. De Gestalttherapie (zo genoemd naar ‘Gestalt’, het Duitse woord voor ‘geheel’ of ‘verschijningsvorm’) richt zich vooral op wat iemand in het hier-en-nu beleeft. Ook het uiten van tegenstrijdige verlangens, het verwerpen van sociale rollen en het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag, zijn typerend voor de aanpak van een Gestalttherapeut. In plaats van mee te gaan of zelfs opgeslokt te worden in het verhaal of strategie van de client, daagde Perls de client uit om zichzelf te her-ontdekken en bewust te worden van zijn of haar wereldmodel.

INTERESSANTE QUOTES VAN FRITZ:

  • Anxiety is excitement minus oxygen”
  • I am not in this world to live up to other people’s expectations, nor do I feel that the world must live up to mine”
  • Our dependency makes slaves out of us, especially if this dependency is a dependency of our self-esteem. If you need encouragement, praise, pats on the back from everybody, then you make everybody your judge”
  • The neurotic person cannot appreciate himself, so he tears himself to pieces to get the world to appreciate him”

BIJDRAGEN AAN NLP

In onderstaane video’s zie je een fragment van de werkwijze van Fritz Perls. Wellicht herken je de volgende patronen die overeenkomst tonen met NLP:

  • De nadruk binnen Gestal-therapie is op het proces in plaats van op inhoud (content), alsmede non-verbale signalen. Deze onbewuste signalen zijn veel minder beinvloedbaar door de client en daardoor minder of nauwelijks onderhevig aan bewuste misleiding.
  • Vooral het hier-en-nu is van belang en wordt door de coach/therapeut mee gewerkt. Het verleden alsmede de toekomst is belangrijk, maar wordt altijd gekoppeld aan de realiteit zoals die in het heden wordt gecreeerd.
  • De client krijgt geen (volledige) uitleg over wat er in de therapie plaatsvindt. Het gaat erom dat de client leert om toegang te krijgen tot zijn/haar hulpbronnen en kan leven naar maximale potentieel.
  • Ziektewinst: wat is het voordeel van de aandoening, het probleem of de symptomen?
  • Het belang van het kunnen observeren van nonverbaal gedrag, om erachter te komen wat mensen echt (onbewust) bedoelen, voelen en denken
  • Bij jezelf zintuigelijk kunnen waarnemen in plaats van introspectie als bron van bewustzijn.


BIBLIOGRAFIE


Gregory Bateson - NLP anoloogGregory Bateson
(1904-) was een antropoloog, linguist en bioloog. Zijn bekendste werken zijn Steps to an Ecology of Mind (1972) en Mind and Nature (1979). Belangrijke NLP modellen die gebaseerd zijn op het werk van Bateson zijn onder andere Neurologische niveaus (later uitgewerkt door Robert Dilts) en Double Binds.

Een double bind is een emotioneel dilemma in communicatie waarbij een of meerdere boodschappen van een persoon of groep in conflict zijn. Het is een situatie waarin een individu of groep boodschappen ontvangt waarbij de ene boodschap de andere ontkent. Met andere woorden, het adequaat reageren op de ene boodschap, betekent het in gebreke blijven van de andere boodschap en omgekeerd. Het gevolg van een double bind is dat de betrokkene die in een double bind verwikkeld is, automatisch fout zit. Eenvoudig gezegd: wat je ook doet, je doet het fout. Als je X doet, verlies je. Als je X niet doet, verlies je ook. 

De man die het altijd fout doet. Of ‘ie nu wel een bloemetje meeneemt of niet. Het is nooit goed. Als hij wel een cadeautje meeneem, voelt hij zich niet goed genoeg omdat zij denkt dat hij iets goed te maken heeft. Als hij geen cadeautje meeneem, voelt hij zich niet goed genoeg omdat zij dan zegt dat hij niet om haar geeft.”

Een vrouw die niets goed lijkt te kunnen doen bij haar man. Ze wordt emotioneel en fysiek mishandeld. Zo heeft ze als taak om zijn spullen op te ruimen. Als ze dit niet snel genoeg doet, dan wordt ze fysiek en mentaal vernederd en neergezet als “nietsnut”. Doet ze het wel snel genoeg, dan wordt ze ook fysiek en mentaal vernederd en ook neergezet als “nietsnut”.

Vrouw zit altijd te zeuren over de sokken van de man. En als het niet de sokken zijn, dan zijn het wel de onderbroeken. En ruimt ‘ie wel op, dan is ‘ie geen echte man.

HERKADEREN

VERBAAL HERKADEREN: DRIE TYPES

1.             Context-herkadering 

2.             Betekenis-herkadering 

3.             Inhouds-herkadering


CONTEXT-HERKADERING
Context-herkadering betekent dat je een ervaring of gedrag neemt die in eerste instantie vervelend, pijnlijk of ongewenst is. Dan laat je zien hoe dezelfde ervaring of gedrag positief is in een andere context. Een werknemer die geen risico’s durft te nemen, pietje precies en een controlefreak is, zal niet goed functioneren als manager, maar is uitstekend op zijn plek als accountant of controller.

Inhoud / gedrag blijft hetzelfde, verander de context (tijd/plaats/etc.). Stel jezelf de vraag:

“In welke context / situatie zou dit gedrag (wel) gepast of geschikt zijn of een positieve betekenis krijgen?”

BETEKENIS-HERKADERING
Betekenis-herkadering betekent het veranderen van de betekenis van exact dezelfde situatie. Je gaat op zoek naar de positieve bedoeling van het gedrag. Bij een moeder die zich voortdurend zorgen maakt om haar kind, kun je opmerken dat ze dat uit liefde voor haar kind doet. Of je partner praat non-stop. Na betekenis-herkadering zou je kunnen zeggen dat hij een intelligent persoon is die veel heeft te vertellen.

Inhoud / gedrag blijft hetzelfde, door middel van “upchunken* verandert de betekenis. Stel jezelf vragen zoals:

“Wat kan dit gedrag nog meer betekenen?”

“Welke positieve bedoeling zou er achter dit gedrag kunnen zitten?”

“Wat heeft deze persoon (nog) niet opgemerkt waardoor een andere betekenis ontstaat en haar respons anders zal zijn?” 

INHOUDS-HERKADERING
Inhouds-herkadering is het veranderen van de inhoud, bijvoorbeeld door het veranderen van de submodaliteiten. Je verandert de manier waarop je iets ziet, hoort of ervaart. Een vervelende ervaring die recht voor je staat, groot, in kleur en bewegend verandert van impact wanneer je hetzelfde beeld stil zet, in zwart-wit, klein en rechtsonder in de hoek plaatst.  

VERBAAL HERKADEREN: HOE DOET JE DAT?
Er zijn verschillende mogelijkheden om verbaal te herkaderen. Bijvoorbeeld de volgende uitspraak: “Het gaat slecht met mijn studie en ik voel me verdrietig”.

-       Generaliseren: misschien voel je je over het algemeen wat verdrietig, maar op je studie is niets aan te merken.

-       Eigen verantwoordelijkheid benadrukken: misschien maken die gedachten je juist verdrietig.

-       Vragen naar waarden of criteria: wat is het belangrijkste van de studie dat volgens jou slecht gaat? 

-       Van doelstelling veranderen: misschien is het goed voor je om van studie te veranderen of te stoppen. 

-       Je een ander doel stellen: misschien kun je er iets (van) leren? 

-       Een metafoor aanbieden: het lijkt een beetje op leren lopen… 

-       De situatie herdefiniëren: dit verdriet duidt er waarschijnlijk op dat je gefrustreerd bent, omdat er op jouw opleiding te hoge eisen aan je worden gesteld. 

-       Downchunken: met welke onderdelen van de studie gaat het dan slecht? 

-       Upchunken: hoe voel je je over het algemeen? 

-       Voorbeelden van het tegenovergestelde: is het ooit slecht gegaan met deze studie zonder dat je daar verdrietig van werd? 

-       Positieve intentie: daaruit blijkt dat je deze studie serieus opvat. 

-       Een tijdskader aanbrengen: hoe lang duurt dit semester nog? 

Herkaderen betekent niet dat je de wereld door een roze bril bekijkt, zodat je denkt dat alles ‘eigenlijk’ goed is. Problemen verdwijnen niet vanzelf; ze moeten worden uitgewerkt en opgelost, maar naarmate je ze van meer kanten kunt benaderen, wordt de oplossing eenvoudiger.


HERKADEREN WOORDENLIJST
afzwakken intensiteit

 

VERLAMMEND

VERSTERKEND

 

 

absurdè

vernieuwend

afgewezenè

aan het leren

afgewezenè

over het hoofd gezien

afgewezenè

ondergewaardeerd

afgewezenè

niet begrepen

angstigè

een beetje bezorgd

angstigè

in contact met je gevoel

bangè

opgewonden

bang è

leergierig

bangè

ongemakkelijk

beledigdè

niet begrepen

beschaamdè

zelfbewust

depressiefè

kalm voor de actie

depressiefè

niet onder controle

doodmoeè

aan het opladen

doodmoeè

hangerig

doodmoeè

voldaan

doodsbenauwdè

uitgedaagd

droevigè

mijn gedachten aan het ordenen

te drukè

energiek

te drukè

staat midden in het leven

eenzaamè

ter beschikking

eenzaamè

tijdelijk alleen

furieusè

knorrig

furieusè

hartstochtelijk

gapenè

ontspannen

gefrustreerdè

uitgedaagd

gefrustreerdè

gefascineerd

geïrriteerdè

gestimuleerd

gespannenè

druk bezig

gespannenè

energiek

gierigè

zuinig

hatenè

voorkeur geven aan

jaloersè

benijden

kapotè

tegenslag

kwaadè

ontstemd

kwaadè

sikkeneurig

luiè

ontspannen

luiè

energie aan het verzamelen

mislukkingè

feedback

mislukkingè

aan het leren

mislukkingè

nieuwe informatie

moeilijkè

uitdagend

nee zeggen (tegen iemand anders)

ja zeggen (tegen jezelf)

nerveusè

gezonde spanning

ongeduldigè

nieuwsgierig

ongeduldigè

verwachtingsvol

overvolè

ruime animo

overweldigdè

uitgedaagd

pijnlijkè

ongemakkelijk

stomè

aan het ontdekken

stomè

aan het leren

teleurgesteldè

andere verwachtingen

troepè

gezonde chaos

twijfelenè

weloverwogen keuze maken

verwardè

aan het leren

verwardè

klaar voor de volgende fase

verlorenè

zoekende

vervelendè

spontaan

Positieve Herkadering

gierig                  ->                 spaarzaam, verantwoordelijk

vervelend           ->                 spontaan

afgewezen         ->                 niet begrepen

angstig               ->                  in contact met je gevoel

depressief          ->                 aan het opladen

doodmoe            ->                 voldaan

furieus                ->                 uitgedaagd, energiek

ongeduldig         ->                 nieuwsgierig, vragend

verward              ->                 klaar om door te gaan 

lui                        ->                 kunnen ontspannen

onzeker              ->                 goed willen doen

 

HERKADEREN WOORDENLIJST
versterken intensiteit

 

OKAY

GEWELDIG

 

 

aantrekkelijk

prachtig

aardig

fantastisch

aardig

spectaculair

aardig vinden

waarderen

alert

energiek

blij

dolgelukkig

fijn

ongelooflijk

geïnteresseerd

betoverd

gelukkig

extatisch

gelukkig

ongelooflijk gezegend

gemotiveerd

toegewijd aan

gemotiveerd

gedreven

gestimuleerd

opgeladen

geweldig

uitbundig

geweldig

fenomenaal

goed

geweldig

goed

levendig

interessant

diep getroffen

kalm

sereen

krachtig

onoverwinnelijk

leuk

fantastisch

liefdevol

hartstochtelijk

niet slecht

het kon niet beter

okay

geweldig

okay

fantastisch

okay

fenomenaal

opgewonden

extatisch

opgewonden

vurig

perfect

buitengewoon

plezierig

onvergetelijk

slim

begaafd

smakelijk

heerlijk

snel

explosief

sterk

onoverwinnelijk

vastberaden

niet te stuiten

vindingrijk

briljant

vol zelfvertrouwen    

niet te stoppen

 

Herkadering kent verschillende vormen. Eén daarvan gaat als volg: wanneer je gaat herkaderen dan wil je dat de intensiteit van het één afneemt door het woord taalkundig te vervangen door een woord dat eenzelfde soort betekenis heeft, echter, het heeft minder “zwaarte”: 

gierig → spaarzaam, verantwoordelijk

vervelend → spontaan

angstig → in contact met je gevoel

depressief → aan het opladen

doodmoe → voldaan

furieus → uitgedaagd, energiek

ongeduldig → nieuwsgierig, vragend

verward → klaar om door te gaan

lui → kunnen ontspannen

onzeker, zenuwachtig → goed willen doen

In een NLP Practitioner en NLP Master Practitioner opleiding leer je herkaderen toepassen in allerlei situaties. Voor persoonlijke ontwikkeling van jezelf en/of anderen.

John Grinder - NLP Grondlegger

John Thomas Grinder (Detroit (Michigan), 10 januari 1940) is een Amerikaanse anglist, linguïst en onderzoeker die samen met Richard Bandler grondlegger is van NLP. Grinder studeerde anglistiek aan de Universiteit van Californië, Santa Cruz (UCSC) aan het begin van de 60er jaren van de 20e eeuw. Daar, maar ook later in zijn academische carrière werkte hij aan Noam Chomsky’s transformationele grammatica, met als specialisme ‘zinsopbouw’. Daarna ging hij in militaire dienst waar hij diende als kapitein bij de Special Forces van het Amerikaanse leger in Europa gedurende de koude oorlog. Aan het eind van de 60er jaren keerde Grinder terug naar school om linguïstiek te studeren en in 1972 promoveerde hij aan de Universiteit van Californië, San Diego op het proefschrift On Deletion Phenomena in English language. Aan het begin van de 70er jaren werkte Grinder in het laboratorium van George A. Miller aan de Rockefeller Universiteit in New York City, toen hij werd benoemd tot assistent-professor in de linguïstiek aan de UCSC. In 1972 werd hij daar benaderd door de psychologie-student Richard Bandler, die bezig was met de leiding van een studiegroep Gestalttherapie, om eraan deel te nemen als supervisor. Bandler had veel tijd gestoken in het opschrijven van opnames van Fritz Perls, grondlegger van de Gestalttherapie, die hij en passant had geleerd. Zo begonnen ze samen in eerste instantie vooral de non-verbale communicatie te onderzoeken.

Na Fritz Perls volgde de toonaangevende gezinstherapeut Virginia Satir, en later de toonaangevende hypnosewetenschapper in de psychologie Dr. Milton H. Erickson. Grinder en Bandler modelleerden de verschillende cognitieve gedragspatronen van deze therapeuten en publiceerden dit in The Structure of Magic Volumes I & II (1975, 1976), Patterns of the Hypnotic Techniques van Milton H. Erickson, Volumes I & II (1975, 1977) en Changing With Families (1976). Dit werk vormde de basis van de methodologie die de oprichting betekende van NLP.

John Grinder heeft samen met Carmen Bostic St. Clair een nieuwe school van NLP ontwikkeld, genaamd New Code NLP. In maart 2013 verzorgde hij in Nederland een 4-daagse New Code opleiding waarbij diverse van UNLP trainers aanwezig waren als coach.

BIBLIOGRAFIE

  • Bandler, Richard & John Grinder, The Structure of Magic I: A Book About Language and Therapy, Palo Alto, CA: Science & Behavior Books., 1975a, ISBN 0831400447
  • Bandler, Richard & John Grinder, The Structure of Magic II: A Book About Communication and Change, PaloAlto, CA: Science & Behavior Books, 1975b, ISBN 0-8314-0049-8
  • Grinder, John, Richard Bandler, Patterns of the Hypnotic Techniques of Milton H. Erickson, M.D. Volume I, Cupertino, CA :Meta Publications, 1976, ISBN 1555520529
  • John Grinder, Richard Bandler, Judith Delozier, Patterns of the Hypnotic Techniques of Milton H. Erickson, M.D. Volume II, Cupertino, CA :Meta Publications, 1977
  • John Grinder, Richard Bandler, Frogs into Princes: Neuro Linguistic Programming, Moab, UT: Real People Press, 1979, ISBN 0-911226-19-2
  • Grinder, John and Richard Bandler, Trance-Formations: Neuro-Linguistic Programming and the Structure of Hypnosis, Moab, UT: Real People Press, 1981, ISBN 0-911226-23
  • Grinder, John and Richard Bandler, Reframing: Neurolinguistic programming and the transformation of meaning, Moab, UT: Real People Press, 1983, ISBN 0-911226-25-7
  • Grinder, John & Judith DeLozier, Turtles All the Way Down: Prerequisites to Personal Genius, Scots Valley, CA: Grinder & Associates, 1987, ISBN 1-55552-022-7
  • Grinder, John, Michael McMaster, Precision, ScotsValley, CA: Grinder & Associates, 1993, ISBN 1-55552-049-9
  • Charlotte Bretto Milliner (ed.), John Grinder (ed.) and Sylvia Topel (ed.), Leaves before the Wind: Leading Edge Applications of NLP, Scots Valley, CA: Grinder & Ass, 1994
  • Grinder, John & Carmen Bostic St Clair, Whispering in the Wind , CA: J & C Enterprises, 2001, ISBN 0-9717223-0-7
  • Grinder, John, Carmen Bostic St Clair, Tom Malloy, RedTail Math: the epistemology of everyday life


KALIBREREN/ ZINTUIGLIJKE WAARNEMING
Zoals je hebt gezien in het communicatiemodel, nemen we de wereld niet waar zoals die is. Met andere woorden; de externe gebeurtenis is niet gelijk aan de interne voorstelling en hetgeen we via woorden naar buiten brengen. Alles wat wij waarnemen is dus een interpretatie. De wereld zien zoals die is - zonder deze te filteren met je eigen generalisaties, vervormingen en weglatingen - begint met zintuigelijke scherpzinnigheid. 

Observatie zonder interpretatie
Kalibreren is een ander woord voor ‘ijken’. Het is een belangrijke vaardigheid binnen NLP. Een goed opgeleide NLP Practitioner heeft geleerd hoe zij het contrast kan waarnemen tussen een toestand vóór en de toestand na een NLP interventie. Op deze manier kan de NLP Practitioner vaststellen of er tussentijds iets is veranderd. Kalibreren betekent dat je zeer gedetailleerd minimale non-verbale signalen kan observeren zonder te interpreteren. 

Kalibreren is niet eenvoudig. Het gevaar bestaat namelijk dat je eigen invullingen doet. Om goed te kalibreren moet je gedurende lange tijd observeren. Wanneer soortgelijk gedrag vaker voorkomt, kun je concluderen dat de persoon kennelijk dezelfde bijbehorende emotionele toestand ervaart. Bijvoorbeeld: een rode kleur van woede, verandering in ademhaling als men liegt, ‘tevreden’ versus ‘ontevreden’. 

NON-VERBALE INDICATOREN
Lichaamstaal en lichaamsbewegingen zijn uitstekende indicatoren voor wat er werkelijk in iemand omgaat en wat iemand werkelijk bedoelt. Tijdens het observeren kun je letten op: 

  • verandering vochtigheidsgraad gelaat
  • verandering ademhaling
  • gelaatskleur
  • lipgrootte
  • spierspanning
  • trilling oogleden
  • hoek hoofd/lichaam
  • verandering toon, tempo, timbre
  • pupilverwijding 

De veranderingen zijn niet altijd eenvoudig waarneembaar. Ze zijn vaak zeer minimaal en worden daarom minimal cues genoemd. Kalibreren functioneert als test van de communicatie. Aan de persoon met wie je communiceert kun je zien of er nog sprake is van rapport of dat je het verbroken hebt.

 

HET MODEL VAN NEUROLOGISCHE NIVEAUS
Het model van neurologische niveaus is ontwikkeld door NLP´er Robert Dilts en is gebaseerd op het werk van Gregory Bateson. Het is één van de meest eenvoudige, en daardoor één van de meeste heldere modellen binnen NLP. Het is een model dat inzicht geeft in de niveaus van communicatie en gedragsverandering. Dit zijn de verschillende niveaus:

 

·       Missie: waartoe ben ik op aarde? ( doel, missie, zingeving)

·       Identiteit: wie ben ik? ( het zelf, je zelfgevoel)

·       Overtuigingen: wat geloof ik? ( normen en waarden, gedachten)

·       Capaciteiten / vaardigheden: wat kan ik? ( kwaliteiten, hulpbronnen)

·       Gedrag: wat doe ik? (Alles wat je kunt zien en horen van de ander)

·       Omgeving: waar ben ik?

 

HET MODEL VAN NEUROLOGISCHE NIVEAUS

Probleem en oplossing
Als er een probleem is, ligt de oplossing van dat kwestie vaak op een ander niveau dan het niveau van het probleem zelf. Als je bijvoorbeeld gedrag wilt veranderen, kijk dan niet alleen naar het gedrag zelf, maar onderzoek bijvoorbeeld achterliggende vaardigheden en overtuigingen. Overtuigingen bepalen namelijk de vaardigheden, die vaardigheden bepalen het gedrag en het gedrag heeft invloed op de omgeving. Het is een grote kettingreactie.

Een verandering op een hoger niveau zorgt voor een automatische verandering op een lager niveau. Wanneer een niveau boven in de piramide iets verandert, verandert alles wat daar onder ligt dus ook.

 

Alignement

Het is belangrijk dat er sprake is van een zekere “alignement”. Dat wil zeggen dat alle niveaus samenwerken en elkaar ondersteunen. Een zakenman mag dan bijvoorbeeld geloven dat hij een topmanager kan worden, hij zal daarbij ook de bijbehorende bekwaamheden en gedragingen ontwikkelen. Wanneer de logische niveaus gelijk  zijn, uit zich dit in overeenstemmend gedrag. Het draait allemaal om het evenwicht.


Voorbeeld:
Een kind van 3 jaar stoot een bloemenvaas om. De moeder zegt tegen het kind: “je bent dom”. De moeder raakt op dat moment het kind in zijn identiteit. Een kind van 3 jaar neemt dit voor waar aan van zijn moeder en gaat zich in die richting ontwikkelen.

Je kunt ook zeggen: “je hebt iets doms gedaan”. Je spreekt het kind dan aan op zijn gedrag. Het gedrag op dit moment kan morgen heel anders zijn. Gedrag zit lager in de piramide dan identiteit.

Dit geldt ook voor jezelf. Je kan op een bepaald moment iets doen dat niet het resultaat geeft wat je voor ogen had. Dat betekent niet dat je dom bent. Dat betekent alleen dat je op het verkeerde moment de verkeerde dingen hebt gedaan en dat je daar iets van kan leren om het de volgende keer beter en anders te doen.


Resultaat
Dit geldt ook voor jezelf. Je kan op een bepaald moment iets doen dat niet het resultaat geeft wat je voor ogen had. Dat betekent niet dat je dom bent. Dat betekent alleen dat je op het verkeerde moment de verkeerde dingen hebt gedaan en dat je daar iets van kan leren om het de volgende keer beter en anders te doen

TECHNIEK: MAPPING ACROSS
Contrast Analyse

Rolverdeling: S = Subject , P­­ = Programmer  en M = Meta
Tijd: 5 minuten per persoon, totaal 15 minuten

 

STAPPEN:
Neem één ervaring waar je gemotiveerd in bent geweest. Identificeer de verschillende submodaliteiten van deze gemotiveerde situatie en schrijf deze op. Vraag tot slot ook naar de interne dialoog, de ademhaling en de fysiologie.

Doe een breakstate.

Kies een ervaring waar je op dit moment niet gemotiveerd over bent, maar wel wilt zijn. Identificeer ook hier de verschillende submodaliteiten. Vraag tot slot ook naar de interne dialoog, de ademhaling en de fysiologie.


Vraag welke intensiteit de niet-gemotiveerde situatie nú heeft (schaal 1 – 10)

Verander nu de submodaliteiten in de niet-gemotiveerde situatie in de submodaliteiten van de gemotiveerde situatie.

De meeste mensen ervaren dat er één of twee submodaliteiten zijn die meer dan andere submodaliteiten het meeste verschil maken (drivers). Als je dit doet, zal je merken dat de negatieve ervaring of situatie een stuk minder vervelend of zelfs positief wordt. Je verplaatst letterlijk de intensiteit van de ervaring.

Je kunt deze techniek ook doen met activiteiten die je wel kunt doen en activiteiten die je (nog) niet kunt doen. Bij voorkeur hele concrete activiteiten, zoals:

Ik kan: autorijden, fietsen, lasagne maken

Ik kan niet: spreken in het openbaar, zingen, blokfluit spelen



 




Het Meta Model geeft een handleiding om het wereldmodel van iemand te begrijpen én te veranderen. Willen ontwikkelen en groeien is een fundamentele behoefte van ieder mens. Maar groei betekent ook verandering. Het metamodel is grotendeels gebaseerd op het werk van gezinstherapeute Virginia Satir, expert -onbewust bekwaam- in het opsporen van iemand’s generalisaties, weglatingen en vervormingen. Zie voor meer uitleg van deze processen het NLP wereldmodel. Het metamodel zoals we dat vandaag de dag kennen is gebaseerd op het werk van Satir en expliciet gemaakt door NLP grondleggers Richard Bandler en John Grinder. Het metamodel is een van de eerste producten van Bandler en Grinder dat ze samen hebben gebracht in een boek, genaamd “The Structure of Magic”. Het metamodel is een reeks van vragen waarmee inzicht kan worden verkregen in het wereldmodel van een ander en vervolgens kan worden veranderd. Het metamodel helpt de ander om generalisaties te doorbreken, weglating op te sporen en vervormingen te herstellen.

Je weet hoe het kan gaan. Een goede vriendin van je zegt ‘ik kan dat niet’. Je weet dat ze het wel kan en dus vertel je haar dit. Uiteindelijk kom je terecht in een discussie waarin jouw goedbedoelde opmerkingen en adviezen haar nog meer overtuigen van waarom ze het niet kan. Wanneer je iemand hoort die een overtuiging heeft die hem of haar beperkt in hetgeen hij of zij wil bereiken, heb je al snel de neiging om die persoon te vertellen dat hij of zij het wel kan en dat ze het niet bij het juiste eind hebben. Maar helaas…

Zoals je ongetwijfeld vast al een keer hebt ervaren werkt dit in 9 van de 10 gevallen niet. Mensen willen gelijk hebben en we willen niet graag van anderen horen dat zij niet gelijk hebben. Dus gaan we onze overtuigingen vurig verdedigen, ook al zijn we er niet zo zeker van dat we gelijk hebben. Bij sommige mensen werkt het zelfs averechts, de zogeheten “mismatchers”: hoe meer je dit soort personen gaat aanvallen en gaat vertellen hoe verkeerd hij of zij het wel niet zien en hoe ze het bij het onjuiste eind hebben, hoe meer hij of zij zich gaat verdedigen. Gevolg: de overtuiging zal alleen nog maar meer worden bekrachtigd. Mensen houden hun wereldmodel in stand, aldus Bandler en Grinder, via drie universele principes: generalisatie, weglating en vervorming.

Nu we dit weten, wat kun je dan wel doen? Hiervoor is door Richard Bandler en John Grinder een model ontwikkeld genaamd het Metamodel.

WAT IS HET META MODEL?

Het metamodel is een zeer krachtig instrument om mensen te coachen. Anders gezegd: het metamodel helpt je om inzicht te krijgen in het wereldmodel van de ander en dit wereldmodel te vergroten. Het werkt snel en effectief om irrationele gedachten te stoppen, blokkerende overtuigingen weg te halen en om de ander te helpen uit vaste, knellende patronen. Met het metamodel kom je snel tot de essentie van waar het echt om gaat.

Voorbeeld:

Stel dat Henk aan je vertelt “Ik kan aan haar gezicht zien dat Gea me niet leuk vindt, dus het heeft weinig zin om haar mee uit te vragen! Dat maakt me verdrietig, want ik heb nooit geluk met meisjes!

Op het eerste gezicht een begrijpelijke opmerking. Wanneer we echter het Metamodel hiervoor inzetten komen we een stuk verder

Henk denkt dat hij Gea’s gedachten kan lezen. Dit is (gelukkig!) pertinent onjuist.
Henk denkt dat door te kijken naar de uitdrukking van de spieren in haar gezicht hij kan voorspellen welke reactie zij zal hebben. Wat hij eigenlijk doet is dat hij concludeert dat als hij een soortgelijke gezichtsuitdrukking zou hebben hij bepaalde gevoelens zou hebben en hij waarschijnlijk op een bepaalde manier zou reageren. Vervolgens gaat hij ervan uit dat dit bij haar op dezelfde manier plaatsvindt. Het is een generalisatie als hij zegt “ik heb nooit geluk met meisjes”. Hij baseert deze mening op een zeer beperkte hoeveelheid bewijs. Het is uiteraard mogelijk, maar dit is zeer onwaarschijnlijk. Het is waarschijnlijker dat hij zichzelf in een hoek trapt door gebeurtenissen uit het verleden te generaliseren naar alle meisjes in de toekomst. Bovendien: door te zeggen dat “dit maakt me verdrietig” zegt hij eigenlijk dat hij geen controle heeft over zijn gevoelens en dat zijn gevoelens het gevolg zijn van gebeurtenissen buiten hem om. Hierdoor blijft hij in de ‘slachtoffer” rol zitten waardoor hij een speelbal wordt van externe omstandigheden.

Om Henk te helpen kunnen we het Metamodel gebruiken om hem bewust te maken van zijn eigen denken. In plaats van hem te vertellen dat hij het bij het verkeerde eind heeft, kunnen we hem enkele metamodel vragen stellen waardoor hij uit zijn beperkende overtuigingen komt. Het helpt de ander om zijn eigen antwoorden te vinden, niet die van jou. Het maakt de ander krachtiger, onafhankelijker en effectiever. Het metamodel bevat een reeks van krachtige vragen onderverdeeld in een aantal subcategorieen. Voorbeeld: “Hoe weet je dat Gea jou niet interessant zou vinden?” en “Wat zorgt ervoor dat je verdrietig wordt?” De vragen op zichzelf en de antwoorden geven inzicht in de mentale processen die zich afspelen in de mentale leefwereld van Henk. Vervolgens zijn er directe handvatten om deze verstoorde processen aan te pakken en te veranderen.

Je kunt het metamodel in veel situaties toepassen. Niet alleen in formele coachingsessies, ook in gesprekken met je kinderen, ouders, werkgever, collega’s, medewerkers, vriendin, familie of mensen in de kroeg!

In een NLP Practitioner opleiding leer je om het metamodel te gebruiken. Op een snelle en effectieve wijze. Zodanig dat je in staat bent om altijd en overal de juiste vragen te stellen. Voor meer verbinding met de ander, inzicht of verandering.

DOELEN METAMODEL

·       Vergroten van het wereldmodel van de ander

·       Meer informatie verzamelen (meer, concreter, aanvullender)

·       Ontdekken van onderliggende, mentale processen

·       Bullshit detector

·       Van woorden (oppervlaktestructuur) naar onderliggende betekenis (dieptestructuur)

·       Onderlinge afstemming van wereldmodellen

·       Begrip, overeenstemming, empathie


ONBEWUST PROCES 1: VERVORMING

1. Gedachtenlezen
Bij gedachtenlezen plakt de spreker zijn eigen beleving en vermoedens op de buitenwereld. Hij weet zogenaamd wat de ander denkt en handelt hier ook naar, zonder te checken of zijn vermoedens en invullingen kloppen.

Voorbeeld: die collega vindt mij niet leuk.

Uitdaging: hoe weet je dat?

Voorspelling: meer informatie over hoe de spreker tot de conclusie is gekomen en een mogelijke ingang om te checken of het wel of niet waar is.

 

2. Oorzaak-gevolg
Bij oorzaak-gevolg wordt een bepaald gegeven aangeduid dat direct leidt tot een bepaald gevolg. Er is in de beleving van de spreker geen keuze mogelijk en de spreker is slachtoffer van de omstandigheden. Hij wordt machteloos en de controle ligt buiten de persoon. 

Voorbeeld: ik word zo triest van de regen.

Uitdaging: hoe komt het precies dat jij zo triest wordt van de regen?

Voorspelling: je krijgt meer informatie over de innerlijke beleving en hiermee komt een deel van de verantwoordelijkheid en controle terug bij de spreker, waardoor er meer keuzemogelijkheden zijn.

 

3. Samengestelde vergelijking (complexe equivalentie)
Twee elementen worden gelijkgeschakeld.

Voorbeeld: hard werken betekent dat je ’s avonds laat doorwerkt.

Uitdaging: als je een dag op tijd naar huis gaat, betekent dit dat je niet hard hebt gewerkt?

Voorspelling: je gaat expliciet op zoek naar het verband tussen A en B.

 

4. Bronloze vermelding (ook wel: eeuwige waarheid)
Bij de bronloze vermelding wordt een mening verkondigd als een feit. Er is een veralgemenisering van een uitspraak, waardoor deze een algemene geldigheid lijkt te hebben.

Voorbeeld: de files worden langer en langer.

Uitdaging: wie zegt dat? Wie vindt dat?

Voorspelling: de bron wordt weer bekend. Het maakt nogal uit wie deze uitspraak doet voor het bepalen van de geloofwaardigheid.

 

ONBEWUST PROCES 2: GENERALISATIES

5. absolute uitspraken
Absolute uitspraken betreft alles-of-niets denken. Het blokkeert veelal de mogelijkheid om iets te veranderen. De uitdaging bij deze uitspraken is het absolute eruit te halen, waardoor er ruimte ontstaat voor andere mogelijkheden of ervaringen.

Let op woorden als: Iedereen, altijd, nooit, ooit, niemand, etc.

Voorbeeld: iedereen heeft een hekel aan mij.

Uitdaging: iedereen? Is er echt niet iemand die jou aardig/leuk/etc. vindt?

Voorspelling: je krijgt een tegenvoorbeeld waardoor de ander het absolute van zijn uitspraak kan gaan inzien.


6. modale operatoren
Bij een modale operator is er een hulp(werk)woord dat kleur geeft aan het hoofdwerkwoord. Er zijn twee categorieën: 

    1. noodzakelijkheid: moeten, verplicht zijn, zullen, zou moeten. Er is sprake van een bepaalde dwang die meestal van buiten de persoon lijkt te komen. De uitdaging richt zich op mogelijke oorzaken of gevolgen.

Voorbeeld: ik moet dat examen goed voorbereiden.

Uitdaging: wat zou er gebeuren als je dat niet zou doen?

Voorspelling: je krijgt meer informatie over de veronderstelde gevolgen en creëert hierdoor meer keuze of gevoel van keuze. 

    1. (on)mogelijkheid: willen, kunnen, mogen, trachten, hopen. De uitdaging kan zitten in zowel de mogelijkheid als de onmogelijkheid.

Voorbeeld: ik wil dat alles perfect verloopt.

Uitdaging: wat zou er gebeuren als je dat niet zou willen?

Voorspelling:: je krijgt meer informatie over de impliciete gevolgen.


ONBEWUST PROCES 3: WEGLATINGEN 

7. weglating
Er is sprake van weglating wanneer er informatie (on)bewust niet wordt genoemd.

Voorbeeld: ik ben in de war.

Uitdaging: waar ben je van in de war?

Voorspelling: je krijgt meer informatie en het wordt voor de persoon zelf ook minder warrig.  

8. vage aanduiding
Het is onduidelijk naar wie of wat er wordt verwezen. In de uitdaging richt je je op: wie met name, wanneer precies, waarover precies en waar precies. Gebruik geen “waarom”-vragen. 

Voorbeeld: de bedrijfsprocessen moeten beter worden ingericht.

Uitdaging: welke bedrijfsprocessen bedoel je precies?

Voorspelling: je krijgt meer informatie over welke bedrijfsprocessen er niet goed ingericht zijn.

9. nominalisatie
Een nominalisatie is een dynamisch proces dat als een ding of zelfstandig naamwoord wordt weergegeven. Informatie over het proces wordt weggelaten of ontkend. Bij een nominalisatie vraag je als communicator naar het proces dat is omgezet in een ding:

“hoe heb je…”

“wat gebeurt er als…”

“hoe is dat gegaan…” 

Voorbeeld: een carrière vind ik belangrijk.

Uitdaging: wat is voor jou carrière maken?

Voorspelling: je maakt van het zelfstandig naamwoord weer een werkwoord. Hierdoor verkrijg je meer informatie.

10. vage werkwoorden
Bij vage werkwoorden is er sprake van onduidelijke of multi-interpretabele werkwoorden. Het kan zeer functioneel zijn om vage werkwoorden uit te dagen.

Voorbeeld: ik heb hem laten weten dat ik niet akkoord ben.

Uitdaging: hoe heb je dat precies laten weten?

Voorspelling: je zult meer informatie krijgen over de manier waarop er gecommuniceerd is (schriftelijk, mondeling, met/zonder respect, tijdstip, etc.).

 

11. vooronderstellingen
Een vooronderstelling verwijst naar een aanname die als vanzelfsprekend wordt aangenomen.

Voorbeeld: ik ga het niet nog eens proberen.

Uitdaging: heb je het al eens eerder geprobeerd?

Voorspelling: de aanname in de stelling wordt ter discussie gesteld.

 

BINNEN OF BUITEN HET WERELDMODEL
Let hierbij op: het metamodel is geen typologie. Het hangt van de situatie, het individu en het probleem af, welke uitdaging je wilt gebruiken. Als iemand naar je toe komt en zegt: “ik wil van mijn depressies af”, help je die persoon niet door hier helemaal in mee te gaan en er nog dieper op in te gaan door te vragen: “en waarover ben je veelal precies depressief?”.

Op deze manier breng je iemand nog dieper in de situatie en maak je het alleen maar erger. Tenzij je natuurlijk rapport met die persoon wil maken en samen wil filosoferen hoe zwaar het leven wel niet is. Als die persoon echter naar je toe komt met het verzoek om hem hier uit te halen, is een andere strategie beter. Je wil die persoon uit zijn wereldmodel halen. Een goede vraag zou dan bijvoorbeeld zijn: wat doe je precies wanneer je depressief bent? (Nominalisatie), of ben je altijd depressief? (Absolute uitspraak).

MENTORENTECHNIEK 

1.    Vind een voor jou moeilijk punt in relatie tot je doel.
Gebruik een blaadje als ruimtelijk anker voor dit moeilijke punt. Stap in het moeilijke punt. Zie wat je ziet, hoor wat je hoort, voel wat je voelt en geloof wat je gelooft. Stap weer op een neutrale positie. 

2.    Omring jezelf met mentoren
Vind drie belangrijke relaties: drie mentoren, die een positieve invloed op jouw ontwikkeling hebben gehad (mensen, boeken, dieren, landschappen, fantasiefiguren, familie, beroemdheden, etc.). Omring je zodanig met de mentoren, dat ze je het meest tot steun zijn. Gebruik ruimtelijke ankers. 

3.    Geef raad vanuit de mentoren
Associeer en identificeer je één voor één, met de mentoren. Stap in diens schoenen, gedrag, denken, voelen en wijsheid. Geef een advies aan jezelf, vanuit de visie van de mentor, met betrekking tot dat moeilijke punt. 

4.    Vind de gemeenschappelijke boodschap
Stel vast wat de gemeenschappelijke boodschap van alle drie de mentoren is. 

5.    Geef de gemeenschappelijke boodschap
Associeer je één voor één in elke mentor en spreek de gemeenschappelijke boodschap tegen jezelf uit. 

6.    Ontvang de gemeenschappelijke boodschap
Associeer in jezelf vlak voor het moeilijke punt. Hoor de mentoren als in één stem, de gemeenschappelijke boodschap tegen jou zeggen. Voel, ervaar en zie de boodschap binnenkomen en door jouw hele lichaam verspreiden. 

7.    Omringd door mentoren
Terwijl je de gemeenschappelijke boodschap hoort, voelt en ziet, ga je het moeilijke punt aan. Ga na wat er anders is.

Milton Erickson stond aan de basis van NLP. NLP had waarschijnlijk niet geweest wat het nu is, wanneer Dr. M.H. Erickson (1901-1980) niet zo’n grote invloed had gehad op de bedenkers van NLP, Dr. Richard Bandler en Dr. John Grinder. Een opmerkelijke man en een zeer effectieve hypnotherapeut. Tijdens zijn kinderjaren kreeg hij polio en was grotendeels verlamd. Het was in deze jaren dat hij zijn uitzonderlijke vermogen heeft ontwikkeld: observeren van mensen, zowel verbaal als non-verbaal. Hij ontdekte dat wat mensen zeggen en wat ze doen, veelal enorm uiteenloopt. Het succes van Erickson was dan ook te danken aan zijn uitzonderlijke vaardigheid om non-verbaal gedrag te lezen, rapport te creeren met zijn clienten, zijn hypnotisch taalgebruik en zijn overtuigingen met betrekking tot zijn clienten. Hij was in staat om mensen onder hypnose te brengen, zonder het woord hypnose ook maar te noemen. Hij gebruikte volop humor, metaforen, verwarring en verrassing om uitzonderlijke resultaten te bereiken bij zijn clienten.

  • Enkele van deze overtuigingen zijn centrale vooronderstellingen geworden binnen NLP:
  • Elk gedrag heeft een positieve intentie
  • Dit is de best beschkbare keuze op dit moment gegeven de omstandigheden, zoals de client het ziet
  • Respect voor het wereldmodel van de ander
  • Weerstand in een client is het gevolg van gebrek aan rapport. Er zijn moeilijke clienten, alleen inflexibele therapeuten

Erickson zag zo’n 5 tot 6 clienten per dag, en dat zo’n 60 jaar lang. Een enorme schat aan ervaring, kennis en vaardigheden wat Milton Erickson heeft opgebouwd in de tijd dat hij clienten hielp om veranderingen door te voeren. Het waren Richard Bandler en John Grinder die zijn uitzonderlijke vaardigheden in kaart hebben gebracht, op een zodanige manier dat ze overdraagbaar waren naar een ieder die deze vaardigheden goed kon gebruiken. In therapie, coaching, communicatie, verkoop en ga zo maar door.

In een NLP Practitioner opleiding leer je deze uitzonderlijke vaardigheden van o.a. Milton Erickson eigen te maken. Zodanig dat je ze kunt inzetten voor je eigen persoonlijke ontwikkeling, maar ook in coaching of communicatie met anderen.

INDIRECTE ONTLOKKINGSPATRONEN 

1.Ingesloten opdrachten:
een vorm van indirecte suggestie die binnenin een zin een boodschap bevat in de vorm van een opdracht. Het maakt een verbinding met de persoon op het onbewuste niveau en vermijdt op deze manier eventuele weerstand. Voorbeeld: “

Je kunt beginnen met je te ontspannen” heeft een krachtiger impact dan een directe opdracht zoals “ontspan!”

2. Analoge markering:
een non-verbale manier om sommige gedeeltes van de taalkundige communicatie te onderscheiden in aparte eenheden, door sommige woorden te benadrukken door een verandering in volume, toonhoogte, tempo, gebruik van gebaren enzovoort. Voorbeeld: “ ik heb ooit eens een man gekend die heel goed wist hoe hij zich goed kon voelen over…”. De ander hoeft de markering niet bewust op te merken. In veel gevallen zal de respons sterker zijn wanneer de markering niet bewust en wel onbewust wordt waargenomen.

3. Ingesloten vraag:
een vraag die verborgen zit in een verklaring. Je kunt dit gebruiken om op een zachte, vriendelijke manier informatie te verzamelen. De structuur: een bewustzijnspredicaat met een vraag daarachter. Voorbeeld: “

ik ben benieuwd naar wat jij echt voor jezelf wenst.” Een andere nuttige manier om deze techniek te gebruiken, is om de ander naar een antwoord te brengen dat niet uitgesproken moet worden. De structuur: een bewustzijnspredicaat met daarachter een veronderstelling van een opdracht. Voorbeeld: “ik vraag me af of jij weet hoe snel je zult ontspannen”.


4. Negatieve opdrachten
:
een vorm van een ingesloten opdracht. Door woorden als Niet of Geen, maak je een opdracht negatief. Voorbeeld: “het is niet aan te raden om plezier te hebben bij het oefenen van deze patronen”.

5. Gesprekspostulaten
:
ook wel een retorische vraag genoemd. Een Ja/Nee vraag die een reactie oproept in plaats van een letterlijk antwoord. Voorbeeld: “kun je me het zout doorgeven?” of “kun je naar me luisteren?”. Om een gesprekspostulaat te maken, is het zinvol om eerst de gewenste respons te bepalen. Bijvoorbeeld: je wil dat de ander de deur dicht doet. De tweede stap is het identificeren van in ieder geval één iets wat de respons veronderstelt. In dit geval veronderstelt de respons dat a) de persoon in staat is om de deur dicht te doen en b) de deur nu open is. De derde stap is het wijzigen van één van de veronderstellingen in een ja/nee vraag. Resultaat: “Kun jij de deur dicht doen?” of “Is de deur open?”. Nu heb je een vraag die je een specifieke respons oplevert zonder het direct te vragen.

6. Dubbelzinnigheid
:
er is sprake van dubbelzinnigheid of ambiguïteit wanneer een woord of zin meer dan één mogelijke betekenis heeft.

- Fonetische dubbelzinnigheid: rijk/reik, nauw/nou, zei/zij, eis/ijs

- Syntactische dubbelzinnigheid: wanneer de syntactische functie van een woord niet onmiddellijk kan worden vastgesteld uit de onmiddellijke context. Voorbeeld: “het hypnotiseren van hypnotiseurs kan gewaagd zijn.”

- Betrekkingsdubbelzinnigheid: wanneer uit de linguïstische context niet kan worden vastgesteld hoeveel aan de zin wordt bijgedragen door een ander deel van de zin. Voorbeeld: “de oude mannen en vrouwen”, “de storende geluiden en gedachten”.

- Interpunctiedubbelzinnigheid: “wanneer je veel verdient, word je…..reik mij het glas even aan”, “ik vind het fijn hoor al die gloedvolle betogen”.


MILTONMODEL IN SCHEMA: TAALPATRONEN

I. Primaire processen

A. Weglatingen

  1. Nominalisaties
  2. Ongespecificeerde werkwoorden
  3. Vergelijkende weglating
  4. Ongespecificeerde referentie
  5. Eenvoudige weglating

B. Vervormingen

  1. Causale koppeling
  2. Gedachtenlezen
  3. Bronloze vermelding
  4. Complexe equivalentie

C. Generalisaties

  1. Universele hoeveelheidswoorden
  2. Modale operatoren


II. Secundaire processen

I. Vooronderstellingen

  1. Bestaan
  2. Mogelijkheid
  3. Oorzaak-gevolg
  4. Bijzin van tijd
  5. Rangtelwoorden
  6. Gebruik van ‘of’
  7. Bewustzijnspredicaten
  8. Bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
  9. Werkwoorden en bijwoorden die een tijdsverloop aangeven
  10. Becommentariërende bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden

II. Indirecte ontlokkingspatronen

  1. Ingesloten opdrachten
  2. Analoge markering
  3. Ingesloten vraag
  4. Negatieve opdrachten
  5. Gesprekspostulaten
  6. Dubbelzinnigheid

·       Fonetische dubbelzinnigheid
·       Syntactische dubbelzinnigheid
·       Betrekkingsdubbelzinnigheid
·       Interpunctiedubbelzinnigheid

III. Patronen in metaforen

  1. Overtreding van selectiebeperkingen
  2. Citaten

 

A. WEGLATINGEN

1. Nominalisaties
:
Proceswoorden waarvan in de loop van de tijd zelfstandige naamwoorden zijn gevormd. Voorbeelden: carrière, ervaring en aanwezigheid. Nominalisaties laten een groot deel van de informatie weg. Als ik tegen Esther zeg dat ze veel kennis heeft, dan heb ik weggelaten wat ze weet, hoe ze dat weet etc. Nominalisaties zijn zeer effectief in communicatie, omdat ze de spreker de mogelijkheid geven om vaag te blijven. Hierdoor is de ander genoodzaakt om in zijn eigen ervaringen te zoeken. Het gebruik van nominalisaties geeft de communicator de mogelijkheid om krachtige instructies te geven. Dat kan zonder het risico te lopen dat er iets wordt gezegd dat in tegenstrijd is met de interne ervaringen van de ander. Milton Erickson’s hypnotisch taalgebruik zit vol met nominalisaties.

2. Ongespecificeerde werkwoorden:
afvragen, denken, voelen, ervaren en begrijpen. Geen enkel werkwoord is volledig gespecificeerd, maar werkwoorden kunnen wel in meer of mindere mate gespecificeerd zijn. De zin “Ik denk dat het waar is” (V, A of K?) is minder gespecificeerd dan “Ik voel dat dit waar is”. In de laatste zin zijn wij geïnformeerd over hoe de persoon denkt. Als ik zeg “ik wil dat je leert” gebruik ik een ongespecificeerd werkwoord, omdat ik niet toelicht hoe ik wil dat je leert of wat je leert. Er wordt wederom veel informatie weggelaten waardoor de ander op zijn eigen wijze invulling kan geven.

3. Vergelijkende weglating
:
Er wordt een vergelijking gemaakt en er wordt weggelaten met wie of wat er wordt vergeleken. Voorbeeld: “Als je meer van het geleerde toepast, zal je nog succesvoller zijn.”

4. Ongespecificeerde referentie
:
Het zelfstandig naamwoord wordt niet nader gespecificeerd. Voorbeeld: “sommige mensen in deze zaal kunnen emotioneel worden” of “het is bekend dat mensen in staat zijn boeken te lezen en veranderingen door te maken” of “je kunt een zekere lichamelijke sensatie ervaren”. Opmerkingen als deze geven de luisteraar de mogelijkheid om de weglating zelf in te vullen op een voor hun relevante manier.

5. Weglating
:
het geheel weglaten van informatie. Voorbeeld: “ik heb jouw e-mailtje pas beantwoord.” De communicator kan bewust gebruik maken van weglating zodat de ander het op zijn eigen wijze kan invullen.

 

B. VERVORMINGEN

1. Causale koppeling (oorzaak-gevolg)
:
en terwijl je….zal je; zoals…zal je ook…;  gedurende, voor, achter, volgend, wanneer, en terwijl je…zult…., terwijl, gedurende, voor, achter, volgend en wanneer. Voorbeeld: “Terwijl je jouw ogen langzaam dicht doet, raak je met elke ademhaling meer ontspannen.” 

2. Gedachtenlezen
:
je zult je afvragen wat het is dat deze opleiding zo bijzonder voor jou maakt…” (zelfs als je je dit niet aan het afvragen was, is de kans groot dat dit nu wel het geval is). Het mag niet te specifiek zijn, anders zit je er vaker naast. Algemene uitspraken over wat de ander zou kunnen denken, ondersteunen de ervaringen en leiden deze in bepaalde banen. Veel gebruikte techniek bij ‘cold reading’ (Astro-tv, Char enzovoort).

3. Bronloze vermelding
:
Voorbeeld: het schijnt te gaan regenen vanmiddag”. Veel gebruikte techniek in discussies, bijvoorbeeld “het is een bekend feit dat…” Deze techniek wordt veel gebruikt door onder anderen Matthijs van Nieuwkerk.

4. Complexe equivalentie:
Twee elementen worden gelijkgeschakeld. A = B. “Dat je hier zit vandaag betekent dat je nieuwsgierig bent.”

C. GENERALISATIES 

1. Universele hoeveelheidswoorden
:
een serie woorden die een universele generalisatie zijn, zoals: iedereen, altijd, alles, elke. Voorbeeld: “Elk nadeel heeft een voordeel”.  

2. Modale operatoren
:
een hulp(werk)woord dat kleur geeft aan het hoofdwerkwoord, waarbij er een mogelijkheid of noodzakelijkheid wordt geïmpliceerd. Voorbeeld: moeten, zullen, willen, kunnen, hopen, proberen en mogen. “Dat kun je leren…”

Modale operatoren van mogelijkheid kunnen heel nuttig zijn. Als je zegt dat de ander iets kan doen, krijgt diegene ook toestemming om dat te doen, zonder dat er iets hoeft te worden geforceerd. Mensen reageren doorgaans op zo’n suggestie door het toegestane gedrag ook werkelijk te gaan vertonen. Ze worden op zijn minst gedwongen om erover na te denken. “Je kunt jouw ogen dicht doen zodat je je nog beter kunt ontspannen” nodigt uit om jouw ogen dicht te doen. “Je kunt jouw ogen niet meer opendoen” is een rechtstreekse suggestie, waarbij de ander als het ware uitgenodigd wordt die uitspraak te ontkrachten.

 

 

Het Milton Model is is gebaseerd op het werk van een bijzonder man. Eén van de mensen die Bandler en Grinder hebben gemodelleerd is de beroemde psychiater Dr. Milton Erickson.

Het gebruik van taal is essentieel wanneer je iemand wil sturen in de richting van een bepaalde manier van denken. Het Milton Model, vernoemd naar de grondlegger van de moderne hypnotherapie Milton Erickson, geeft een overzicht van de belangrijkste taalpatronen die in de taal gebruikt worden. Bewust gebruik van het Milton Model heeft als doel om meer rapport te krijgen met degene met wie je communiceert. In de kern wordt gebruik gemaakt van algemeen (in plaats van specifiek) taalgebruik waardoor de ander in staat wordt gesteld om naar eigen antwoorden te zoeken. Specifiek taalgebruik is per definitie beperkter waardoor de kans groter is dat het het gesprokene niet inspeelt op de ervaring van de persoon met wie je communiceert.<>

Het doel van het Milton Model is om:

  • Rapport (contact) op te bouwen of te verbeteren
  • Toegang te krijgen tot iemands onbewuste vermogens
  • Het bewuste af te leiden

HET MILTON MODEL IS HET TEGENOVERGESTELDE VAN HET META MODEL

Het Milton Model wordt ook wel het tegenovergestelde van het Meta Model genoemd. Het Meta Model is een opeenvolging van taalpatronen die kan worden gebruikt om meer specifieke informatie van de andere persoon te krijgen. Het Milton Model daarentegen maakt juist gebruik van vage aanduidingen. Door “bewust vaag” te blijven geeft het de communicator de mogelijkheid om door algemene opmerkingen of vragen oogwaarschijnlijk specifiek te zijn, maar die toch algemeen genoeg zijn om het voor de ander mogelijk te maken om op eigen tempo de vraag in te vullen vanuit de eigen ervaring, zonder invulling van de degene die de vraag stelt. Specifieke informatie wordt door het gebruik van het Milton Model dus weggelaten. Dit zorgt ervoor dat de ánder de weglatingen moet invullen vanuit zijn of haar eigen wereldbeeld of ervaring.

Voorbeeld: “denk aan de zee, de zon, het zand, de lucht”. Deze vraag is algemeen geformuleerd en stelt geen beperkingen ten aanzien van het moment, wat je precies zo fijn vindt aan het strand etc. Het laat ruimte voor de ander om vrij te associeren.

Bandler en Grinder hebben de de taalpatronen die Milton Erickson gebruikte expliciet gemaakt, zodanig dat het door iedereen geoefend kan worden en in praktijk kan worden gebruikt.

Net als het metamodel, kun je ook het Milton model in veel situaties toepassen. Niet alleen in formele coachingsessies, ook in gesprekken met je kinderen, ouders, werkgever, collega’s, medewerkers, vriendin, familie of mensen in de kroeg!

In een NLP Practitioner opleiding leer je om het miltonmodel te gebruiken. Voor meer verbinding met de ander, inzicht of verandering.

PATRONEN IN METAFOREN 

1. Overtreding van selectiebeperking
Sommige processen of relaties zijn beperkt, omdat ze alleen maar voorkomen in bepaalde klassen, mensen of dingen. Voorbeeld: de tomaat kan zich goed voelen. Als de communicator praat over een tomaat die zich goed voelt, dan is de luisteraar hoogstwaarschijnlijk geneigd om de opmerking op zichzelf te doen slaan om op deze manier betekenis eraan te geven. “De tomaat kan zich niet goed voelen, dus ik zal het wel zijn.” Dit is geen bewust proces, maar een automatische manier van begrijpen van wat er gezegd wordt.

2. Citaten
Plaats de opdracht / het bevel in de context van een gezegde dat direct of indirect van een andere tijd, plaats, persoon of situatie komt. Voorbeeld: “Gisteren ontmoette ik iemand die tegen mij zei: “ je bent echt verkeerd bezig”. Citaten kunnen worden gebruikt om een boodschap over te brengen zonder verantwoordelijkheid te nemen voor die boodschap. De luisteraar zal onbewust reageren op de boodschap zonder zich hiervan bewust te zijn.

 

MILTONMODEL: VOORONDERSTELLINGEN

Onbewust maken je regelmatig vooronderstellingen. In deze paragraaf lees je welke woordkeuze ons aanzet tot vooronderstellingen. Om zin te geven aan een zinsdeel, moet er iets dat niet wordt uitgesproken in dat zinsdeel, voor waar worden aangenomen. Voorbeeld: “wat wil je erbij drinken?” 

1. Vooronderstelling van bestaan Alle zelfstandige naamwoorden (waar je de, het of een voor kan zetten) en alle persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, zij, wij, jullie en men). Als ik het heb over de boer of het huis, ga ik ervan uit dat er een boer en een huis bestaat. Als ik het heb over ‘hem’, dan ga ik ervan uit dat er een man/jongen is. 

2. Vooronderstelling van mogelijkheid / noodzakelijkheid Woorden zoals: kunnen, willen, proberen, trachten, er is een kans en er is gelegenheid tot. Woorden die iets van een mogelijkheid in zich hebben. Daarnaast zijn er woorden zoals moeten, het is nodig, onvermijdelijk en behoren die een noodzakelijkheid aangeven.

3. Oorzaak – gevolg Als dit, dan dat, dus en wanneer dan.  Je weet helemaal niet of het waar is, maar het klinkt aannemelijk, dus neem je het maar aan.

4. Bijzin van tijd Woorden zoals: voor, na, tijdens, sinds, gedurende, terwijl en wanneer. Voorbeeld: “Wil je gaan zitten terwijl je in trance gaat?”. Hierbij wordt de aandacht van de luisteraar gericht naar de vraag van zitten of niet, er wordt veronderstelt dat iemand in trance gaat.

5. Rangtelwoorden Woorden zoals eerst, ander, eerste, tweede, derde enzovoort. Voorbeeld: “je vraagt je wellicht af welke kant van jouw lichaam zich als eerste zal ontspannen.”

6. Gebruik van ‘of’ Het woord ‘of’ kan worden gebruikt om te veronderstellen dat in ieder geval één van de verschillende alternatieven plaats zal vinden. Voorbeeld: “wil je koffie of thee?” veronderstelt dat er (nog) geen alcohol wordt geschonken. Ook veronderstelt het dat je iets gaat drinken, of het nu koffie of thee zal worden. 

7. Bewustzijnspredicaten Woorden zoals: weten, bewust worden van, realiseren en opmerken, kunnen worden gebruikt om de rest van de zin te veronderstellen. Voorbeeld: “Realiseer je je dat jouw onderbewuste al is begonnen om te leren…” 

8. Bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden Voorbeeld: “Ben je diep in trance?”. Dit veronderstelt dat je in trance bent. De enige vraag is of je diep in trance bent of niet. 

9. Woorden die tijdsverloop aangeven Werk- en bijwoorden zoals: beginnen, eindigen, stoppen, starten, continueren, nog en niet meer. “Je kunt doorgaan met ontspannen”, dit veronderstelt dat je al bezig was met ontspannen.

10. Becommentariërende bijvoeglijke naamwoorden - bijwoorden Woorden zoals gelukkig, noodzakelijkerwijs enzovoort. “Gelukkig genoeg, is er voor mij geen…”

NEW BEHAVIOUR GENERATOR
Aanleren van nieuw gedrag

 

1.    Bepaal welk (nieuw) gedrag je graag wilt hebben of wilt verbeteren 

2.    Creëer een anker van één of meerdere hulpbronnen die je nodig hebt om het gewenste gedrag goed te kunnen uitvoeren.

3.    Creëer een film waarin het nieuwe gedrag perfect én realistisch wordt uitgevoerd. Kijk gedissocieerd naar deze film.

4.    Voer een ecologie-check uit. 

5.    Stap geassocieerd in de film terwijl het anker wordt afgevuurd.

6.    Vraag het onderbewuste om de verantwoordelijkheid te nemen voor het implementeren van de verandering.

7.    Future pace.


NEW BEHAVIOUR GENERATOR
Te gebruiken bij het versneld aanleren van nieuw gedrag, dan wel het veranderen of verbeteren van huidig gedrag.

Stap 1: Bepaal welk nieuwe gedrag je graag zou willen hebben of welk huidig gedrag je graag wilt verbeteren.


Stap 2: Plaats een (gestapeld) hulpbron-anker (bijvoorbeeld gestapeld). Creëer een anker van gemoedstoestanden die jij nodig hebt om het gewenste gedrag optimaal uit te voeren.


Stap 3: Kijk gedissocieerd naar de te creëren film. Kijk in gedachten naar de mentale film waarin je het gewenste gedrag uitvoert. Ga bij je innerlijke film op de stoel van de regisseur zitten. Doe alsof je Steven Spielberg bent. Bekijk de gebeurtenissen die zich voor jouw innerlijk oog afspelen. Blijf gedissocieerd terwijl je naar de geluidsband luistert en daar wijzigingen op aanbrengt. Je bent zowel de hoofdrolspeler als de regisseur. Let ook op de reacties van eventuele anderen op wat jij doet.

 

Stap 4. Doe de nodige aanpassingen totdat de film perfect is geworden. Blijf regisseren en de geluidsband samenstellen tot jij volmaakt tevreden bent.

 

Stap 5: Ecologiecheck. Is dit nieuwe gedrag in overeenstemming met jouw waarden en persoonlijke integriteit? Maak eventuele aanpassingen indien nodig.

 

Als je er niet helemaal tevreden over bent, ga je terug naar de stoel van de regisseur en verander je de film voor je er opnieuw instapt. Kies, als je tevreden bent over de imaginaire prestatie, een intern of extern signaal dat je kunt gebruiken als teken om dit gedrag werkelijk te vertonen. Oefen mentaal in het opmerken van het signaal op en repeteer het nieuwe gedrag van binnen.

 

Stap 5: Stap geassocieerd in de film terwijl het hulpbron-anker wordt afgevuurd. Zodra de film “perfect” in de gedissocieerde variant is, stap je geassocieerd in jezelf terwijl het gemaakte hulpbron-anker (stap 2) activeert.

 

Stap 6: Future pace. Bedenk toekomstige situaties waarin dit nieuwe gedrag voorkomt en ervaar hoe deze situaties nu veranderd zijn. Ben je bij een situatie geweest, ga dan door naar een volgende situatie.

 

New Behaviour Generator is een eenvoudige en zeer effectieve techniek die je kunt toepassen bij jouw persoonlijke en professionele ontwikkeling. Hoe vaker  je dit doet, des te sneller zal je gaan lijken op de persoon die je werkelijk wil zijn.

 

 

NEW BEHAVIOUR GENERATOR 

1.    Bepaal welk (nieuw) gedrag je graag wilt hebben of wilt verbeteren 

2.    Creëer een anker van één of meerdere hulpbronnen die je nodig hebt om het gewenste gedrag goed te kunnen uitvoeren.

3.    Creëer een film waarin het nieuwe gedrag perfect én realistisch wordt uitgevoerd. Kijk gedissocieerd naar deze film.

4.    Voer een ecologie-check uit. 

5.    Stap geassocieerd in de film terwijl het anker wordt afgevuurd.

6.    Vraag het onderbewuste om de verantwoordelijkheid te nemen voor het implementeren van de verandering

7.    Future pace.

Ecologiecheck en contact met onbewuste kan ook met onvrijwillige onbewuste signalen.

DEFINITIE NLP

NEURO
Door middel van het zenuwstelsel worden de ervaringen die wij ontvangen, verwerkt. Deze verwerking gaat via onze vijf zintuigen: visueel (zien), auditief (horen), kinesthetisch (voelen, beweging), olfactorisch (reuk), gustatoir (smaak).

Neuro, afgeleid van het Griekse woord neuron, betekent zenuwstelsel. Ons zenuwstelsel ontvangt externe prikkels via de zintuigen. Het zenuwstelsel ontvangt en verwerkt deze prikkels waardoor er een gedachtepatroon (interne representatie) wordt gevormd. Uiteindelijk leidt de interne representatie tot een extern gedrag. NLP gaat over de vraag hoe en welke betekenis (interpretatie) we geven aan hetgeen ons overkomt. Wat doe je in je brein om je angstig, passief of juist vol zelfvertrouwen of kracht te voelen?

LINGUÏSTISCH
Met linguïstisch bedoelen we het communiceren door middel van taal. De direct vertalingen van linguïstisch zijn dan ook: taalkunde of taalwetenskundig.

Taal gebruiken we om te communiceren. Met behulp van taal brengen wij ons model van de wereld naar buiten en houden we ons model van de wereld in stand. 

NLP gaat over de taal die we gebruiken om te communiceren met anderen én met onszelf. 

PROGRAMMEREN
Programmeren staat voor de mogelijkheid onze communicatie en neurologische systemen zo in te richten en beïnvloeden dat we gewenste doelen en resultaten bereiken. We hebben onszelf aangeleerd (geprogrammeerd) om met onze ervaringen om te gaan. We hebben allerlei strategieën ontwikkeld om te handelen. Programmeren staat voor de mogelijkheid je strategieën te veranderen en daarmee om anders om te gaan met onze subjectieve ervaringen.

DE 11 NLP BASISOVERTUIGINGEN
Deze basisovertuigingen, ook wel basisveronderstellingen genoemd, zijn geen absolute waarheden. Het zijn uitgangspunten van waaruit je handelt. Anders gezegd; het zijn overtuigingen met een grote richtinggevende kracht van menselijk gedrag. In het veranderen van jouw gedrag is het veranderen van jouw overtuigingen een belangrijke sleutel. Als je succesvolle mensen wil modeleren, is het zinvol om de overtuigingen van die personen te onderzoeken. Achter deze overtuigingen kun je vragen stellen.

1. Het veranderen van het proces van onze ervaringen is vaak waardevoller dan het willen veranderen van de inhoud. De inhoud van een gebeurtenis kun je veelal niet veranderen, hoe graag je dat ook zou willen. Het gebeurt zoals het gebeurt. Wat je wel kunt veranderen is het proces van je ervaring: de manier waarop je erover denkt.

2. De betekenis van communicatie ligt in de reactie die je krijgt, onafhankelijk van je intentie. Als je de verantwoordelijkheid neemt voor jouw communicatie, dan verhoog je de mogelijkheden om jouw gedrag en reacties aan te passen aan het effect dat jouw communicatie en gedrag heeft op de ander.

Hulpvraag bij deze NLP overtuiging:
- Herinner een situatie waarin je iemand duidelijke instructies gaf en waarbij de ander iets totaal anders deed dan je bedoelde. Kon je achteraf begrijpen hoe deze miscommunicatie ontstond?

3. Als iemand anders het kan, kan ik het ook. Mensen zijn allemaal opgebouwd uit hetzelfde zenuwstelsel, dezelfde neurale verbindingen, dezelfde hersencapaciteit. Als je weet hoe iemand anders iets doet, kun jij het ook.

4. Elk individu heeft de hulpbronnen die nodig zijn om veranderingen in gang te zetten in zich.
De hulpbronnen zijn kwaliteiten, eigenschappen, houdingen en emoties die ons toelaten om te zijn wie we willen zijn en te bereiken wat we willen bereiken. Hulpbronnen die we nu niet hebben nemen we van anderen over. Als het ergens in de wereld mogelijk is, dan is het dat ook voor jou. Het is enkel een kwestie van weten hoe je het moet doen.

5. De kaart is niet het gebied. Alles wat je ziet, hoort, voelt en ervaart, is niet alles wat er bestaat. Je filtert namelijk een heleboel informatie weg, omdat het anders te veel wordt of gewoon niet relevant is. Je laat informatie weg, vervormt en generaliseert. Onze zintuiglijke waarneming is geen directe weergave van de werkelijkheid, maar is het effect van een biochemisch en bio-elektrisch samenspel van onze hersenen. De objectieve werkelijkheid wordt gekleurd door onze ervaringen, overtuigingen en karakter.

Hulpvragen bij deze NLP overtuiging:
- Wat was de laatste keer dat je realiseerde dat je iets geloofde dat onjuist was? Hoe ging je ermee om en hoe veranderde het je denken? 

- Kun je een situatie herinneren waarin je verwachtte dat iets zou gebeuren, maar in plaats daarvan gebeurde er iets totaal anders? Hoe ging je om met de werkelijkheid met betrekking tot jouw verwachtingen?

- Heb je ooit ervaren dat je het oneens was met iemand en discussieerde over iets waar je geen of weinig kennis over had?

- Ben je in het verleden in staat geweest om jouw overtuigingen en verwachtingen gemakkelijk te veranderen?

6. Aan de basis van elk gedrag ligt een positieve intentie. Er is een verschil tussen het gedrag en de intentie. Het gedrag kan destructief zijn, de intentie die aanleiding geeft tot dat gedrag is positief: het wil zorg dragen voor degene die het gedrag vertoont, zelfs op het niveau van overleving.

Hulpvragen bij deze NLP overtuiging:
- Heb je wel eens in een situatie gezeten waarin iemand zich op een bepaalde manier gedroeg die je afkeurde. Vervolgens deze situatie objectief bekeken, waardoor het gedrag ineens logischer werd. 

- Heb je jezelf wel eens de vraag gesteld: “Hoe is het mogelijk dat iemand zich op deze manier gedraagt of voelt en onder welke omstandigheden is heel logisch? “ 

- Stel dat je de wereld met de onschuld en naïviteit van een kind bekijkt. Hoe ziet de wereld er dan uit en hoe gedraag jij je daar? 

- Omschrijf een situatie waarin je dacht dat iemand jou wilde kwetsen, maar uiteindelijk blijkt diegene jou alleen te willen helpen. 

7. Falen bestaat niet, er is alleen feedback. “Falen” of “mislukken” zijn etiketten die destructief zijn. Elk resultaat en gedrag is een prestatie, of dat nu het doel is of niet. Als je het doel niet bereikt, neem het dan op als een signaal dat jou meer informatie geeft om meer effectief te zijn in de toekomst.

Hulpvragen bij deze NLP overtuiging:
- Heb je wel eens een vriend(in) getroost die ergens een puinhoop van had gemaakt? Denk terug aan wat voor steun je gaf, zonder veroordeling en realiserend dat de vriend(in) van deze situatie kon leren.

- Wat zijn jouw grootste levenslessen?

- Heeft iemand wel eens tegen je gezegd, of heb jij wel eens tegen iemand gezegd: “Er komt een dag dat je hier heel hard om zult lachen”

8. Het verleden staat niet gelijk aan de toekomst. Alles wat er 5 minuten, 1 uur, 1 jaar, 10 jaar of 20 jaar geleden is gebeurd, is niet relevant. Het gaat om: wat doe je nu?

9. Er is altijd een andere keuze mogelijk. Elke ervaring kan worden beschreven op minstens 3 verschillende manieren. Als jij van perspectief verandert, dan krijg je meer informatie, verander je de waarneming en verhoog je jouw keuzemogelijkheid. Zelfs als je ze niet ziet, hoort of voelt, weet dat er andere opties zijn.

10. Respect voor andermans model van de wereld.Elk begin van communicatie met een ander begint met het hebben van respect voor het wereldmodel van de ander. Wil je echt communiceren met de ander, dan is het van belang dat je ‘duikt’ in het wereldmodel van de ander. 

11. Verbinding lichaam en geest. Hulpvragen bij deze NLP overtuiging: 
- Welke mentale veranderingen zou je moeten maken om gezond te gaan eten en regelmatig aan beweging te doen? 

- Heb je wel eens een situatie meegemaakt waarin je besefte dat jouw gedachten jouw lichaam beïnvloedde (hartslag, bloeddruk, zweet, hoofdpijn, druk op de borst, etc.)?

NLP COMMUNICATIEMODEL
Het NLP communicatiemodel is een belangrijk uitgangspunt binnen NLP. Het geeft de structuur van de subjectieve waarneming weer. Het geeft daarmee antwoord op de vraag: “Hoe is het mogelijk dat verschillende mensen eenzelfde gebeurtenis op een andere wijze interpreteren, opslaan en naar buiten brengen”.

 

DE FILTERS
De kern van dit model wordt gevormd door de zogeheten filters. Uiteindelijk hebben deze filters invloed op de stemming van iemand en op het uiteindelijke gedrag dat de persoon vertoont. Dit model geeft inzicht op de vraag: waarom doen mensen wat ze doen?

Filtering vindt plaats op verschillende manieren. In de eerste plaats fungeren de zintuigen als fysieke filters. Er zijn namelijk grenzen aan wat zintuigcellen kunnen waarnemen. Zo kan een mens alleen geluiden waarnemen met een frequentie tussen de 4 en 20 duizend Hz. Alles wat daar buiten valt horen we niet.

Een andere manier van filtering vindt plaats door selectie van de informatie. We beschikken over een verzameling instrumenten (overtuigingen, waarden, criteria) die bepalen welke informatie relevant is en welke niet. Hierbij speelt taal een belangrijke rol. We organiseren onze ervaringen met behulp van taal.

Welke filters kennen we?
Ieder mens heeft een unieke waarneming van de wereld. De “echte” werkelijkheid (externe gebeurtenissen) bevat veel meer informatie dan we daadwerkelijk kunnen bevatten. Ons beeld is klein vergeleken met het totaal beeld. Voortdurend zijn we informatie aan het weglaten, vervormen en generaliseren door middel van onze filters.

Filter: tijd, ruimte, materie en energie
Dit is één van de meest onbewuste filters. Einstein toonde aan dat deze begrippen zeer relatief zijn en per situatie verschillende waarden hebben. Denk bijvoorbeeld aan een trein die met 100 kilometer per uur voorbij een perron rijdt. Voor de persoon die op het perron staat, is de trein een zeer snel bewegend voorwerp. Voor degene die in een andere trein zit die gelijktijdig over een ander spoor met dezelfde snelheid meerijdt, zal het lijken of diezelfde trein stilstaat. Met deze theorie toonde Einstein dat de zintuiglijke waarneming van de mens niet (altijd) een volledige en correcte weergave is van de werkelijkheid. Denk ook maar eens aan de verschillende belevingen die mensen hebben van een kwartier. Of koud en warmte. Ga zo maar door.

Filter: taal
Met behulp van taal geven we betekenis aan externe gebeurtenissen en geeft het ons het vermogen om deze te structureren. Onze taal stuurt onze waarneming. Hoe groter het taalvermogen, hoe meer verfijning je kunt aanbrengen in de structurering van de buitenwereld. 

Filter: herinneringen en beslissingen
Beslissingen die we in het verleden hebben genomen en herinneringen die we hebben opgeslagen, vormen een belangrijke filter voor de informatie die we weglaten, vervormen of generaliseren. 

Filter: metaprogramma’s
Deze worden ook wel de ‘sorteerstijlen’ genoemd, omdat ze bepalen hoe we informatie sorteren. Het zijn patronen in hoe iemand denkt, voelt en waarneemt en komen tot uiting in verbaal en non-verbaal gedrag. 

Filter: waarden
Wat vind je belangrijk in het leven?  Waar streef je naar en wat drijft je? Waarden sturen je gedrag op veelal onbewust niveau en zijn daarmee één van de filters. Waarden motiveren je om iets wel of niet te doen en achteraf evalueren ze of je tevreden bent met het proces of resultaat. Iemand die als waarde ‘gezondheid’ heeft zal regelmatig bewegen, gezond eten en niet roken en vertoont daarmee ander gedrag dan iemand die deze waarde niet hoog heeft zitten. 

Filter: overtuigingen
We hebben oneindig veel overtuigingen en deze overtuigingen hebben een onbewuste invloed op hoe we ons voelen en gedragen. Het is algemeen bekend dat als je gelooft dat je iets kunt, je het ook echt kan. Als je gelooft dat je iets niet kunt of onmogelijk is, dan is het vaak ook geen mogelijkheid voor jou. Krachtige overtuigingen zijn een goede vriend, beperkende overtuigingen een onbekende vijand.  

Filter: attitudes
Iemands attitude is sterk gekoppeld aan waarden en overtuigingen. Een attitude is ook wel een geheel van waarden en overtuigingen in een be

Als NLP Master Practitioner ken je jezelf helemaal. In de practitioner heb je kennis gemaakt met de mogelijkheden van NLP. Je hebt technieken geleerd om o.a. herinneringen uit het verleden van minder of geen invloed te laten zijn in je huidige functioneren. Je hebt ervaren hoe je meer toegang krijgt tot positieve emoties. Je hebt kennis gemaakt met enorm krachtige technieken als Change Personal History, Reclaim Personal History, Visual Squash, Submodaliteiten, Ankeren, Herkaderen. Daarnaast ben je je bewust geworden van je eigen gedrag en heb je de hulpmiddelen in handen gekregen om jouw gedrag (het effect van jouw gedrag op de omgeving) en dat van anderen effectiever te maken.

WAT LEER JE IN EEN NLP MASTER PRACTITIONER OPLEIDING?

De NLP Master Practitioner is een logisch vervolg op de NLP Practitioner Opleiding. In de NLP Master Practitioner opleiding vindt er zowel een verbreding als een verdieping plaats. Het is een logisch vervolg op de NLP Practitioner opleiding en stelt je in staat om de inzichten en technieken opgedaan vanuit de NLP Practitioner opleiding toe te passen, uit te breiden en te integreren.

In de NLP Master Opleiding ga je de vruchten plukken van het harde werken wat je hebt gedaan in de Practitioner Opleiding. Zoals ze in Amerika zeggen: het is een “Life Changing Event”. Een opleiding die je de rest van je leven zal bijblijven. Een opleiding waar je gaat toepassen wat je in de NLP Practitioner Opleiding hebt geleerd aan kennis, vaardigheden en inzicht.

ZIE HIER VOOR EEN OVERZICHT (EEN GREEP UIT DE ONDERWERPEN):

  • Fundamentele behoeften: wat drijft iemand? En hoe kun je dat benutten voor positieve verandering?
  • Sleight of Mouth: verbale communicatie (overtuigings)technieken voor veranderen van overtuigingen
  • Metaprogramma’s: maken van een blauwdruk van iemand’s gedrag/denkstijl
  • Modelleren: in kaart brengen, internaliseren en overdragen van excellent gedrag
  • Geavanceerd gebruik van strategieën
  • Hypnose: inductieset, (in)directe (post)hypnotische suggesties, trance inducties, procestaal
  • Geavanceerde submodaliteiten (waaronder Design Human Engineering)
  • Verdieping van en samenspel tussen Neurologische niveaus, Perceptuele Posities en Time Frames
  • Controle over gemoedstoestand van jezelf en anderen
  • Direct werken & communiceren met onderbewuste
  • Delen/parts in jezelf (o.a. communiceren, conflicten, onderhandelen)
  • Tijdlijnen (o.a. kinesthetische tijdlijnen)
  • Ongewenste gewoontes elimineren d.m.v. geavanceerde NLP technieken

VOOR WIE IS DE NLP MASTER PRACTITIONER GESCHIKT?

De NLP Master Practitioner is geschikt voor een ieder die zich persoonlijk wilt ontwikkelen. Voor zichzelf of voor anderen in de vorm van NLP coaching of therapie. De NLP Master Practitioner is een vereiste voor de NLP Master Coach opleiding, een vervolg NLP training voor mensen die zich tot het hoogste niveau willen bekwamen als NLP coach. De NLP Master Practitioner van UNLP wordt gegeven in zowel Amsterdam als Drenthe.

NLP Practitioner worden en het bijbehorende niveau behalen, hoe doe je dat? Wanneer je de beslissing neemt om meer van NLP te kennen en kunnen, zijn er meerdere mogelijkheden om dit doel te bereiken. Zo kun je ervoor kiezen om eerst wat boeken te lezen over NLP. Er is veel geschreven over NLP. Helaas zijn veel boeken zonde van je tijd. En soms zelfs onjuist of misleidend. Vandaar dat we op deze website hier een pagina hebben aangemaakt met boekentips. Voor zowel startende NLP practitioners als meer gevorderde NLP master practitioners of NLP Master Coaches. Je kunt er ook voor kiezen om eens een gesprek aan te gaan met NLP’ers, zoals een NLP Master Coach of NLP trainer. Door het contactformulier in te vullen kun je vrijblijvend en informeel zo’n gesprek aangaan. Besluit je om een opleiding te volgen, dan is een NLP practitioner opleiding een goede eerste stap. Het is het eerste niveau waarop je begint als NLP’er en je de basisvaardigheden, concepten en modellen leert die essentieel zijn om jezelf NLP’er te kunnen noemen.

WAT LEER JE IN EEN NLP PRACTITIONER OPLEIDING?

Een NLP practitioner opleiding is een unieke opleiding. Een opleiding die je kennis, vaardigheden en toepassingen meegeeft om in te zetten in je professionele en privé leven. Concreet, krachtig en effectief. Denk aan het verwijderen van beperkende overtuigingen, het beter en sneller contact maken met anderen of het inzetten van gewenste gevoelens (denk aan zelfvertrouwen, kracht of rust) waar en wanneer je wilt. Om maar enkele onderwerpen op te noemen. In een NLP training leer je op zowel bewust als onbewust niveau en zul je merken dat leren snel, makkelijk en transformerend kan zijn. Sommige mensen volgen een NLP opleiding om zich als coach (verder) te ontwikkelen. Voor anderen is een NLP training of opleiding puur voor persoonlijke ontwikkeling. In een goede NLP opleiding komt er een aantal onderwerpen aan bod. Zie hier voor een overzicht (een greep uit de onderwerpen):

  • Rapport: maken en behouden van snel en diep contact en betrokkenheid
  • Synchronisatie van verbale en non-verbale communicatie : match, mismatch, backtrack, sort by self, sort by other
  • Representatiesystemen herkennen bij anderen en bewust inzetten: visueel, auditief, kinesthetisch, olfactorisch, gustatief
  • Oogbewegingen: herken interne processen bij anderen d.m.v. oogbewegingen
  • Predikaten : ontdekken en herkennen van taalpatronen bij jezelf en anderen
  • Observeren en kalibreren : ontwikkelen van een zeer scherp observatievermogen
  • Gedachten en emoties : herken en speel in op gedachten en emoties bij anderen
  • Neutraliseren van ongewenste emoties zoals woede, angst, verdriet, onrust.
  • Metamodel : het zuiveren, preciseren van je taalgebruik zoals: generalisaties, distorties, etc. Het stellen van de juiste vragen op de juiste momenten.
  • Milton model : hypnotisch taalgebruik. Gebruik taal om anderen (positief) te beïnvloeden
  • Interne communicatie : ontdekken en veranderen van je interne communicatie
  • Submodaliteiten: jouw interne werkelijkheid bepaalt in grote mate je gedrag, gedachten en gevoelens
  • Index computation : verdeling van aandacht in 3 delen: interne processen (gedachten), extern gedrag en interne gemoedstoestand (emoties/gevoelens).
  • Fysiologie van de vermogende staat
  • Associatie-dissocatie
  • Zelfankering
  • Herkaderen : veranderen van de betekenis van een ervaring
  • N-stapsherkadering : Het opheffen van automatismen, slechte gewoonten, steeds weerkerend onnuttig gedrag
  • Ruimtelijke herkadering
  • Verbale herkadering
  • Hulpbronnen : een gewenste emotie zoals zelfvertrouwen, zelfrespect of kracht leren oproepen op elk moment wanneer jij wilt.
  • Automatische ongewenste emoties neutraliseren, oude ankers neutraliseren .
  • Change personal history : je persoonlijke geschiedenis veranderen.
  • Mapping accross: Een hulpbron, vermogende stemming van één context overbrengen naar een andere context.
  • Parts: Werken met deelpersoonlijkheden. Tegenstrijdigheden opsporen in jezelf en in harmonie brengen.
  • Liefdes strategie: de mentale strategieen van verliefde stellen.
  • Visual Squash: Oplossen van interne conflicten. Oproepen van tegenstrijdige delen of polariteiten van één deel, onderhandelen in een ruimtelijke herkadering
  • Chunken : de organisatie van een geheel in onderdelen, kleinere delen (downchunken), evenwaardige delen (lateraal chunken of grotere delen (upchunken)
  • Perceptuele posities (ook wel: waarnemingsposities): ik, de andere, een neutrale getuige, voor het verzamelen van meer informatie en het oplossen van conflicten
  • Allergie-proces : herprogrammeren van het immuunsysteem bij enkelvoudige allergieën: voedsel, dieren, pollen. Snel, veilig en blijvend afkomen van een allergie.
  • Fobieën techniek: afkomen van specifieke fobieën: kleine ruimtes, spinnen, vogels e.d.
  • Trauma techniek : oplossen van diepgaande trauma’s (incl. PTSS)
  • Metaforen : een vergelijking van de probleemsituatie in een andere context, meestal onder de vorm van een verhaal vanuit een fantasiewereld, zodat er een rechtstreekse impact en transformatie is in het onderbewustzijn.
  • Opsporen van denkstrategieën (ook wel: NLP strategie): decoderen van de innerlijke die we volgen, die ons belet een resultaat te bereiken, of juist toelaten succes te hebben.
  • Swish: Gewenst gedrag creëren voor moeilijke, angstige of stressvolle situaties
  • De 6 (neuro)logische niveaus van Dilts: voor het scheppen van persoonlijke congruentie, waarbij hoofd en hart en alle delen van jezelf in dezelfde richting werken.
  • Outcome model: Duidelijk en zeker je doel bereiken. Voor congruentie tussen het bewustzijn en onderbewuste.

Vergelijk de onderwerpen van diverse instituten om zo tot een goed oordeel te kunnen komen. Is het niet duidelijk wat het instituut precies gaat behandelen? Mijn voorspelling is dat dit niet veel gaat veranderen tijdens de opleiding.

WIE ZIJN DE NLP TRAINERS IN EEN NLP OPLEIDING?

In Nederland mag iedereen zich NLP trainer noemen. Helaas. Er zijn trainers die NLP trainingen geven die slechts enkele boeken over NLP hebben gelezen en een korte workshop hebben gevolgd en zich vervolgens NLP trainer noemen. Tegenwoordig kun je al NLP trainer worden door een 6-daagse opleiding te volgen. Belangrijk is om te weten waar de hoofdtrainer binnen de opleiding zijn opleidingen heeft gevolgd. Hoe meer gevarieerdheid in de gevolgde opleidingen, trainingen en workshops, hoe beter.

Zorg er bij twijfel voor dat je kan spreken met een van de hoofdtrainers. Als deze te druk is of niet de beleefdheid kan opbrengen om een 1 op 1 gesprek aan te gaan, dan weet je direct al voldoende als indicatie hoe ze zich op de training zullen gedragen. Als je eenmaal in gesprek bent met de (hoofd)trainer van de opleiding waar jij je opleiding wilt volgen, is er een aantal vragen die je hem kunt stellen:

  • Hoe lang bent u al met NLP bezig?
  • Bij wie heeft u uw NLP opleidingen gedaan?
  • Wat is uw professionele achtergrond (onderwijs/bedrijfsleven/hulpverlening)?
  • Hoe zijn uw resultaten binnen het 1-op-1 coaching?

Hoe gedraagt de trainer zich in een 1 op 1 gesprek? Is hij geïnteresseerd in jou als persoon? Beantwoorden ze je vragen naar voldoening? Klikt het?

HOEVEEL DEELNEMERS ZITTER ER IN EEN NLP PRACTITIONER OPLEIDING?

In sommige opleidingen zit je in een groep van 50 tot 100 deelnemers, buiten Nederland soms zelfs 500 deelnemers of meer. Belangrijk hierbij is de verhouding deelnemers / (assistent)trainers. Ik adviseer een norm van 1 op 10. Dat wil zeggen per 15 deelnemers is er 1 trainer, eventueel aangevuld met assistent trainers.

WAT KOST EEN GEMIDDELDE NLP OPLEIDING?

NLP opleidingen zijn behoorlijk prijzig. Een NLP opleiding is een investering voor het leven. Waak je dan ook voor NLP trainingen die de opleiding standaard aanbieden voor 1500, 1000 of zelfs 500 euro. Dat lijkt goedkoop, maar is uiteindelijk duurkoop. Het zijn instituten die veelal net zijn begonnen en/of die slechts enkele practitioner per jaar verzorgen. Je krijgt daardoor een NLP trainer die onervaren is in NLP training en coaching. Gelukkig zijn er instituten in ons land die ook mensen met een laag inkomen de mogelijkheid bieden om een kwalitatief hoogstaande NLP opleiding te volgen. Vraag ernaar als je een instituut op het oog hebt. Vraag naar eventuele speciale prijzen voor mensen met een laag inkomen en/of de mogelijkheid tot spreiding van betaling.

Voor een NLP Practitioner opleiding 2016/2017 van UNLP heb je de keuze uit AmsterdamHaarlem, Den Bosch, Rotterdam en Midden-Drenthe. NLP trainingen van UNLP worden gegeven op het niveau van NLP PractitionerNLP Master Practitioner en NLP Master Coach. Daarnaast zijn er diverse specialistische NLP trainingen op het gebied van o.a. tijdlijnen, hypnose, mediation, lichaamswerk en NLP New Code van John Grinder. Zie de agenda voor een compleet overzicht van alle NLP trainingen in 2016/2017.

TECHNIEK: ELIMINEREN VAN VERSLAVING
In deze techniek gaan we negatieve verbintenissen leggen, waarbij je gebruik maakt van beeld, geluid, geur, smaak, gevoelens en interne dialoog. 

Denk aan iets wat je lekker vindt én tegelijkertijd niet meer verslaafd aan wilt zijn. Bijvoorbeeld chocolade, ijs, pizza, patat, bepaalde koekjes, spekjes, etc. 

Stap 1. Maak een beeld van hetgeen je aan verslaafd bent.
We beginnen met het vormen van een beeld van bijvoorbeeld een chocolade reep en gebruiken alle zintuigen. 

Stap 2. Associatie met iets wat je vies vindt.
Kijk naar die reep chocolade en denk aan iets wat je echt heel erg vies vindt. Bijvoorbeeld kots, kakkerlakken of wormen. Hoe viezer, des te beter. Wat je ook vies vindt, leg het op de chocoladereep. Houd je van chocoladerepen met stukjes noot? Maak van die stukjes noot dan kakkerlakken en zie hoe ze in die chocolade zitten. Of zie de chocolade bedekt met kots, vieze, stinkende, slijmerige kots.

Stap 3. Betrek al je zintuigen bij de associatie.
Begon je met visueel, ga dan over op de modaliteiten van geluid, geur, smaak, en gevoel. Geluid: wat voor geluid maakt zo’n reep wanneer je er een hap uit neemt? Hoe klinkt het wanneer je een reep chocolade eet met daarin kakkerlakken? Gevoelens: hoe zou dat voelen wanneer je zo’n reep opeet?

Hoe voelt kots wanneer je dat moet opeten? Hoe voelen kakkerlakken wanneer je op ze kauwt en doorslikt? Voel dat in jouw mond, slik het door en voel het door jouw keel gaan. Smaak: hoe smaakt kots wanneer je het opeet? Hoe is de smaak van kakkerlakken als je ze in jouw mond hebt? Geur: hoe ruikt kots wanneer dat op een reep chocolade zit en naar jouw neus brengt? Hoe ruikt de reep chocolade wanneer er kakkerlakken in zitten? Breng de reep chocolade naar jouw neus en ruik die geur. 

Stap 4. Herhaal.
Je ziet de reep chocolade, je proeft het, je ruikt het, je voelt het en je hoort het. Wanneer je dit gedaan hebt, spoel je de opname zo snel mogelijk terug en doe je het opnieuw maar verbind het beeld met iets wat je ongelooflijk vies vindt: kots, kakkerlakken, uitwerpselen en wat je verder kunt bedenken. 

Spoel dit beeld zo snel mogelijk terug naar het begin, alsof je een terugspoel mogelijkheid hebt net als op een videorecorder. Speel de film weer af, maar nu met nog meer viezere en negatievere associaties. Doe dit 5x. 

Klaar? Denk nu eens aan een chocoladereep. Wat voel je daarbij?
Heb je zin in een chocoladereep? Waarschijnlijk niet. Je hebt nieuwe, negatieve verbintenissen gelegd met een reep chocolade die ervoor gezorgd hebben dat je geen verlangen meer hebt naar die reep chocolade. 

Doe deze oefening met die soorten voedsel waar je altijd naar verlangt, maar die slecht voor je zijn. Denk aan bijvoorbeeld pizza, patat, kroketten, vette kaas of alcohol. Je kunt het verlangen naar bepaalde voeding, veranderen door het veranderen van jouw interne wereld.

NLP TECHNIEK: VERANDEREN VAN OVERTUIGING D.M.V. SUBMODALITEITEN

Deel 1 
1.    Denk aan een overtuiging die je hebt en waarvan je zou willen dat je deze niet meer zou hebben. Als je hieraan denkt, heb je er een beeld van? 

2.    Denk aan een overtuiging die je had en die nu niet meer voor je geldt. Provoceer de visuele submodaliteiten. 

3.    Zet de submodaliteiten van 1. om in die van 2. (1. krijgt dus dezelfde submodaliteiten als 2.)

Deel 2
4.    Denk aan een overtuiging waarvan je absoluut zeker bent. Provoceer de visuele submodaliteiten (daag ze uit). 

5.    Denk aan een overtuiging die je graag zou willen hebben. 

6.    Verander de submodaliteiten van 5. in de submodaliteiten van 4.

VISUELE SWISH 1

Stap 1: Maak een beeld van het gedrag dat je wilt veranderen. Maak het beeld breed, groot en geassocieerd. 

Stap 2: Schuif het eerste beeld even opzij. Maak een beeld van het gewenste gedrag. Jouw ideale zelf. Hoe zou je willen zijn?  Dit beeld van je gewenste zelf is gedissocieerd. Zorg ervoor dat het beeld aantrekkelijk is. Zie jezelf met meer capaciteiten, meer keuzemogelijkheden en meer vrijheid. 

Stap 3: Plaats het beeld van het gewenste gedrag naar de hoek links onderaan. Maak het beeld klein (ongeveer 10cmx10cm), zwart-wit en vaag. 

Stap 4: Trek het gewenste beeld in een snelle beweging naar voren, groot en helder en waardoor het ongewenste beeld klein en donker wordt en/of explodeert. Gebruik hiervoor het auditieve anker (“SWISSHHH”). Het beeld met het gewenste gedrag staat nu op de voorgrond. 

Stap 5: Zodra het gewenste beeld voor je staat is het beeld en je gevoel congruent. Je ziet je ideale zelf en je voelt je als je ideale zelf. 

Vervolgens herhaal je stap 1 tot en met 5 minimaal 5-8 keer, of zo vaak en regelmatig als nodig. 

Stap 6. Test. Probeer nu het oude, ongewenste beeld op te roepen. Merk op hoe dit onmogelijk is geworden en/of hoe het oude beeld direct overgaat in het gewenste beeld.

 

NLP TECHNIEK: VISUELE SWISH 2

Stap 1: Maak een filmpje van het gedrag dat je wilt veranderen. Spoel het filmpje terug tot het moment dat je nog een keuze had. Knip het filmpje daar door. Het knipmoment (je had nog een keuze) noemen we vanaf nu ‘het oude beeld’. Maak dit beeld breed, groot en geassocieerd. 

Stap 2: Schuif het eerste beeld even opzij. Maak een beeld van het gewenste gedrag. Jouw ideale zelf. Hoe zou je willen zijn?  Dit beeld van je gewenste zelf is gedissocieerd. Zorg ervoor dat het beeld aantrekkelijk is. Zie jezelf met meer capaciteiten, meer keuzemogelijkheden en meer vrijheid. Dit noemen we vanaf nu het nieuwe beeld. 

Stap 3: Zet het oude beeld voor je. Trek het nieuwe beeld heel ver naar achteren, als een soort stipje aan de horizon. 

Stap 4: Laat het nieuwe beeld nu heel snel naar voren komen, alsof het wordt afgeschoten met een katapult. Het nieuwe beeld slaat dwars door het oude beeld heen. Gebruik hiervoor het auditieve anker ( “SWISSSHHH”). Het nieuwe beeld staat nu op de voorgrond. 

Stap 5: Zodra het gewenste beeld voor je staat is het beeld en je gevoel congruent. Je ziet je ideale zelf en je voelt je als je ideale zelf. 

Vervolgens herhaal je stap 1 tot en met 5 minimaal 5-8 keer, of zo vaak en regelmatig als nodig. 

Stap 6. Test. Probeer nu het oude, ongewenste beeld op te roepen. Merk op hoe dit onmogelijk is geworden en/of hoe het oude beeld direct overgaat in het gewenste beeld.

 

Noam Chomksy - NLP taalkundigeNoam Chomsky (1928) is een Amerikaanse taalkundige (net als John Grinder) en filosoof en wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke taalkundigen. Evenals mensen zoals Virginia SatirMilton Erickson en Gregory Bateson is Chomsky een belangrijk rolmodel geweest voor Richard Bandler en John Grinder in de ontwikkeling van NLP.

Zo introduceerde Chomsky het onderscheid tussen oppervlaktestructuur en dieptestructuur -begrippen die vandaag de dag nog steeds worden behandeld in een NLP practitioner opleiding. Volgens NLP grondleggers Richard Bandler en John Grinder gaat er bij de transformatie van dieptestructuur naar oppervlaktestructuur veel belangrijke informatie verloren door de processen van weglating, generalisatie en vervorming.

Diverse NLP kernbegrippen wordt door Chomsky ondersteund en bevestigd, waaronder ecologie, metamodel vragen en herkadering. Zo ook de NLP vooronderstelling “De kaart is niet het gebied”. Deze vooronderstelling stelt dat de betekenis (of interpretatie) die toekennen aan de realiteit niet de werkelijke realiteit is. We zien “de realiteit” door een verzameling van filters (overtuigingen, waarden, herinneringen, metaprogramma’s, etc) die bepalen hoe we de werkelijkheid ervaren of interpreteren. Aangezien iedereen andere filters heeft, is onze perceptie van de werkelijkheid ook anders. De perfecte waarheid is er dus niet, maar wordt gevormd door hoe we naar de wereld kijken. Vandaag de dag is hij bij het grote publiek vooral bekend om zijn kritische houding ten aanzien van de media, politiek en macht.

ENKELE QUOTES VAN CHOMSKY OM OVER NA TE DENKEN:

  • The major media-particularly, the elite media that set the agenda that others generally follow-are corporations “selling” privileged audiences to other businesses. It would hardly come as a surprise if the picture of the world they present were to reflect the perspectives and interests of the sellers, the buyers, and the product. Concentration of ownership of the media is high and increasing. Furthermore, those who occupy managerial positions in the media, or gain status within them as commentators, belong to the same privileged elites, and might be expected to share the perceptions, aspirations, and attitudes of their associates, reflecting their own class interests as well. Journalists entering the system are unlikely to make their way unless they conform to these ideological pressures, generally by internalizing the values; it is not easy to say one thing and believe another, and those who fail to conform will tend to be weeded out by familiar mechanisms.”
  •  “If the media were honest, they would say, Look, here are the interests we represent and this is the framework within which we look at things. This is our set of beliefs and commitments. That’s what they would say, very much as their critics say. For example, I don’t try to hide my commitments, and the Washington Post and New York Times shouldn’t do it either. However, they must do it, because this mask of balance and objectivity is a crucial part of the propaganda function. In fact, they actually go beyond that. They try to present themselves as adversarial to power, as subversive, digging away at powerful institutions and undermining them. The academic profession plays along with this game.”
  • One of the questions asked in that study was, How many Vietnamese casualties would you estimate that there were during the Vietnam war? The average response on the part of Americans today is about 100,000. The official figure is about two million. The actual figure is probably three to four million. The people who conducted the study raised an appropriate question: What would we think about German political culture if, when you asked people today how many Jews died in the Holocaust, they estimated about 300,000? What would that tell us about German political culture?
  • “The more you can increase fear of drugs and crime, welfare mothers, immigrants and aliens, the more you control all the people
  • You never need an argument against violence, you need an argument for it.”
  • “If there was an observer on Mars, they would probably be amazed we survived this long.”
  • “There are two problems for our species’ survival -nuclear ware and environmental catastrophe – and we’re hurtling towards them. Knowingly.”

Het Outcome Model, hoe werkt dat? Ik wil…ik wil… “meer zelfvertrouwen”, “beter contact met mijn partner”, “meer geld verdienen”. Het lijkt makkelijk: doelen stellen. En toch wordt 99% van de doelen die worden gesteld niet bereikt. Hoe komt dat? Hoe komt het dat we doelen stellen en ze -op de ene of andere manier- toch niet weten te bereiken? Is het omdat we het niet willen? Of omdat we het niet mogen? Van onszelf of anderen?

Een ding is zeker: de reden dat we onze doelen niet bereiken is veelal onbewust. Want hoe kan het dat iemand die wilt stoppen met roken, met het bewustzijn kan zeggen: “Ik ga stoppen met roken.” ? En toch, als je hem een aantal weken later vraagt, de kans groot is dat hij gewoon weer is gaan roken. We kunnen heel bewust zeggen “Ik ga stoppen met roken.”, maar het ondertussen niet doen. De reden hiervan is is dat er allerlei onbewuste krachten je belemmeren om dit doel te bereiken. En juist doordat ze onbewust zijn, kennen we het bestaan er niet van. Met ons bewustzijn willen we stoppen met roken, zeggen we tegen onszelf “ik sta stoppen” en koop je wellicht geen sigaretten meer. Met ons onderbewustzijn doen we echter niets. We gaan ervan uit dat die wel vanzelf meekomt. Als een passieve arbeider die naar zijn baas luistert. We zijn in de veronderstelling dat het bewustzijn regeert. En dat het onderbewuste daarin geen zeggenschap heeft. Dat als we bewust een beslissing nemen, ons onderbewuste daarop automatisch aansluit. Maar helaas. Niets is minder waar. Ons bewustzijn slechts een zeer klein deel van ons gehele systeem. Doelen stellen op het niveau van het bewuste is prima, maar je zult er geen overwinnen mee bereiken wanneer het onderbewuste niet meewerkt.

Oorzaken dat mensen 99% van hun gestelde doelen niet bereiken ligt niet in het bewustzijn, maar in onbewuste krachten en obstakels. Het outcome model zorgt ervoor dat je niet alleen bewust je doelen gaat formuleren, maar ook op onbewustniveau ervoor zorgt dat je obstakels wegneemt en je doel gaat bereiken.

OUTCOME MODEL – HET BELANG VAN DOELEN STELLEN

Waarom zou je doelen stellen? Een bekend onderzoek waarin deze vraag centraal stond, is gedaan in 1953 aan de Amerikaanse Yale University. Ze stelden studenten de vraag of ze doelen hadden geformuleerd en of ze deze hadden opgeschreven. Wat bleek? Slechts 3% van de ondervraagden had opgeschreven doelen. 97% (!) had geen doelen opgeschreven of zelfs helemaal nooit aan doelen gedacht. Maar nu komt het: 20 jaar later gingen de onderzoekers terug naar de deelnemers en werden ze opnieuw geïnterviewd. Het verbijsterende resultaat: de 3% die hun doelen hadden opgeschreven scoorden op elk levensgebied hoger: gezondheid, relaties, werk. Ook op financieel vlak: de kleine groep van 3% verdienden met elkaar meer dan de grote groep van 97% bij elkaar! Kortom, doelen stellen loont. En sommige mensen zeggen dan:  “ja, maar ik wil helemaal geen doelen stellen. Ik wil juist leven van dag tot dag en niet zo doelgericht bezig zijn.” Perfect, dat is een prachtig doel.

Doelen zorgt ervoor dat je leeft. Dat je het maximale uit jezelf haalt. Dat je nadenkt over wat je wilt bereiken. Dat je gedreven wordt door de dingen die je wilt en kunt bereiken. Want in eerste instantie is het stellen van doelen gewoon fantaseren over wie je wilt zijn of wat je wilt bereiken. Fantaseren over de mogelijkheden die je als individu hebt. En je kunt heel veel. We zijn als mens geschapen om te groeien en te bloeien. Het nut van doelen stellen is dat je na gaat denken over wat je kunt bereiken. En vervolgens ook actie gaat ondernemen om dat te bereiken. Zonder doelen wordt je opgeslokt in alledaagse rompslomp.

In de  NLP Practitioner opleiding leer je leer je om het outcome model toe te passen. Voor jezelf en/of anderen.

OUTCOME MODEL: Model om effectief doelen te bereiken
Deel 1: Kader van het doel
Deel 2: Obstakel
Deel 3: Hulpbronnen
Deel 4: As if / doen alsof
Deel 5: Plan


DEEL 1: KADER VAN HET DOEL

Wat wil je?
- Wat wil je zijn in plaats van?
- Wat ontbreekt er in je huidige situatie? (geef huidige situatie aan)
- Hoe wil je verschillend zijn?
- Als je wist wat je wou, wat zou dat zijn?
- Wat zou je willen veranderen aan jezelf? 

Bewijs
- Hoe zul je weten dat je doel is bereikt?
- Welke specifieke feedback zal jou laten weten dat je bezig bent met je doel te bereiken?
- Wat zul je zien, horen, voelen dat jou bewust maakt dat je dichter bij je doel komt en/of dat je je doel hebt bereikt?
- Hoe zul je weten dat je geen problemen meer hebt?
 
Context
- Waar, wanneer en met wie wil je je doel bereiken?
- Wil je dat doel de hele tijd, met iedereen?

Ecologie
- Hoe zal dit resultaat jouw leven beïnvloeden t.a.v. familie, werk, vrienden, gezondheid?
- Hoe heb jij er voordeel bij als je het doel niet zult bereiken?
- Wat zijn de voor- en nadelen van het bereiken van het doel?

Het bijkomende resultaat
- Wat zal het bereiken van het doel voor je doen?
- Wat zal het resultaat zijn van het bereiken van je doel?
- Wat zal er anders zijn als je niet meer het probleem hebt
- Hoe zal het zijn als je je doel zou hebben behaald?
- Maak het zo dringend of aantrekkelijk mogelijk

 

DEEL 2: OBSTAKELS

Wat houdt je tegen om nu al het doel te hebben?
- Hoe houd jij jezelf tegen?
- Hoe weet je dat dit een probleem is? (interne staat)
- Wat doe je in plaats van dat wat je wilt doen? (extern gedrag)     
- Wat zeg je tegen jezelf, welke interne beelden zie je? (intern proces)

Trigger / stimulus
- Hoe weet je dat je dit probleem hebt?
- Wat is de aanzet tot dit probleem?
- Wat zie of hoor je net voor het probleem begint?

Ecologie
- Hoe trek jij voordeel uit dit probleem of obstakel?  
- Wat zal er gebeuren als je je doel bereikt?
- Wat zal er gebeuren als je je doel niet bereikt?
- Wat zal er niet gebeuren als je je doel bereikt?
- Wat zal er niet gebeuren als je je doel niet bereikt?  

DEEL 3: HULPBRONNEN
- Welke hulpbronnen of vaardigheden heb je al die jou behulpzaam kunnen zijn?
- Welke andere hulpbronnen of vaardigheden heb je nodig?
- Welke zou je kunnen aanleren?
- Ken je iemand die dit doel al heeft behaald?

Als je een antwoord krijgt: “ik weet het niet”, ook al varieer je je vragen, gebruik dan: “stel je eens voor dat je het toch zou weten; wat zou het dan zijn? Wat zou je dan horen dat je tegen jezelf zegt, wat zou je dan zien? 

Als je een negatief geformuleerd antwoord krijgt, bijvoorbeeld: “Ik wil me niet meer boos voelen”, vraag dan: “wat wil je in plaats van je niet meer boos te voelen?” 

Een belangrijke NLP-vooronderstelling is: “Iedereen heeft alle hulpbronnen in zich om de gewenste resultaten te bereiken”. Jouw taak als NLP’er is om deze hulpbron te activeren, bijvoorbeeld door het veranderen van de context: in welke situaties heb je wel zelfvertrouwen? 

Naast het verzamelen van informatie is het belangrijkste doel van het vragen stellen om het bewustzijn en denken van de persoon richting te geven.

 

DEEL 4: AS IF / DOEN ALSOF
Als je regelmatig een antwoord krijgt als “ik weet het niet” of “geen idee”, ga je eerst de formulering van je vragen variëren of kom je later op dezelfde vraag terug. Als dit niet helpt, kan een ‘As If frame’ nuttig zijn: “stel je eens voor dat als je het toch zou weten, wat zou het dan zijn? Wat zou je dan horen dat je tegen jezelf zegt, wat zou je dan zien?”  

Het “As If” frame is een proces waarbij een individu of groep zich gedraagt alsof het gewenste doel al is bereikt, of alsof het individu of de groep doet alsof het een andere persoon of entiteit is. Het “As If” frame is een krachtige manier om je perceptie van de wereld en van gewenste doelen te vergroten. 

Daarbij helpt het om weerstand en beperkingen binnen het eigen wereldmodel te overbruggen. Je laat de beperkingen van de realiteit los en gebruikt op een functionele wijze jouw fantasie. Op deze manier gaat je voorbij aan grenzen van persoonlijke voorgeschiedenis, beperkende overtuigingen en het ego. Het ‘zelf’ wordt weer gezien als een proces in plaats van een rigide nominalisatie. Zoals Milton Erickson zei: “You can pretend anything and master it”.

DEEL 5: PLAN
Maak stap voor stap een plan om het doel te bereiken. De voorwaarden voor een goede vormgeving van het doel:  

  1. uitgedrukt in positieve termen
  2. binnen de controle van het individu 
  3. zintuiglijk waarneembaar (zowel de doelstelling als de stappen er naar toe)
  4. in de gepaste context gezet 
  5. ecologisch
  6. meer dan één manier om het doel te bereiken

 

OVERTUIGINGEN
Gedurende ons leven bouwen we een model van de wereld. Met behulp van dat model vinden we onze weg tussen mensen, dingen en abstracties. Zonder een dergelijk model kunnen we niet leven. Dit model van de werkelijkheid maken we vooral door generalisaties te vormen over onze concrete ervaringen. Die generalisaties noemen we overtuigingen. We nemen de overtuigingen over van andere mensen. Met behulp van ons pakket aan overtuigingen, denken we te weten hoe, wat en waarom de wereld is zoals het is. De overtuigingen die we (meestal onbewust) voor kiezen, dienen een doel; we vormen ze niet lukraak. Ze helpen ons bij het nastreven van belangrijke waarden.

Eigen overtuigingen
Onze overtuigingen zijn onze leidende principes, de innerlijke ‘kaarten’ die we gebruiken om onze wereld te overzien. Ze zorgen voor stabiliteit en continuïteit. Een gedeelde overtuiging geeft een dieper besef van rapport en contact.

Een overtuiging bestaat uit wat iemand gelooft en waar hij van uitgaat. Onze overtuigingen bepalen wat we als mogelijk en onmogelijk ervaren, wat we als oorzaken van ervaringen en feiten zien en welke betekenis we geven aan ervaringen.

Generalisaties
Overtuigingen zijn generalisaties. Ze worden in stand gehouden door de weglating en vervorming van zintuiglijke ervaringen. Ik geloof dat de zon morgen op zal gaan, omdat dat al mijn hele leven gebeurt. Overtuigingen zijn sterk: als het morgenochtend donker is, denk ik niet dat de zon niet is opgegaan, maar dat mijn ramen zijn dichtgeplakt.

Onze overtuigingen hebben een sterke invloed op ons gedrag. Ze motiveren ons en geven vorm aan wat we doen. Het is moeilijk iets aan te leren als je niet gelooft dat het prettig kan zijn en/of dat je er baat bij zal hebben.


Overtuigingen van het dagelijks leven

We delen allemaal enkele fundamentele overtuigingen die elke dag in onze fysieke omgeving worden bevestigd. We vertrouwen op de natuurwetten. We stappen niet van het dak van een hoog gebouw en we hoeven niet elke dag opnieuw te toetsen dat vuur heet is. We koesteren ook veel opvattingen over onszelf en over de wereld waarin we leven die niet zo duidelijk gedefinieerd zijn. Mensen zijn minder stabiel en onveranderlijk dan zwaartekracht.

Een voorbeeld van een overtuiging: “In deze situatie zou niemand een goede presentatie kunnen geven. Het is gewoon onmogelijk. En al was het wel mogelijk, dan zou ik het nooit kunnen, want ik ben gewoon geen vlotte spreker. Bovendien, wie ben ik om te denken dat ik iets te vertellen heb? Zo interessant ben ik niet.”


Algemeen
Over het algemeen kunnen we zeggen dat overtuigingen meer invloed hebben, naarmate ze (a) algemener, (b) persoonlijker zijn en (c) ze hoger in de logische niveaus zitten. Dat wil zeggen een overtuiging die betrekking heeft op situaties en gedragingen versus een overtuiging die betrekking heeft op identiteit.


IDENTIFICEREN VAN OVERTUIGINGEN
elicitatie vragen

Hieronder zie je een lijst met goede vragen om achter een overtuiging te komen.

-       Waarom doe ik wat ik doe?

-       Wat betekent het voor me?

-       Wat zou er gebeuren als ik het niet deed?

-       Hoe is het? Waar vergelijk ik het mee?

-       Welk aspect ervan maakt me sterker?

-       Wat veroorzaakt volgens mij X?

-       Geloof ik dat X de oorzaak is van Y?

-       Wordt X veroorzaakt door de dingen die ik heb gedaan of gedacht?

-       Is X een onderdeel van wie ik ben?

-       Wat zegt X over mij als persoon?

-       Hoe denk ik over mezelf?

-       Hoe denk ik over anderen?

-       Hoe denk ik over mijn omgeving?

-       Waarom heb ik mijn doel nog niet bereikt?

-       Waarom is persoon Z succesvoller op dit gebied dan ik?

BEPERKENDE OVERTUIGINGEN
Ken je dat? Mensen die het gevoel hebben over veel capaciteiten te beschikken… maar om de een of andere reden komt het er maar niet uit. De reden dat we er niet in slagen om ons leven in vrijheid te leven en de dingen te doen die we écht willen, is dat we allerlei (meestal onbewuste) belemmerende overtuigingen hebben over onszelf.

De meeste zijn al in onze vroege kinderjaren gevormde conditioneringen. Iedereen zit vol met ideeën, niet alleen over zichzelf, maar over alle facetten van het leven: veiligheid, relaties, werk, autoriteit, geld, gezondheid, liefde, religie, geluk etc. Al die ideeën vormen een filter waardoor je naar de wereld kijkt en ze creëren zelfs letterlijk je ervaringen. Stel je hebt de overtuiging "niemand is te vertrouwen", dan zal je dit in je relaties met anderen telkens bevestigd zien.

De meesten komen uit de tijd dat we kind waren. Als onze ouders kwaad op ons waren en dingen zeiden als: "Het zal nooit wat worden met jou" of dit is ook een leuke  "Jij zult het ook nooit leren". Dat soort uitdrukkingen maakten diepe indruk en uiteindelijk ben je ze gaan geloven.

Let op uitspraken zoals

-       Ik kan niet...

-       Ik ben niet...

-       Ik ben veel te...

-       Ik zou toch eens moeten...

-       Dat lukt mij nooit...!

-       Ik heb altijd pech..

VERSTERKENDE OVERTUIGINGEN
Onze overtuigingen staan bij onze geboorte niet vast, ze ontwikkelen en veranderen. We wijzigen ons zelfbeeld, we trouwen, scheiden, vinden andere vrienden en meten ons gedrag aan omdat onze overtuigingen veranderen. Positieve overtuigingen stellen je in staat te onderzoeken wat waar is en over welke talenten je beschikt.

Ze geven je als het ware toestemming om op verkenning te gaan in de wereld van mogelijkheden. Welke overtuigingen zijn de moeite waard, stellen je in staat je doelstellingen te verwezenlijken en zijn je daarbij tot steun? Denk eens aan bepaalde ideeën die je over jezelf hebt. Zijn ze je tot nut? Geven ze je toestemming een ruimer gebied te verkennen of beperken ze jouw bewegingsvrijheid?

Als je wil slagen in het leven, is het van essentieel belang dat je de overtuigingen koestert die jou het groene licht geven om te slagen. Een overtuiging met behulp waarvan je krachten uit de verf kunnen komen, vormt niet altijd een garantie voor succes, maar ze houdt je energie op peil en zorgt ervoor dat je uiteindelijk slaagt.

Overtuigingen komen vaak vanuit onze geschiedenis.
Gedurende ons leven bouwen we een model van de wereld. Met behulp van dat model vinden we onze weg tussen mensen, dingen en situaties. Zonder een dergelijk model kunnen we niet leven. Dit model van de werkelijkheid maken we vooral door generalisaties te vormen over onze concrete ervaringen. Die generalisaties noemen we overtuigingen. Ook nemen we de overtuigingen over van andere mensen. Met behulp van ons pakket aan overtuigingen, geloven we te weten hoe, wat en waarom de wereld is zoals het is. De overtuigingen waar we (meestal onbewust) voor kiezen om in te geloven dienen een doel; we vormen ze niet lukraak. Ze helpen ons bij het nastreven van belangrijke waarden.

Onze overtuigingen zijn onze leidende principes, de innerlijke ‘kaarten’ die we gebruiken om onze wereld te overzien. Ze zorgen voor stabiliteit en continuïteit. Een gedeelde overtuiging geeft een dieper besef van rapport en contact dan gedeeld werk

Overtuigingen zijn hetgeen iemand gelooft. Waar hij van uitgaat. Onze overtuigingen bepalen wat we als mogelijk en onmogelijk ervaren, wat we als oorzaken van ervaringen en feiten zien, en welke betekenis we geven aan ervaringen.

Overtuigingen zijn generalisaties. Ze worden in stand gehouden door weglating en vervorming van zintuiglijke ervaringen. Ik geloof dat de zon morgen op zal gaan omdat dat al m’n hele leven gebeurt. Overtuigingen zijn sterk: als het morgenochtend niet in eens licht is, denk ik niet dat de zon niet is opgegaan, maar dat ze mijn ramen hebben dichtgeplakt.

Onze overtuigingen hebben een sterke invloed op ons gedrag. Ze motiveren ons en geven vorm aan wat we doen. Het is moeilijk wat dan ook aan te leren als je niet gelooft dat dat prettig kan zijn en/of dat je er baat bij zult hebben.

We delen allemaal enkele fundamentele overtuigingen die elke dag in onze fysieke omgeving worden bevestigd. We vertrouwen op de natuurwetten. We stappen niet van het dak van een hoog gebouw en we hoeven niet elke dag opnieuw te toetsen dat vuur heet is. Maar we koesteren ook veel opvattingen over onszelf en over de wereld waarin we leven die niet zo duidelijk gedefinieerd zijn. Mensen zijn minder stabiel en onveranderlijk dan de zwaartekracht.

Een voorbeeld van een overtuiging: “In deze situatie zou niemand een goede presentatie kunnen geven. Het is gewoon onmogelijk. En al was het al wel mogelijk, dan zou ik het nooit kunnen, want ik ben gewoon geen vlotte spreker. Bovendien, wie ben ik om te denken dat ik iets te vertellen zou hebben? Zo interessant ben ik niet.”

Over het algemeen kunnen we zeggen dat overtuigingen meer invloed hebben, naarmate ze (a) algemener en (b) persoonlijker zijn en (c) ze hoger in de logische niveaus zitten. Dat wil zeggen een overtuiging die betrekking heeft op situaties en gedragingen versus een overtuiging die betrekking heeft op identiteit.


OVERTUINGEN WORDEN WERKELIJKHEID

Einstein zei al: “Geloof dat je iets kan en je kunt het. Geloof dat je iets niet kan en je kunt het inderdaad niet.” Een moment in je leven waarop je uitermate gevoelig bent voor ervaringen en daarmee voor de overtuigingen die ontstaan, is in je kindertijd. Kinderen in de leeftijd tot 6 jaar zijn enorm gevoelig voor de (non-)verbale communicatie van de ouders.  

Als een moeder tegen haar kind zegt: “Je bent waardeloos!” neemt een kind dit voor WAAR aan. Volwassen zijn veelal in staat om opmerkingen van anderen te weerleggen. Als je als volwassene een opmerking krijgt “Je bent waardeloos” kun je nog terugvallen op allerlei situaties waaruit blijkt dat dit niet waar is. Dat de persoon die dit zegt zelf de nodige problemen heeft. Of dat de omstandigheden ervoor zorgden dat de ander niet wist wat hij zei. 

Een kind op die leeftijd heeft nog geen referentiekader om zo’n opmerking te weerleggen. Het kind zal redeneren: “Als mamma het zegt, dan zal het wel waar zijn.” Er is op dat moment een overtuiging ontstaan. Helaas is dit praktijk van alledag. Ga maar na voor jezelf of mensen in je omgeving. Nog niet overtuigd? Zet televisieprogramma’s aan als de “Opvoedpolitie” en je hoort dit soort opmerkingen van ouders regelmatig langskomen.

  • Man, 46 jaar: “Ik ben opgegroeid met de gedachte dat ik niet belangrijk ben. Mijn vader was nooit thuis en mijn moeder was druk met het opvoeden met mijn jongere broertjes en zusjes. Ik was de oudste en behoorde alles te weten en te doen, moest meehelpen met de opvoeding. Wat ik dacht of vond dat was niet belangrijk. Het werk moest gedaan worden en dat stond voorop.”
  • Vrouw, 34 jaar: “Ik doe het nooit goed bij mijn moeder. Iedereen in haar omgeving prijst ze de hemel in. Behalve mij. Dat was vroeger al zo. Het was nooit goed genoeg voor mijn moeder. Ik was nooit goed genoeg. Wat ik ook probeerde, zij wist er altijd wel iets op aan te merken.” 

Vanaf het moment dat er een overtuiging is ontstaan, gaat er een psychologisch proces in werking treden genaamd “confirmation bias”: alle informatie uit situaties, mensen en ervaringen worden zo gefiltered dat het de overtuing ondersteunt. Gevolg: de overtuiging die in het verleden is ontstaan wordt waarheid in het heden.

  • Vrouw, 48 jaar: ik ben opgegroeid met de gedachte “ik ben het niet waard”. Keer op keer kreeg ik dit te horen van mijn moeder. Gevolg was dat ik altijd weinig zelfvertrouwen heb gehad. Ik had weinig vrienden, was vaak alleen en voelde me ongelukkig. Dit uitte zich in mijn latere relaties met mannen. Ik trok altijd de verkeerde mannen aan. Mannen die mij fysiek en emotioneel mishandelden. Toen ik ging inzien dat ik wel gelijk wat waard was en er toe deed, veranderde mijn keuze voor mannen ook direct.

In een NLP Practitioner opleiding leer je om beperkende overtuitingen te identificeren en te veranderen.

VERANDEREN VAN BEPERKENDE OVERTUIGINGEN:
Wat we veelal niet beseffen is dat beperkende overtuigingen die zijn ontstaan in het verleden niet meer kloppen. Ze komen niet overeen met de persoon die je wilt zijn. En wellicht kun je dat verstandelijk wel begrijpen, maar voel je de emoties van die overtuiging nog steeds in je lichaam. Ik gaf op de lagere school een keer een spreekbeurt. Hopeloos mis ging dit. 

Ik wist niet meer wat ik wilde zeggen. Ik ging stotteren, klasgenoten begonnen te lachen en ik werd vuurrood. Na die ene keer had ik de overtuiging “Ik kan geen spreekbeurten of presentaties houden.” Dit terwijl ik inmiddels opgegroeid was, allerlei communicatieve vaardigheden had aangeleerd en vol zelfvertrouwen zat. En toch: elke keer als ik een presentatie moest houden dan ging het mis. Mijn overtuiging zat nog steeds in de weg en weerhield me in allerlei aspecten van mijn leven. Totdat ik erachter kwam dat ik mijn overtuigingen kon veranderen.

Overtuigingen: bovenal mentale constructies
Overtuigingen zijn niets anders dan mentale constructies. Mentale associaties die we hebben gelegd met onszelf, anderen of situaties. Laat ik uitleggen wat ik hiermee bedoel. Als ik het onderwerp aansnijd van “sport” dan kan ik 10 mensen opzoeken die sport verschikkelijk vinden. Ik kan ook 10 mensen vinden die sport helemaal geweldig vinden. 

Het zegt dus niets over sport, maar alles over de mentale constructie die wij hebben gemaakt ten aanzien van sport. Onze mening over sport wordt gecreerd door ervaringen uit het verleden: de opvoeding die je hebt gehad, rolmodellen uit je omgeving of gebeurtenissen die je hebben geraakt. Het goede nieuws van dit alles is dat het mentale constructies zijn en we ze dus kunnen veranderen. We moeten alleen weten hoe. NLP is gespecialiseerd in juist dit onderwerp: technieken om onze mentale contructies te veranderen. 

EMOTIONEEL ETEN ALS REACTIE OP SIGNALEN
De legendarische gedragswetenschapper Pavlov deed begin jaren 20 uitgebreid onderzoek naar automatisch gedrag van mens en dier. Hij wilde onderzoeken in hoeverre gedrag automatisch is in reactie op de omgeving. 

Hij gebruikte in zijn onderzoeken zijn eigen honden die hij af en toe een stuk worst gaf. De honden waren gek op de worst en begonnen al flink te kwijlen wanneer Pavlov alleen al het stuk worst tevoorschijn pakte. Op een gegeven moment liet Pavlov een bel rinkelen op het moment dat hij zijn honden ging voeden. 

Na dit een paar keer gedaan te hebben, liet Pavlov alleen nog maar een bel rinkelen zonder de honden te voeden. Wat gebeurde er? De honden gingen kwijlen in reactie op de bel, zonder dat er voedsel te zien was. Het rinkelen van de bel was dus voldoende voor de honden om te gaan kwijlen. 


MENSEN: ONTWIKKELDE DIEREN?
Uit verder onderzoek is gebleken dat het bij mensen op eenzelfde manier werkt. Automatisch gedrag is altijd het gevolg van een bepaalde vorm van een bel die rinkelt. Wat gebeurt er wanneer je bepaalde emoties altijd met eten probeert te onderdrukken of juist op te wekken? Precies, door een paar keer te gaan eten in reactie op emoties als boosheid of verdriet, wen je aan dit patroon en zul je in de toekomst automatisch dit gedrag vertonen. Zolang je op een emotie reageert door te eten, houd je deze geconditioneerde verbinding in stand. 

“Use it, or lose it” wordt ook wel gezegd. Hoe vaker je andere reacties geeft dan emotioneel (over)eten, hoe zwakker de verbinding wordt en hoe minder de drang wordt om te eten. Maar als je weer eet in reactie op emoties, blijft deze verbintenis tot stand. Welke bellen zorgen er bij jou voor dat je gaat eten? Zolang jij op die bellen reageert met eetgedrag, zorg je ervoor dat je de verbintenis in stand houdt. Ga na welke bellen er in jouw leven zijn en zorg dat ze geen invloed meer kunnen uitoefenen op jouw gedrag. Je bent toch meer dan een Pavlov hondje? Toch….?

CITROEN EXPERIMENT
Voordat we overgaan op zeer concrete technieken, hebben we het over de kracht van jouw interne wereld. Jouw interne wereld is alles wat er binnen in jouw hoofd omgaat. Het gaat om beelden die je ziet, geluiden die je hoort, smaken die je proeft en geuren die je ruikt die er in werkelijkheid niet zijn. 

Doe je ogen dicht, haal diep adem. Stel je een citroen voor, een mooie, rijpe en sappige citroen. Pak een mes, snij hem open, steek je tong uit en knijp uit de citroen een paar druppels sap om vervolgens op je tong te laten vallen. Voel die sensatie, ervaar wat je voelt. 

Doe je ogen weer open. Wat voelde je? Voelde je een verandering in reactie op je interne wereld? Was er wellicht meer water in je mond? Als je ook maar iets voelde, dan is dit de invloed van deze mentale oefening op je fysieke houding, je smaakpupillen en de manier waarop je reageert op iets wat er in werkelijkheid helemaal niet is.  

CHOCOLADE EXPERIMENT
Doe je ogen dicht, haal diep adem. Stel je voor dat je jouw favoriete gebakje voor je hebt. Jouw lievelingstaart, maar het kan ook chocolade of ijs zijn, iets wat jij lekker vindt. Onderzoek de gevoelens die je daarbij hebt. Ruik hoe het ruikt, voel hoe het voelt. Zie het gebakje voor je. Als je het onduidelijk voor je ziet, maak het dan groter, scherper en helderder. Pak nu een vork, neem een stukje ervan en breng het langzaam in je mond. Voel dat stukje taart in jouw mond…hmmm… 

Voel je iets in jouw lichaam? Ongelooflijk hè? Hoe komt het dat je iets voelde, terwijl er in werkelijkheid niets was? Dit komt doordat je interne wereld (beelden, geluiden, smaak, geur en gevoelens in jouw hoofd) emoties beïnvloeden. Verlangen wordt bepaald door jouw interne wereld.


PREDICATEN
Woorden gebruik je om gedachten te beschrijven. Als jouw gedachten (interne representaties) voornamelijk uit plaatjes bestaan, dan gebruik je meer visuele woorden, wanneer je deze gedachten beschrijft. 

Predicaten zijn proceswoorden (werkwoorden, bijwoorden, bijvoeglijke naamwoorden) die worden gebruikt bij het weergeven van interne ervaringen, zowel visueel, auditief als kinesthetisch. Het nut van het luisteren naar de predicaten die iemand gebruikt, is het afstemmen op de beleving van de ander, waardoor je een sfeer creëert waarin er begrip en afstemming (rapport) is. 

In de tabel op de volgende pagina is een lijst weergeven met de meest voorkomende predicaten. Om een gemoedelijke en open sfeer te creëren, let je op het soort predicaten die iemand gebruikt. Wanneer je daar achter komt, kan je jouw predicaten daarop afstemmen, waardoor het rapport vergroot.

 

Goede communicatie
Om een goede communicatie met iemand op te bouwen, is het belangrijk je bewust te zijn van je eigen dominante representatiesysteem en dat van de ander. Door jouw eigen woordkeuze af te stemmen op die van diegene met wie je praat, zal je automatisch een beter rapport opbouwen.

Je kan vrij makkelijk het dominante systeem van iemand ontdekken door simpelweg te luisteren naar wat iemand zegt en welke woorden hij of zij daarvoor kiest. Neem de woorden van de ander zo letterlijk mogelijk en zoek dan naar geluiden (auditief), bewegingen (kinesthetisch) of beelden (visueel). Op de volgende pagina staan van elke soort een aantal voorbeelden.

 

Visueel

  • zien   
  • kijken 
  • voorzien
  • mistig
  • tonen
  • visualiseren
  • helder
  • flitsen
  • toelichten
  • schitteren
  • kristalhelder
  • blanco
  • in focus
  • fonkelend
  • schijnen
  • inzicht
  • inbeelden
  • gezichtspunt
  • gloeien
  • beeld
  • voorlichten
  • focus
  • illustreren
  • obscuur
  • horizon
  • illusie
  • spiegel
  • visie
  • belichten
  • inspecteren
  • verhelderend
  • perspectief
  • iets inzien
  • observeren
  • vooruitzicht
  • zicht
  • bijziend
  • scène
  • beeldschoon
  • verschijnen
  • bekijken     

Auditief

  • horen
  • luisteren
  • geluid(en)
  • converseren
  • harmoniëren
  • afstemmen op
  • stilte
  • gehoorsafstand
  • weerklinken
  • doof
  • oraal
  • meedelen
  • stemmen
  • overstemmen
  • ongehoord
  • sprakeloos
  • articuleren
  • hoorbaar
  • luidruchtig
  • klinken
  • discussiëren
  • dissonant
  • vragen
  • uitgesproken
  • navragen
  • lawaai
  • luid
  • vermelden
  • brullen
  • zeggen
  • spreken
  • schreeuwen
  • gillen
  • praten
  • dissonantie
  • interviewen

        
Kinesthetisch

  • doorglijden
  • aanslaan
  • houden
  • gevoelloos
  • ondraaglijk
  • ronddraaien
  • hard
  • spanning
  • tastbaar
  • schrapen
  • onbeweeglijk
  • ondersteuning
  • voelen
  • aanraken
  • grijpen
  • draaglijk
  • solide
  • verdragen
  • agiteren
  • verpletterend
  • breken
  • ongevoelig
  • aanvallen
  • vastpakken 
  • emotioneel
  • stevig
  • vloeien
  • houden
  • hangende
  • verwarmd
  • slaan
  • paniekerig              
  • dringen        
  • lauw
  • beweging
  • zacht
  • druk
  • verzachten
  • zich haasten
  • bewegen
  • pijnlijk
  • stress
  • vlijmscherp
  • glijden
















     


     


    Predikaten zijn krachtig om aan je woordenschat toe te voegen. Er zijn zes verschillende representatie systemen; visueel, auditief tonaal, kinesthetisch, gustatorisch (proeven), olfactorisch (ruiken) en auditief digitaal (denken). Bij deze representatiesystemen kunnen we woorden koppelen. Deze woorden noemen wij predikaten. Met predikaten kun je aansluiten bij de woorden die een ander spreekt.

    Wanneer we het hebben over rapport weten we dat het effect van communicatie voor 55% wordt bepaald door fysiologie, 38% door de tonaliteit en 7% door de woorden. Met die woorden bedoelen we predikaten. Wanneer de gesprekspartner bijvoorbeeld heel veel kinesthetische woorden gebruikt, kan jij daarop aansluiten door met kinesthetische predikanten te reageren.  Op dat moment ontstaat er rapport.

    Hieronder is een overzicht te zien van predikaten die horen bij de representatie systemen.

    VISUELE PREDIKATEN:

    Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

    AUDITIEVE PREDIKATEN:

    Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

    KINESTHETISCHE PREDIKATEN:

    Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

    Wil je meer weten over Zintuiglijke Scherpzinnigheid? Dit, en meer, leer je in een uitgebreide NLP opleiding. Bij UNLP vind je gecertificeerde NLP opleidingen variërend van intensieve 18 daagse tot uitgebreide weekend 20 daagse, in o.a. Amsterdam en Drenthe.

    RAPPORT: DE KUNST VAN DEZELFDE GOLFLENGTE

    Rapport (spreek uit op z’n Frans, dus zonder de t uit te spreken) is, tesamen met onderwerpen als ankerenmetamodel, overtuigingen en NLP worldmodel, één van de eerste NLP technieken die je leert tijdens een gedegen NLP opleiding. Rapport. Je kunt het ook afstemmen noemen, levelen, op één lijn of dezelfde golflengte zitten.

    Rapport maken doe je van nature
    Een goeie NLP-er maakt heel subtiel en onopvallend rapport, de ander merkt het niet bewust. Rapport maken doe je vaak van nature. Let maar eens op mensen die samen met de armen om elkaars schouder heen wandelen. Valt het je wel eens op dat je op dezelfde manier zit als je partner of een goede vriend(in)? Ook houd je vaak rekening met de gelegenheid waar je naar toe gaat, de mensen die je gaat ontmoeten, door de kleren die je ’s morgens aantrekt. Draagt m’n klant een pak, dan trek ik ook een keurig pak aan. Ken ik de omgeving waar ik naar toe ga niet, dan trek ik een keurig pak aan met een sportieve blouse eronder. Kan ik altijd m’n jasje uittrekken als m’n relatie geen pak aan heeft. Dat zijn allemaal vormen van onbewust rapport maken. Een NLP Practitioner leert om dat bewust toe te passen bij wie je maar wilt. Op deze manier kom je snel op dezelfde golflengte met de ander, ook bij personen met wie dat normaal gesproken niet snel was gebeurd. Denk hierbij eens aan sollicitatiegesprekken, ‘moeilijke’ mensen of mensen die je voor het eerst ontmoet. Allemaal situaties waarin een snel rapport erg handig is!

    Subtiel rapport maak je door bewegingen en gebaren pas later na te doen, door ze gedeeltelijk na te doen of door ze met een ander lichaamsdeel na te doen. Als je de bewegingen van de ander nadoet op hetzelfde moment, dan is het ‘spiegelen’ en dit kan de irritatie van de ander behoorlijk opwekken. Waarschijnlijk is dit niet je doel! In plaats daarvan pak je het subtieler aan. De eerste stap hierin is aandacht. De aandacht die je iemand geeft als je observeert, is al de helft van het opbouwen van rapport. Soms observeer ik alleen maar en ga dan later, als we niet meer samen zijn, in rapport. Dan kan ik uitgebreid oefenen om met diegene in rapport te zijn. De volgende keer kan ik dat dan onopvallend toepassen en me beter concentreren op bijvoorbeeld de inhoud van het gesprek.

    Je kunt rapport maken met iemand door je zintuigen te gebruiken. Je kan dingen die je kunt zienhoren en voelen nadoen.

    Rapport opbouwen is een belangrijke vaardigheid die je helpt om snel op één lijn te zitten met de ander, op dezelfde golflengte. Voordat je ook maar iets doet bij of met een ander, is een goed rapport absoluut noodzakelijk. Rapport is een natuurlijk verschijnsel. Als jij met je partner, een goede vriend(in) of een broer of zus aan het praten bent heb je automatisch direct een goed rapport (als het goed is…). Bij mensen die je minder goed kent of net leert kennen, is het zinvol om een goed rapport bewust te gaan opbouwen zodat het contact direct goed verloopt.

    Hoe maak je rapport met iemand?
    Om een goed rapport op te bouwen, heb je als NLP Practitioner een aantal technieken tot je beschikking. In deze korte e-cursus gaan we 1 techniek behandelen om snel en effectief rapport op te bouwen: matchen.

    MATCHING

    Bij matching gaat het erom dat je je verbale en non-verbale gedrag afstemt op dat van de ander. Belangrijk is de volgorde waarin je gaat matchen: richt je eerst op de lichaamstaal, vervolgens op de stem en uiteindelijk op de woordkeuze van de ander. Waarom? Omdat 55% van de communicatie bepaald wordt door lichaamstaal, 38% door de stem en slechts 7% door de inhoud of woorden die je gebruikt!

    ONDERDEEL 1: LICHAAMSTAAL (55%)

    Lichaamstaal betreft lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen, handgebaren, ademhaling en oogcontact. Wanneer je begint te oefenen met matching, richt je je dan eerst op een bepaald gedrag en zodra je dit beheerst, ga je verder naar het matchen van een ander specifiek gedrag.

    Lichaamshouding
    Wat zie je aan iemand, welke gebaren kun je onopvallend nadoen, kun je de lichaamshouding nadoen, leunt iemand meer de ene kant op of de andere? Hoe houdt hij zijn hoofd? Hoe beweegt hij zijn hoofd als hij praat? Hoe verdeelt hij zijn gewicht als hij staat? Hoe loopt hij?
    Het gezicht van iemand geeft enorme mogelijkheden om rapport mee te maken. In je gezicht zitten meer dan 70 spieren die op verschillende manieren bewegen. Hoe knippert hij met z’n ogen? Hoe fronst hij zijn voorhoofd, lachrimpels, neusvleugels, de bewegingen van de mond en ga zo maar door. Een mensengezicht beweegt! Door je bewust te worden van (enkele van deze) aspecten bij degene met wie je communiceert, kun je ze stapje voor stapje gaan nabootsen. Begin met bijvoorbeeld de wenkbrauwen, ga daarna door naar bewegingen met de mond enzovoort. Stap voor stap match je de lichaamstaal van de ander.

    Ademhaling
    Rapport maken met de ademhaling kun je vaak zien (meebewegen van het lichaam bij in- en uitademen) en soms kun je het ook horen. In het spreektempo van iemand kun je ook de ademhaling horen. Als iemand inademt, dan kan hij niet praten. Dat kan alleen tijdens het uitademen. Dus de stiltes die vallen in zinnen zijn vaak de momenten van inademen. Ademt iemand hoog in de borstkas, lager of heeft hij een diepe buikademhaling? Je kan daar dus het ritme en de diepte van jouw ademhaling op aanpassen.De ademhaling van iemand nadoen kan wel eens lastig zijn, omdat je dan meer of minder zuurstof dan je gewend bent naar binnen krijgt. ‘Kruislings matchen’, het nadoen met een ander lichaamsdeel, zoals ik later verder nog omschrijf, is dan de oplossing. Ik tik het ritme van je ademhaling met m’n voet op de grond of zachtjes met m’n vinger op tafel.

    ONDERDEEL 2: STEM (38%)

    Je kunt letten op toonhoogte,  tempo, volume, timbre en intonatie. Praat de ander snel en hoog of juist laag en langzaam. Legt hij de nadruk op bepaalde woorden. Gebruikt iemand veel klanken? Praat hij diep vanuit zijn buik of hoor je neusklanken? Let eens op de rijkdom van een stem.

    In openbare of drukke gelegenheden kan je oefenen om naar deze kwaliteiten van een stem te leren luisteren. Als je zo ver van een paar mensen afzit dat je niet kunt verstaan wat ze zeggen maar wel kunt horen dat er gepraat wordt, zul je snel de verschillen ontdekken.

    Stem kun je matchen op toonhoogte (praat iemand hoog, laag of er tussen in), volume (hard of zacht), ritme, duidelijkheid, intonatie (veel, weinig). Begin ook weer eenvoudig. Praat iemand heel erg langzaam? Pas dan jouw tempo ook, wel zodanig dat het nog natuurlijk voor jou aanvoelt. Praat iemand heel erg zacht? Ga dan ook zachter praten dan je normaal zou doen. Enzovoort.

    ONDERDEEL 3: WOORDEN (7%)

    Woorden kun je matchen door te letten op de soort woorden, ook wel “predikaten” genoemd, die de ander gebruikt. Als je gesprekspartner voornamelijk ‘zie’ (visuele) woorden  gebruikt, let er dan op dat je ook voornamelijk ‘zie’ woorden gebruikt. Denk hierbij aan woorden en zinnen als “ik zie wat je bedoelt” of “met het blote oog” etc. Hetzelfde geldt uiteraard voor ‘hoor’ woorden (“hoor je wat ik zeg?”) en ‘gevoels / aanraking’ woorden (“ik voel dat intuïtief aan”). Zonder te letten op predikaten, kun je ook hetzelfde woordgebruik hebben van specifieke woorden. Herhaal dezelfde soort woorden die iemand gebruikt. Neemt iemand het woord ‘geweldig’ in de mond, herhaal dit woord dan later in het gesprek in plaats van een woord met gelijke betekenis zoals ‘fantastisch’. In het laatste geval ben je aan het mismatchen en zul je minder snel rapport krijgen.

    Rapport oefenen
    Rapport maken kun je op verschillende manieren oefenen:

    • Ga ergens zitten waar veel mensen zijn. Kies iemand uit waar je naar gaat luisteren. Kijk niet naar de persoon; luister alleen naar woordgebruik. En schrijf zoveel mogelijk op. Doe dat een week, overal waar je bent.
    • De week daarop ga je je concentreren op de toon, het ritme et cetera. Tik met je vingers het ritme dat je oppikt zachtjes op je benen na (kruislings matchen). Luister niet naar de woorden van degene naar wie je luistert.
    • Oefen apart op verschillende onderdelen van rapport. Eerst de ademhaling, dan gebaren, dan woorden (of in een andere volgorde) totdat je ze kunt combineren.

    Een goeie NLP-er maakt heel subtiel en onopvallend rapport, de ander merkt het niet bewust. Doel: het tot stand brengen van vertrouwen, harmonie en samenwerking in een relatie.

    In een NLP Practitioner opleiding leer je om het miltonmodel te gebruiken. Voor meer verbinding met de ander, inzicht of verandering.

    RAPPORT

    INSTRUMENTEN

    1. SORTING BY SELF / SORTING BY OTHER

    2. MATCHING

    3. BACKTRACKING

     

    1. SORTING BY SELF / SORTING BY OTHER

    SORTING BY SELF

    • Je eigen perspectief
    • Naar achteren leunen
    • “ik”, “zelf”, “voor mij”
    • Gebaren naar binnen toe
    • Downtime

     

    SORTING BY OTHER

    • Perspectief van anderen
    • Naar voren leunen
    • “jij”, “jullie”, “voor jou”
    • Oogcontact
    • Uptime


    2. MATCHING

    VERBAAL EN NON-VERBAAL AFSTEMMEN OP DE ANDER


    3. BACKTRACKING

    FYSIOLOGIE

    TONALITEIT

    WOORDEN

     

    AFSTEMMEN OP FYSIOLOGIE
    Bij matching gaat het erom dat je verbaal en non-verbaal gedrag afstemt op dat van de ander. Belangrijk is de volgorde waarin je gaat matchen: richt je eerst op de lichaamstaal, vervolgens op de stem en uiteindelijk op de woordkeuze van de ander. Waarom? Omdat 55% van de communicatie bepaald wordt door lichaamstaal, 38% door de stem en slechts 7% door de inhoud of soort woorden die je gebruikt.

     

    AFSTEMMEN OP TONALITEIT
    Lichaamstaal betreft lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen, handgebaren, ademhaling en oogcontact. Wanneer je begint te oefenen met matching, richt je dan eerst op een bepaald gedrag en zodra je dit beheerst, match je een ander specifiek gedrag. Stemmen kun je matchen op toonhoogte (praat iemand hoog, laag of er tussen in), volume (hard of zacht), ritme en duidelijkheid.

     

    AFSTEMMEN OP WOORDEN
    Als jouw gesprekspartner voornamelijk visuele woorden gebruikt, let er dan op dat jij ook voornamelijk visuele woorden gebruikt. Hetzelfde geldt uiteraard voor auditieve en kinesthetische predikaten. Zonder te letten op predikaten, kun je ook hetzelfde woordgebruik hebben van specifieke woorden. Herhaal dezelfde soort woorden die iemand gebruikt. Neemt iemand het woord ‘geweldig’ in de mond, herhaal dit woord dan later in het gesprek in plaats van een woord met “gelijke” betekenis zoals ‘fantastisch’. In het laatste geval ben je aan het mismatchen.

    Cross-over matching Cross-over matching is een speciale vorm van matchen waarbij je soortgelijke, maar niet identieke gedragingen van jouw gesprekspartner overneemt. Als je de ademhaling van jouw gesprekspartner niet kan matchen, kun je er voor kiezen om te matchen door jouw vinger of voet op hetzelfde tempo te bewegen. Cross-over matching is zinvol wanneer je rapport wilt opbouwen met iemand maar waarbij je niet de stemming van die ander wilt overnemen. Denk bijvoorbeeld aan een depressie, angst of vijandigheid. 

    Mismatchen
    Het kunnen mismatchen is een zinvolle vaardigheid. Soms ben je zo diep in rapport met iemand, dat je niet meer helder kunt nadenken zonder de invloed van de ander. In dat geval heb je ruimte nodig om na te denken. Het is dan handig om het rapport te verbreken. Je kunt het oogcontact verbreken door naar je horloge te kijken. Je kunt mismatchen op dezelfde onderdelen als waar je op kunt matchen: lichaam, stem en woorden.

     

     

     

     

     

    REPRESENTATIESYSTEEM

    TOEGANGSSIGNALEN 

    1. Stemgebruik
    2. Oogbewegingen
    3. Hoofdpositie
    4. Andere vormen van oogbewegingen
    5. Ademhaling
    6. Tonaliteit
    7. Tempo van spreken
    8. Spier(ont)spanning
    9. Hand- en armposities
    10.  Woordkeuze (predicaten)

    TOEGANGSSIGNALEN NADER BEKEKEN
    STEMGEBRUIK

    Visueel stemgebruik 

    ·       snel praten

    ·       complex praten

    ·       hoge toon

    ·       radioverslaggever die een voetbaalwedstrijd verslaat

    Kinesthetisch stemgebruik 

    ·       gevoelens wisselen elkaar langzaam af

    ·       langzaam praten

    ·       langzaam denken

    ·       lage toon

    Auditief stemgebruik 

    ·       verstoren de eigen spraak (horen twee dingen tegelijk)

    ·       veel stiltes

    ·       nadrukkelijk uitspreken van woorden

    ·       toonhoogte in het midden van V/K

    ·       dominee

    TOEGANGSSIGNALEN NADER BEKEKEN
    ADEMHALING

    Visuele ademhaling 

    ·       hoge adem

    ·       snelle adem

    ·       onregelmatig ritme
     

    Kinesthetische ademhaling 

    ·       langzame ademhaling

    ·       lage ademhaling

    Auditieve ademhaling 

    ·       hoogte ademhaling tussen V en K in

    TOEGANGSSIGNALEN NADER BEKEKEN

    HOUDING EN GEBAREN

     

    Visuele houding en gebaren

    De houdingen zijn een voortzetting van de oogbewegingen. Met gebaren wijst iemand met een visuele houding vaak naar de ogen, of raakt de ogen aan.

    ·       rug recht

    ·       kin omhoog

    ·       naar boven wijzen

    ·       handbewegingen vanuit de ogen de ruimte in

    ·       wrijven in de ogen

    ·       verlengde knipperbeweging

    ·       gesloten ogen

    ·       samenknijpen van de oogleden

    ·       ogen dichtknijpen

    ·       ogen met de handen bedekken

     

    Auditieve houding en gebaren

    De houding is een voortzetting van de oogbewegingen. Met gebaren wijst iemand met een auditieve houding vaak naar de oren, of raakt de oren aan. Het hoofd hangt dan licht naar een kan en de armen zijn meestal gevouwen of gekruist.

    Auditieve-digitaal houding en gebaren 

    ·       hoofd gebogen naar rechts beneden

    ·       telefoonhouding: kin in de hand leggen

    ·       rond de oren wijzen

    ·       horizontale hoofdbewegingen

    ·       handen of armen gevouwen

     

    Kinesthetische houding en gebaren 

    ·       hoofd gebogen naar links beneden

    ·       rug iets in elkaar gezakt

    ·       wijzen naar beneden

    ·       hand op de buik leggen

    ·       met vuist op de borst slaan

    ·       denkbeeldige handelingen uitvoeren

    ·       in elkaar krimpen

    ·       terugdeinzen

    ·       armen om zichzelf slaan

    ·       recht vooruitkijken, gefocust

    ·       palmen naar boven gericht en geboden armen ontspannen

    ·       het lichaam is gecentreerd en in een vaste positie, als een blok.

    Dr. Richard Bandler - NLP opleidingDr. Richard Wayne Bandler (New Jersey, 24 februari, 1950) is samen met Dr. John Grinder de mede-grondlegger van Neuro Linguistisch Programmeren (NLP). Bandler groeide op in Sunnyvale, Californië, in wat nu Silicon Valley is. Hij begon zijn studie met wiskunde en behaalde uiteindelijk zijn bachelorsgraad in filosofie en psychologie (1973) aan de Universiteit van Californië, Santa Cruz (UCSC) en zijn master (1975) in psychologie aan het Lone Mountain College in San Francisco. Samen met John Grinder modelleerde hij excellente therapeuten als Fritz Perls (grondlegger van de Gestalttherapie), Gregory Bateson (antroposoof), Virginia Satir (grondlegger van systeemtherapie), en psychiater en hypnose grootmeester Dr. Milton Erickson.

    Vanaf de jaren 90 ontwikkelde Bandler nieuwe NLP modellen, zoals Design Human Engineering (DHE) en Neuro Hypnotic Repatterning (NHR). 

    RICHARD BANDLER EN ZIJN BIJDRAGEN AAN NLP

    Richard Bandler bedacht samen met John Grinder de term ‘Neuro-Linguïstisch Programmeren’ (NLP) en noemde het zijn levenswerk. Hij is de ontwikkelaar van veel belangrijkste ideeën die tot de NLP worden gerekend. Tot de ideeën die Bandler (mede) ontwikkelde behoren onder andere de SWISH techniek, Meta-model, Milton model, Oogbewegingen, Veranderen van overtuigingen, Ankeren, en Submodaliteiten.

    BIBLIOGRAFIE

    • Bandler, Richard & John Grinder, The Structure of Magic I: A Book About Language and Therapy, Palo Alto, CA: Science & Behavior Books, 1975, ISBN 0831400447
    • Bandler, Richard & John Grinder, The Structure of Magic II: A Book About Communication and Change, Science & Behavior Books, PaloAlto, CA, 1975, ISBN 0-8314-0049-8
    • Bandler, Richard & John Grinder, Patterns of the Hypnotic Techniques of Milton H. Erickson, M.D. Volume I, Meta Publications, Cupertino, CA, 1976
    • Bandler, Richard & John Grinder, Delozier, Judith, Patterns of the Hypnotic Techniques of Milton H. Erickson, M.D. Volume II, Meta Publications, Cupertino, CA, 1977
    • Bandler, Richard & John Grinder, Frogs into Princes: Neuro Linguistic Programming, Science and Behavior Books, 1976
    • Bandler, Richard & John Grinder, Frogs into Princes: Neuro Linguistic Programming , Real People Press, Moab, UT, 1979, ISBN 0-911226-19-2
    • Bandler, Richard & John Grinder, Trance-Formations: Neuro-Linguistic Programming and the Structure of Hypnosis, Real People Press, Moab, UT, 1981, ISBN 0-911226-23-0
    • Bandler, Richard & John Grinder, Reframing: Neurolinguistic programming and the transformation of meaning, Real People Press, Moab, UT, 1983, ISBN 0-911226-25-7
    • Bandler, Richard, Using Your Brain for a Change, 1985, ISBN 0-911226-27-3
    • Bandler, Richard, Magic In Action, 1992, ISBN 0-916990-14-1
    • Bandler, Richard, Time for a Change, 1993, ISBN 0-916990-28-1
    • Bandler, Richard, Persuasion Engineering, 1996, ISBN 0-916990-36-2

    Robert W. Dilts NLP trainer en ontwikkelaar.

    Robert Dilts (* 1955) is vooraanstaand NLP trainer en ontwikkelaar. Hij was direct betrokken bij het ontstaan van NLP toen John Grinder en Richard Bandler hiermee net enkele jaren waren begonnen. Robert Dilts heeft in de loop der jaren veel betekend voor de ontwikkeling van NLP, gezien zijn vele artikelen, boeken, modellen en theorieen op het gebied van NLP en leiderschap, spiritualiteit, coaching, en gezondheid. Dilts is auteur van het boek Sleight of Mouth dat een groot aantal taalpatronen identificeert om op een verbale wijze beperkende overtuigingen te veranderen. In de NLP Master Opleiding leer je om deze taalpatronen bij jezelf en anderen op een effectieve en veilige wijze in te zetten. Ook is hij auteur van het boek Verander je Overtuigingen dat hij samen schreef met Tim Halborn en Suzi Smith, van het boek NLP dat hij samen schreef met Richard Bandler, John Grinder, en Judith DeLozier, en van het boek Coachen vanuit een Veelzijdig Perspectief. In Dilts’ Unified Field Theory ontwikkelde Dilts zijn (neuro)logische niveaus dat gebaseerd was op de niveaus van leren van Gregory Bateson. In dit model wordt er gesteld dat er diverse niveaus zijn waarop verandering (incl. overtuigingen) kunnen ontstaan en veranderd kunnen worden: spiritualiteit, identiteit, overtuigingen/waarden, vaardigheden, gedrag, omgeving. Elke verandering op een bepaald niveau heeft directe consequenties voor de niveaus eronder, en mogelijkerwijs invloed op bovenliggende niveaus. 

    BIBLIOGRAFIE VAN ROBERT DILTS

    • Grinder, John & Bandler, Richard * DeLozier, Judith & Dilts, Robert, Neuro-Linguistic Programming: The Study of the Structure of Subjective Experience, Volume I, 1980.
    • Dilts, Robert, Roots of Neuro-Linguistic Programming, Meta Publications, Capitola, CA, 1983.
    • Dilts, Robert, Applications of Neuro-Linguistic Programming, Meta Publications, Capitola, CA, 1983.
    • Dilts, Robert, Changing Belief Systems with NLP, Meta Publications, Capitola, CA,1990.
    • Hallbom. Tim & Smith, Suzi & Dilts, Robert, Beliefs: Pathways to Health & Well-Being, Metamorphous Press, Portland, OR, 1990.
    • Todd Epstein & Dilts, Robert, Tools For Dreamers: Strategies of Creativity and the Structure of Innovation, Meta Publications, Capitola, CA, 1991.
    • Dilts, Robert, Cognitive Patterns of Jesus of Nazareth, Dynamic Learning Publications, Ben Lomond, CA, 1992
    • Dilts, Robert & Gino Bonissone Skills for the Future, Meta Publications, Capitola,CA, 1993.
    • Dilts, Robert, Effective Presentation Skills, Meta Publications, Capitola, CA, 1994.
    • Dilts, Robert, Strategies of Genius Volumes I, II & III, Meta Publications, Capitola, CA, 1994-1995.
    • Dilts, Robert, Dynamic Learning, co-authored with Todd Epstein, Meta Publications, Capitola, CA, 1995.
    • Dilts, Robert, Visionary Leadership Skills: Creating a World to Which People Want to Belong, Meta Publications, Capitola, CA, 1996.
    • McDonald Robert & Dilts, Robert, Tools of the Spirit, Meta Publications, Capitola, CA, 1997.
    • Dilts, Robert, Modeling With NLP, Meta Publications, Capitola, CA, 1998.
    • Dilts, Robert, Sleight of Mouth: The Magic of Conversational Belief Change, Meta Publications, Capitola, CA, 1999.
    • DeLozier, Judith & Dilts, Robert, Encyclopedia of Systemic Neuro-Linguistic Programming and NLP New Coding, NLP University Press, Santa Cruz, CA, 2000.

    ARTIKELEN

    • Neuro-Linguistic Programming: A New Psychotherapy, 1978, Realities Conference Presentation Papers, San Francisco, CA.
    • Dilts, Robert, Neuro-Linguistic Programming in Organizational wwwment, 1979, Organizational wwwment Network Conference Presentation Papers, New York, NY.
    • Dilts, Robert, Let NLP Work for You, Real Estate Today, February, 1982, Volume 15, Nummer 2.
    • Green, J.D. & Dilts, Robert, Neuro-Linguistic Programming in Family Therapy, in Family Counseling and Therapy, Horne & Olsen editors, 1982, Peacock Publishers, Inc.
    • Dilts, Robert & Epstein, Todd, NLP in Training Groups, 1989, Dynamic Learning Publications, Ben Lomond, CA.
    • Hollander, Jaap & Dilts, Robert, NLP & Life Extension: Modeling Longevity, 1990, Dynamic Learning Publications, Ben Lomond, CA.
    • Dilts, Robert & Feldenkrais, Moshe, NLP of the Body, 1990, Dynamic Learning Publications, Ben Lomond, CA.
    • Dilts, Robert, Applications of NLP in Health: Overview of the Seven C’s Model, Anchor Point, augustus 1992, Salt Lake City, UT
    • Dilts, Robert, NLP and Self-Organization Theory, Anchor Point, juni 1995, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, NLP, Self-Organization and Strategies of Change Management, Anchor Point, juli 1995, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Dynamic Assessment, Anchor Point, oktober 1995, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Bringing Light Into The Darkness: The Principle of Positive Intention, Anchor Point, december 1995, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Modeling the Wisdom of Jesus, Anchor Point, februari 1996, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Thought Viruses, Mental Maps and Health, Anchor Point, maart-april 1996, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Darwin’s Thinking Path, Anchor Point, november 1996, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert & DeLozier, Judith, Map and Territory, co-authored, Anchor Point, mei & juni 1997, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, The Process of Reimprinting, Anchor Point, juli & augustus 1997, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Time Lines, Anchor Point, oktober 1997, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, NLP and Intellectual Property, Anchor Point, december 1997, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert & DeLozier, Judith, The Evolution of Perceptual Positions, co-authored, Anchor Point, september 1998, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Transderivational Morphology, Anchor Point, mei, 1999, Salt Lake City, UT.
    • Dilts, Robert, Research and NLP, The Health Attractor Journal, september 1999, Salt Lake City, UT.

    SANDWICH FEEDBACK MODEL
    Het sandwich feedback model is een manier van feedback geven die op onbewust niveau de ontvanger open doet stellen voor verbeterpunten.

     

    De sandwich
    Feedback geven we binnen NLP regelmatig. Zo leer je en word je beter in wat je doet. Negatieve feedback komt moeilijk bij iemand binnen, het is moeilijk te bevatten voor ons onderbewuste. Daarom gebruiken wij het Sandwich Feedback Model.

     

    STRATEGIËEN
    Hoe doet iemand datgene wat hij doet? Wat maakt die persoon succesvol in hetgeen hij of zij doet? NLP is ontstaan vanuit de behoefte om deze vraag te beantwoorden. Zo kan deze kennis vervolgens worden overgedragen op iemand anders, zodat hij hetzelfde succes kan bereiken. 

    Het gaat hierbij in de eerste plaats om de structuren die iemand hanteert, waarbij de inhoud een ondersteunde factor is. Het gaat om de vraag: “wat doe je?”. Maak je een beeld in je hoofd, is er een bepaalde tekst die je tegen jezelf zegt? Denk je aan iemands stem of had je een bepaald gevoel of een bepaalde emotie? In de eerste plaats zijn we geïnteresseerd in de vorm en het proces in plaats van de inhoud.

    Een volgorde van stappen….
    Een strategie is een volgorde van interne en externe stappen, die leiden tot een bepaald resultaat. Een strategie bestaat uit een opeenvolging (syntaxis) van representaties die leiden tot een specifiek resultaat.  In NLP is het belangrijkste aspect van een strategie de representaties die worden gebruikt om de strategie tot stand te brengen. 

    De representaties zijn visueel, auditief tonaal, auditief digitaal en kinesthetisch. Met intern wordt bedoeld onze interne wereld, ofwel onze gedachten. Met extern wordt bedoeld de externe wereld, ofwel de buitenwereld. Zo kun je een plaatje maken in jouw hoofd (visueel intern) en je kunt ook een extern plaatje zien, bijvoorbeeld in een tijdschrift (visueel extern). 

    Elementen waar een strategie kan worden opgebouwd
    De structuur van een strategie is opgebouwd uit: beelden (V), geluiden (A), gevoelens (K), smaken (G), geuren (O) en de dingen die je tegen jezelf zegt (Ad). Elk van deze dingen kun je intern (in jezelf) of extern doen (buiten jezelf). Zie het stuk Aanduidingen in de bijlage voor een compleet overzicht.


    ENKELE VOORBEELDEN VAN MENTALE STRATEGIEËN 

    -       beslissingsstrategie

    -       motivatiestrategie

    -       leerstrategie

    -       overtuigingsstrategie

    -       creativiteitsstrategie

    -       liefdesstrategie

    -       taakgerichte strategie, bijvoorbeeld: spellen, plannen, schrijven.

     

    DE TECHNISCHE AANDUIDINGEN 

    Ongespecificeerd:

    V = visueel

    At = auditief tonaal

    Ad = auditief digitaal

    K = kinesthetisch

    O = olfactorisch (geur)

    G = gustatorisch (smaak)

     

    Superscripts (de aanduidingen bovenaan):

    Extern: e

    Intern: i

    Constructie: c

    Herinnering: h

     Andere noteringen:

    /   duidt op een test of vergelijking, bijvoorbeeld twee beelden vergelijken V­e / Vi ­         duidt op gelijktijdigheid, bijvoorbeeld 

    A æ  vertegenwoordigt een synthese. Twee representatiesystemen die zeer dicht geassocieerd zijn; Voorbeeld: je hoort een zekere tonaliteit en je voelt je angstig worden.

    + -   duidt aan: negatief of positief 

    Let op: als je een strategie opspoort, gebruik dan de hierboven aangegeven noteringswijze en een korte beschrijving van de inhoud onder elke stap.

    or dat de bezwaren getransformeerd worden.

    SUBMODALITEITEN: ONZE INNERLIJKE BIOSCOOP

    Submodaliteiten, wat zijn dat? Onze gedachten zijn als een bioscoop. We draaien in ons hoofd allerlei beelden en voorstellingen af. Denk eens aan wat je gaat doen vandaag en doe je ogen eens dicht. Merk op welke foto’s of films je ziet en wat de eigenschappen ervan zijn:

    • kleur of zwartwit?
    • scherp of dof?
    • een film of stilstaande dia’s?
    • met een kader of zonder kader?
    • op een bepaalde locatie of panoramisch om je heen?
    • je ziet je zelf of je kijkt door je eigen ogen?
    • met geluid of zonder geluid?

    Deze eigenschappen noemen we submodaliteiten.

    “IK MAAK GEEN BEELDEN…?!”

    We maken allemaal beelden, soms zelfs zo onbewust dat we het niet eens doorhebben of denken dat we niet visualiseren. Om er zeker van te zijn dat ook jij visualiseert, wil ik je vragen om de volgende vragen te beantwoorden:

    1. Hoeveel poten heeft het favoriete meubel in jouw huis?
    2. Hoeveel ramen heeft je woonkamer?

    Om deze vragen te beantwoorden moet je een plaatje maken van je meubel en woonkamer.

    WE MAKEN ALLERLEI FILMS

    – “Lekker eten” film…Ken je dat gevoel? Je hebt een pakje koekjes in dat ene kastje liggen of dat heerlijke stuk chocolade in de voorraadkast. En hoe harder je probeert om er niet aan te denken, hoe moeilijker dat wordt. Je ziet je zelf in je hoofd al dat pakje koekjes of die reep chocolade eten. En je houdt het misschien 5 minuten vol, misschien 30 of zelfs een uur…maar er komt een moment op die avond dat je de drang niet langer kunt weerstaan. “Slechte presentatie” film…
    Of je hebt over twee weken een presentatie te geven, waar je nu al zenuwachtig voor bent. Als je er over nadenkt zie je jezelf die presentatie houden en zie je in je hoofd alles misgaan: je ziet jezelf zweten, het publiek lacht je uit, je weet niet meer wat je moet zeggen…. “Enge fobie” film…Of die fobie. Je hoeft maar te denken aan spinnen, honden of slangen en je ziet het beest gewoon op je afkomen. “Traumatische ervaring” film…Wat dacht je van mensen met een traumatische ervaring uit het verleden wat hun nog steeds beïnvloedt in het dagelijkse leven? Elke dag weer draaien ze de film in hun hoofd af. Alles wat toen is gebeurd, laten ze regelmatig terugkeren in hun eigen mentale bioscoop. Veelal vol kleur, beweging, geluid en spannende cameraopstellingen. Gevolg? Ze voelen zich angstig, depressief of schuldig alsof het net is gebeurd. Vreemd? Nee hoor. Als je je maar iets levendig genoeg voorstelt met voldoende kleur en beweging, maakt het voor het brein geen verschil of iets op dat moment echt gebeurt of alleen in je hoofd afspeelt. Het heeft een directe invloed op je stemming en daarmee op je gedrag. Voor mensen die in een van mijn opleidingen of workshops volgen of bij mij komen voor persoonlijke coaching, is het vaak een ware eyeopener om te ontdekken dat je deze slechte B-films kunt veranderen.  Welke films draai jij: goede films of slechte films? Hoe fantastisch zou het zijn om in jouw mentale bioscoop alleen nog maar positieve, versterkende en functionele films te laten spelen? Met als gevolg: een positieve en zelfverzekerde gemoedstoestand met bijbehorend gedrag als gevolg? Onderstaande oefening zorgt ervoor dat de slechte B films niet meer de impact hebben op je gevoel van zelfvertrouwen zoals ze tot nu toe hebben gedaan. Doe de oefening elke keer als je een negatieve B film in je hoofd afdraait. Hoe vaker je dit doet, hoe minder slechte B-films je in je hoofd zult hebben.  Gevoelens zijn het gevolg van de films die jij afdraait Voel je je onzeker? Voel je je angstig? Voel je je….. De gevoelens die we ervaren zijn het directe gevolg van de soort films die we in onze hoofd afspelen. Bewust of onbewust. Hele duidelijke, heldere films of vage, kleine films. En alles wat er er tussen in zit. Bij alles wat we doen, gaat er een mentale voorbereiding aan vooraf. Wat doe jij in je hoofd voordat je een belangrijke presentatie moet geven waarvoor je zenuwachtig bent? Waarschijnlijk zie je jezelf het verpesten, allerlei stomme dingen zeggen en doen. Deze film draai je zo vaak in je eigen hoofd af, totdat het moment dat je zo zenuwachtig bent dat het wel mis moet gaan. Goede voorbereiding…of niet?

    NLP Practitioner opleiding: leren om je eigen films te maken
    Je kunt de zowel de vorm als de inhoud van je interne film veranderen. Jij bepaalt welke voorstelling er wordt gespeeld, afhankelijk van wat je wilt bereiken. Wil je goed voorbereid een presentatie geven, op een kalme en zelfverzekerde manier? Dan is het zinvol om een film af te spelen waarin jij kalm en vol zelfvertrouwen zit. Wil je vol rust en kracht de dag doorkomen, dan is het zinvol om een film af te draaien waarin je jezelf ziet vol rust en kracht.

    In de  NLP Practitioner opleiding leer je leer je om het outcome model toe te passen. Voor jezelf en/of anderen.

    SUBMODALITEITEN EN ZELFVERTROUWEN
    (angstbestrijder)


    a. Voel de plaats in je lichaam waar jij je angsten voelt.

    b. Plaats deze gevoelens buiten je lichaam. Welke vorm hebben deze gevoelens? Welk geluid past bij deze gevoelens?

    c. Kijk naar de vorm van je gevoelens en hoor het geluid dat je gevoelens maken.

    d. Op welke wijze kan jij de vorm en het geluid veranderen, zodat de gevoelens minder intens worden? Verander bijvoorbeeld de vorm, de plaats, de kleur en het geluid totdat de angstige gevoelens zijn verdwenen.

    e. Voeg de vorm en het geluid samen en breng deze terug in het lichaam.

    f. Laat deze nieuwe gevoelens versmelten in het lichaam.

    g. Denk aan iets anders, bijvoorbeeld wat heb je gegeten?

    h. Denk terug aan de angstgevoelens waarin je in stap 1 aan dacht. Bemerk het verschil tussen stap g en stap h.

     

    SUBMODALITEITEN EN ZELFVERTROUWEN
    opruimen van negatieve gedachten

    Wanneer je last hebt van negatieve gedachten kan dat dit het dagelijkse leven en humeur beïnvloeden. Het beste kan je er dan voor zorgen dat je deze negatieve gedachten kwijt bent. Met de volgende techniek kan je stap voor stap op een eenvoudige manier de negatieve gedachten opruimen:

    a. Ga na welke negatieve gedachten je wil aanpakken.

    b. Maak een beeld van deze negatieve gedachten. Als je alleen negatieve gevoelens of geluiden ervaart, stel je dan voor hoe die eruit zouden zien.

    c. Maak in je gedachte een voorstelling van een vuilnisbak.
    Is deze dan groot of klein?
    Welke vorm heeft de vuilnisbak?
    Welke kleur heeft de vuilnisbak? 

    d. Maak in jouw voorstelling de vuilnisbak open en gooi de negatieve gedachten in die vuilnisbak.

    Luister naar de “plof” die je hoort wanneer je negatieve gedachten de bodem van de vuilnisbak raken. 

    e. Doe de deksel op de vuilnisbak wanneer je klaar bent. 

    f.  Gebruik de vuilnisbak keer op keer wanneer er een negatieve gedachte boven komt.


    SUBMODALITEITEN EN ZELFVERTROUWEN
    oplossen negatieve gevoelens

    Stap 1. Word bewust waar het negatieve gevoel zich in je lichaam bevindt. Bedenk waar dit negatieve gevoel begint en waar het eindigt. Volg in gedachten het gevoel totdat het je lichaam verlaat of je weer bij het beginpunt bent. 

    Stap 2. Verplaats het negatieve gevoel in gedachten buiten je lichaam. Stel je voor dat je dit negatieve gevoel en de richting waarin het stroomt kunt zien. 

    Stap 3. Laat nu in gedachten het negatieve gevoel de tegenovergestelde kant op stromen. 

    Stap 4. Verplaats het gevoel weer terug naar je lichaam terwijl het de tegengestelde kant op stroomt. 

    Stap 5. Laat de gevoelens steeds sneller stromen. Ga hiermee door totdat het negatieve gevoel is verdwenen. 


    SUBMODALITEITEN EN ZELFVERTROUWEN
    krachtig en energiek 

    Er zijn dagelijks regelmatig momenten dat je wel wat meer energie kunt gebruiken. Energie die je nodig hebt omdat jij je slap, moe of ingedut voelt. Je kunt ook meer energie nodig hebben op die momenten dat jij je onzeker voelt, wanneer je jezelf moet bewijzen bij een presentatie of een spreekbeurt. Of wanneer jij je krachteloos voelt in een verbale confrontatie met een collega, familielid of klasgenoot. 

    Met het toepassen van de volgende stappen voel jij je snel energiek en krachtig. Lees de stappen eerst door en voer ze daarna uit. Oefen dit een paar keer en gebruik het wanneer je het nodig hebt. 

    Stel je voor dat je in het centrum staat van een draaikolk van energie.

     

    a. Laat de draaikolk smaller worden en voel de energie met enorme snelheid door je lichaam draaien. 

    Laat de draaikolk naar jouw voeten dalen.

     

    b. Laat daarna de draaikolk naar boven gaan, tot aan het topje van jouw hoofd.

     

    c. Laat de draaikolk sneller en sneller draaien en duw de draaikolk een aantal malen naar jouw voeten en hoofd, net als een jojo.

    d.  Stel je voor dat je een krachtig zoemend geluid hoort van de gierende draaikolk.

    e. Wees bewust van de energie en kracht die je nu hebt.

    SUBMODALITEITEN EN ZELFVERTROUWEN
    verbeter je zelfbeeld


    Je zelfbeeld wordt gevormd door het beeld dat je in je gedachten van jezelf hebt. Je zelfbeeld kan positief zijn, maar het kan ook negatief. Heb je een negatief zelfbeeld, dan werkt dit averechts op jouw zelfvertrouwen. Daarnaast beïnvloedt dit negatieve zelfbeeld de manier waarop je door het leven gaat in sterke mate. Met de volgende techniek kun jij in enkele stappen jouw zelfbeeld verbeteren:

     

    Stap 1. Sluit jouw ogen en wordt je bewust hoe jij jezelf ziet. 

    ·       Merk op wat de plaats is waar jij dit beeld ziet.
    ·       Is het recht voor je?
    ·       Schuin boven of schuin beneden?
    ·       Of ergens anders?

     

    Stap 2. Denk met gesloten ogen aan iemand die je bewondert.
    Bemerk de plaats waar je dat beeld van die persoon ziet.
     

    Stap 3. Verplaats het beeld dat je hebt van jezelf naar de plaats waar jij het beeld zag van diegene die je bewondert. 

    Stap 4. Verbeter het beeld van jezelf waardoor het er steeds mooier uit gaat zien. 

    ·       Pas de kleuren aan.
    ·       Maak het beeld groter.
    ·       Maak het lichter.

    Blijf dit beeld aanpassen totdat jij vindt dat het er fantastisch uitziet.


    SUBMODALITEITEN EN ZELFVERTROUWEN
    voel je fantastisch

    De meeste mensen komen de meeste dagen door met een “okay” gevoel. Een “het gaat wel, maar houdt niet over” gevoel. Hoe zou het zijn als jij je iedere dag fantastisch zou voelen? In 5 stappen naar een fantastisch gevoel: 

    Stap 1. Denk terug aan een situatie waarin jij je fantastisch voelde. 

    Stap 2. Word bewust van de heerlijke gevoelens die deze gedachten met zich meebrengen. 

    Stap 3. Geef steeds mooiere kleuren aan deze goede gevoelens. 

    Stap 4. Laat deze geweldige gevoelens met de prachtige kleuren door jouw lichaam stromen. 

    Stap 5. Herhaal dit op ieder moment dat je je nog lekkerder wil voelen.

     

    SUBMODALITEITEN EN ZELFVERTROUWEN
    angst-verdraai techniek 

    Deze techniek zorgt er niet alleen voor dat angst verdwijnt, maar ook dat er een positief, energiek gevoel voor in de plaats komt. 

    Stap 1. Word bewust van de negatieve gevoelens die je oproept bij een bepaalde situatie. Waar ervaar je deze negatieve sensaties in je lichaam? 

    Stap 2. Visualiseer deze negatieve gevoelens als een ronddraaiende, gekleurde bal binnen in jouw lichaam. 

    Stap 3. Bepaal in welke richting de bal draait. Het draaien kan in elke richting plaatsvinden, dus stel zelf vast in welke richting de bal roteert. 

    Stap 4. Laat de bal steeds langzamer draaien.

    Voel je nu dat de negatieve gevoelens minder worden? 

    Stap 5. Laat de bal nu stilstaan. Merk op dat je gevoelens nu neutraal zijn. 

    Stap 6. Om ervoor te zorgen dat jij je (veel) beter voelt, laat je nu de bal in de tegengestelde richting draaien. Merk op hoe goed dat voelt. 

    Stap 7. Laat de bal nu sneller draaien. 

    ·       Eerst 5 keer sneller draaien, en nog een keer 5 keer zo snel.

    ·       Laat de bal nu 10 keer zo snel draaien, en nog sneller, en nog sneller… 

    Stap 8. Als je straks WOESHHHH zegt, wordt de bal twee keer zo groot… 

    • Met nogmaals WOESHHH wordt de bal nog eens twee keer zo groot…
    • Maak de bal nu zo enorm groot dat je er zelf inpast.

    SUBMODALITEITEN

    VISUELE SUBMODALITEITEN
    zelf in of uit beeld
    hoog in beeld of laag in beeld
    links, centraal of rechts in beeld
    panoramisch of omkaderd
    kleur of zwart/wit
    kleuren pastel of primaire kleuren
    helderheid
    groot of klein
    afmetingen van het centrale voorwerp
    dichtbij of veraf
    dimensionaliteit (2 of 3 dimensies)
    intensiteit van de kleur
    contrast
    kort of lang
    tweedimensionaal of driedimensionaal
    één beeld of meerdere beelden
    horizontaal of verticaal
    scherp of onscherp
    transparant of ondoorzichtig
    schitterend of dof
    contrastrijk of egaal
    stilstaand of bewegend
    licht of donker
    snel of langzaam
    film, stilleven of dia’s
    gezichtspunt (bovenuit/opzij/onderen)
    voorgrond / achtergrond
    plaatsing
    vorm
    tunnelvisie
    lichtbron
    woorden of beelden


    AUDITIEVE SUBMODALITEITEN
    onderbroken / continu
    timbre
    geluidskenmerken (zwaar, zacht)
    aantal
    interne / externe bron van geluid
    volume (hard of zacht)
    locatie
    duur
    tijd
    van links, voren of rechts
    van onder of boven
    kakofonisch, meerstemmig of eenstemmig
    echo of gedempt
    van binnen of van buiten
    afstand van subject
    markeringen
    toonhoogte (hoog of laag)
    ritme, tempo (snel of langzaam)
    mono of stereo
    helderheid (helder of krakend)
    achtergrond of voorgrond
    pauzes
    contrast

    KINESTHETISCH SUBMODALITEITEN
    langdurig, kort of ritmisch
    hoe groot is het gebied?
    intens of oppervlakkig?
    pijn, spanning of druk?
    ruw of zacht?
    nat of droog?
    kriebelen, jeuken, bijten
    intermitterend (kloppend, bonzend)
    snelheid of beweging
    locatie in het lichaam
    innerlijke structuur
    spierspanning
    druk
    beweging
    frequentie
    warm of koud
    duur tijd
    druk
    vochtigheid
    volgorde
    prikkeling
    scherp of dof
    druk
    intensiteit
    temperatuur

     

    TERUGSPOELTECHNIEK
    Deze techniek is vooral geschikt voor: het ongedaan maken van vervelende gebeurtenissen uit het verleden, waar je nog steeds last van hebt. Hieronder wordt de techniek is in vier stappen uitgelegd:

     

    1.    Denk aan een vervelende gebeurtenis uit het verleden. Laat de film in je hoofd nu voor de laatste keer afspelen. 

    2.    Laat de film wederom afspelen, nu achterstevoren. Je begint dus bij het einde en gaat door naar het begin op het moment dat alles nog goed was. Terwijl de film afspeelt, zet je er een grappig muziekje onder, bijvoorbeeld een circusmuziekje. 

    3.    Ga weer terug naar het einde van de film en laat het filmpje wederom achterstevoren afspelen. Herhaal deze stap 5 keer, of zo veel als nodig is. 

    4.    Probeer je tevergeefs slecht te voelen over de situatie. Herhaal deze techniek net zo vaak totdat het terugdenken aan de situatie je een neutraal of nonchalant gevoel oplevert.

     

    TIJDLIJNEN
    Wanneer je minder functionele emoties bij je draagt die door het verleden zijn versterkt, dan is er de mogelijkheid om door middel van het werken met een tijdlijn deze emotie los te koppelen van de ervaringen. 

    Hierdoor wordt de herinnering neutraal beleefd. Er is dus een gevoel van onprettige emoties die gekoppeld zijn aan een bewuste of onbewuste herinnering, welke vervolgens worden losgekoppeld.  

    Naast het werken met tijdlijnen in het verleden kun je ook in de toekomst werken. Bijvoorbeeld bij het behalen van doelen, het nemen van beslissingen en het veranderen van gedrag. 

    Voorbeeld van een Gestalt (een koppeling van emoties)   De eerste gebeurtenis (S.E.G. – Significante Emotionele Gebeurtenis).

    SCRIPT TIJDLIJN

    PROCEDURE:


    Na de gebeurtenis…
    1.    “Zweef  omhoog boven jouw tijdlijn. Je merkt dat dit je, nu je dit al vaker hebt gedaan, steeds makkelijker afgaat. Je zweeft hoger en hoger en alles wat onder je ligt wordt steeds kleiner en minder belangrijk. Zweef dan het verleden in naar positie 1 met betrekking tot de allereerste gebeurtenis. Die gebeurtenis ligt nu schuin onder je. Merk de gebeurtenis op en waar de emoties zijn.” 

    Boven de gebeurtenis…
    2.    “Zweef nu door naar positie 2. Je bent nu recht boven de gebeurtenis, je kijkt dus neer op de gebeurtenis. Merk op waar de emoties zijn en bewaar de positieve leerervaringen, datgene wat belangrijk is om geleerd te hebben van deze gebeurtenis en bewaar dat maar op dat speciale plekje dat je hiervoor hebt. Het plekje waar al die bijzondere leerervaringen zijn bewaard, soms bewust en soms onbewust, en beide is prima. Jij weet tenslotte dat je erop kunt vertrouwen dat je onbewuste alles wat belangrijk is om ervan te leren bewaart, zodat je weet dat je het in de toekomst altijd nog een keer kunt gebruiken, mocht dat nodig zijn.

    En het is ook goed om aan je onbewuste te vragen “draag ik nog iets bij me, met betrekking tot de emotie (noem de naam van de emotie waar je mee werkt – backtracking!) wat niet van mij is maar van iemand anders uit mijn systeem van herkomst (bijvoorbeeld opa, moeder). Als je onbewuste aangeeft dat dit inderdaad het geval is, neem dit dan mee als leerervaring.” 

    Optioneel: emotie is niet van mijzelf
    Als iemand aangeeft dat datgene wat hij bij zich draagt m.b.t. de emotie waar je mee werkt, die niet van de persoon is, maar van iemand uit het systeem van herkomst, ga dan als volgt door: Zweef verder achterwaarts het verleden in, naar de tijdlijn die behoort tot de persoon uit jouw systeem van herkomst, van wie je iets bij je draagt m.b.t. de emotie … (noem de naam van de emotie waar je mee werkt) die niet van jou is.

    En terwijl je hoog boven de tijdlijn blijft en beneden de persoon ziet, zeg je tegen die ander “wat ik hier bij mij draag aan (noem de emotie) is niet van mij, maar van jou. Ik heb het lang met mij mee gedragen en als het oké is, dan zou je zelfs kunnen zeggen dat ik dat uit liefde heb gedaan. Ik heb het nu niet meer nodig, het hoort namelijk bij jou en niet bij mij. Ik geef het aan je terug.” Datgene wat je hebt meegedragen m.b.t. de emotie (noem de emotie) kun je nu terug geven, in de vorm van een symbool. 

    Merk maar op dat de ander het nu aanneemt en zegt “het hoort inderdaad niet bij jou, dit hoort bij mij. Het is oké dat ik het nu weer heb en laat het alsjeblieft bij mij”. Als je daarmee klaar bent kom je weer terug naar positie 3 met betrekking tot de allereerste gebeurtenis. Eventueel kun je als de persoon weer terug is bij de allereerste gebeurtenis vragen of de emotie volledig verdwenen is.

     

    Vóór de gebeurtenis…
    3.    Als je zover bent, zweef dan naar de positie 3, zo’n 15 tot 20 minuten voordat de gebeurtenis plaatsvond. Draai je nu om, de gebeurtenis ligt nu schuin en onder je. Kijk kritisch in de richting van het nu, waar is de emotie? Is de emotie echt helemaal verdwenen?        

    Antwoord Nee?
    Ga nog verder het verleden in naar de eerdere situatie waar deze emotie een rol speelde…”  -> en verder vanaf stap 2 

    Antwoord Ja? Door naar stap 4 en verder 

    4.    (Testmoment - optioneel) Laat je nu in de gebeurtenis zakken, in de 4e positie. Stap in jezelf, kijk door jouw eigen ogen en check de emotie. Is de emotie er nog of is het nu verdwenen. 

    Oké, kom dan maar terug naar de derde positie

    ONVOORWAARDELIJKE BRON VAN LIEFDE
    5.    Voeg hier boven het hoofd de oneindige bron van liefde toe. Laat de energie uit de bron binnenkomen via een opening in jouw hoofd en laat jouw lichaam helemaal volstromen. Laat die stroom van liefde via jouw hart naar buiten stralen en vul hiermee jezelf in de tijdlijn, net zo lang totdat je weer helemaal geheeld bent. 

    Kom nu terug over de tijdlijn, zo snel als je over de lijn van toen naar het nu, alle (noem de emotie) van de gebeurtenissen kunt laten gaan, neem steeds de derde positie in, dus steeds 15 tot 20 minuten voor de gebeurtenis plaatsvindt. Bewaar de leerervaringen en laat de (noem de emotie) gaan. Doe dit de hele weg terug naar het nu en misschien merk je zelfs dat de emotie is verdwenen. (Als het Subject terug is) Laat je nu naar beneden zakken en in het nu komen, terug deze ruimte in.


    BREAKSTATE

    6.    Test (zodra de subject in het hier en nu is) Je mag nu even je ogen dichtdoen en kun je een gebeurtenis uit het verleden herinneren waar je in staat was om die oude emotie te voelen. En ga daar maar naar terug en merk op of je het kunt voelen. Kom maar weer terug naar het nu. 

    7.    Ga naar de toekomst (subject is in het hier en nu) Ik wil dat je de toekomst in gaat en naar een onbepaald moment gaat, waarin je , als dit in jouw verleden gebeurd zou zijn je (noem de naam van de emotie) zou hebben gevoeld en merk op of je die oude emotie kunt vinden… Misschien ontdek je dat je het niet kunt. Oké? (geef de tijd om de toekomst in te gaan. Laat eventueel ook naar een verder moment in de toekomst gaan, dus situatie 2).

    Goed, kom maar terug naar het nu.

    Belangrijk op positie 3: 

    ·       Zorg ervoor dat de subject op positie 3 staat. Zeg er dus duidelijk bij waar positie 3 is en dat de subject hoog boven de tijdlijn blijft.

    Wees er zeker van dat Subject boven de allereerste gebeurtenis is: Vraag bijvoorbeeld: “Vraag aan je onbewuste of je voor de allereerste gebeurtenis bent met betrekking tot (naam van de emotie)”. Of is er nog een gebeurtenis met betrekking tot deze emotie die eerder plaatsvond. Ga dan nu terug voor de allereerste gebeurtenis.

    T.O.T.E MODEL

    TRIGGER (T)
    Een ‘cue’, trigger’ of ‘start’ waarmee de strategie begint. Deze wordt gebruikt als norm voor de tweede test. Relevante vragen:  

    ·       Hoe weet je dat je een bepaalde strategie moet starten?
    ·       Hoe weet je dat het tijd is om ermee te beginnen?
    ·       Wat is de stimulus die de strategie in gang zet?
    ·       Waar streef je naar tijdens het gebruik van de strategie?
    ·       Wat wil je met de strategie bereiken?

    OPERATE (O)
    De fase van “operate” verleent toegang tot gegevens door het herinneren, creëren of verzamelen van informatie over de interne of externe wereld die nodig is voor de strategie. Relevante vragen:  

    ·       In welk weergavesysteem vinden de verschillende stappen plaats?
    ·       Hoe zijn de stappen met elkaar verbonden?
    ·       Wat is het eerste dat je doet?
    ·       Wat gebeurt er als je begint? 

    De informatie die in deze fase wordt verkregen heeft betrekking op:  

    1. visueel/auditief/kinesthetisch
    2. intern versus extern
    3. herinnering versus constructie
    4. de belangrijkste submodaliteiten


    TEST (T) In de derde stap wordt vergeleken of het resultaat al is behaald. Is de strategie compleet of zijn we tevreden met resultaat? Met andere woorden: of het resultaat al voldoet aan de criteria zoals die zijn opgesteld.  

    ×        Hoe weet hij dat hij klaar is?
    ×        Wat is de stimulus om met de strategie op te houden?
    ×        Hoe weet je dat je het gewenste resultaat hebt bereikt?


    EXIT (E)
    Nu zijn er twee mogelijkheden: òf het resultaat is nog niet behaald òf het resultaat is wel behaald. In het eerste geval zal er moeten worden teruggegaan naar de “Trigger” fase om de criteria bij te stellen en/of de “Operate” fase om opnieuw informatie te verzamelen. Wanneer de strategie kan worden afgesloten volgt de fase van Exit.

     

    STRATEGIE ELICITATIE
    Het oproepen van een strategie wordt ook wel elicitatie genoemd. Er zijn twee manieren om een strategie te eliciteren: informeel en formeel. De informele manier is gewoon door te vragen: “Hoe doe je dat?”. Afhankelijk van de inhoud kun je hieruit opmaken welke modaliteiten anderen gebruiken bij het doorlopen van hun strategie. Daarnaast kun je letten op oogbewegingen en de fysiologie van de ander. 

    Strategieën kunnen ook worden opgeroepen met behulp van een formeel script. Hierbij kun je het script herhalen net zolang, tot je de strategie helder hebt. Hieronder volgt het script voor formele elicitatie: 

    SCRIPT VOOR FORMELE STRATEGIE ELICITATIE  

    1. Let op fysiologie, oogbewegingen, predicaten, tonaliteit en ademhaling.
    2.  Laat de persoon helemaal in de situatie komen, waarin hij bezig is de strategie uit te voeren. Mogelijke vragen hierbij:
    3. Kun je een tijd herinneren dat je totaal X was?
    4. Als je nu terug gaat naar die tijd…
    5. Hoe doe je X?


    Begin met de Trigger

    : “Hoe weet je dat je gemotiveerd bent?” Hoe weet iemand dat hij een bepaalde strategie moet starten? Wat was het eerste aspect dat ervoor zorgde dat je X was? Mogelijke vragen hierbij:  

    -       Was het iets dat je zag? (of de manier waarop iemand naar je keek)
    -       Was het iets dat je hoorde? (of iemands toon waarop die sprak)
    -       Was het de aanraking van iets of iemand? 

    Werk vervolgens achteruit door de stappen van Operate. “Door welke fasen ga je om jezelf te motiveren, te leren, te beslissen, etc.? Nadat je dat (trigger) zag/hoorde/voelde, wat was het eerst volgende wat er gebeurde toen je volkomen X was? Mogelijke vragen hierbij:

    -       Vormde je een beeld in gedachten?
    -       Zei je iets tegen jezelf
    -       Had je een bepaald gevoel of een bepaalde emotie?
    -       Wat was het eerstvolgende dat plaatsvond toen je totaal X was?

    Dan naar het keuzepunt, choice of TEST: “Hoe weet je wanneer het gewenste resultaat is bereikt?”

    Het keuze punt moet een manier aanreiken aan de persoon om terug te gaan naar de operations of test als de test geen voldoening geeft. Anders zal de persoon eindeloos blijven ronddraaien als in een tredmolen, of het gewoon opgeven. 

    Indien je niet zeker bent van een bepaalde sequentie, probeer ze dan uit op verschillende manieren. Vind uit op welke sequentie de persoon de beste respons geeft.

    Zorg ervoor dat je een groot stuk van de strategie te pakken hebt – begin, einde en een middenstuk. De meest efficiënte strategieën hebben tussen de 4 en 7 stappen.

    Als het subject vastraakt, backtrack dan de reeds gevonden stappen om hem/haar te begeleiden om terug in de ervaring van de strategie te komen.

    Neem de persoon verscheidene keren door de strategie. Elke keer zal de persoon bewust worden van meer informatie. Wees geduldig, het is een beetje als een ui pellen.

    STAPPEN VAN EEN STRATEGIE ELICITATIE
    Hieronder staat kort samengevat welke stappen er tijdens een strategie elicitatie moeten worden ondernomen. Deze kan je als spiekbriefje gebruiken bij het uitvoeren van deze techniek.

    1.    Breng rapport tot stand  

    2.    Bepaal het kader  

    3.    Ga in de specifieke stemming die je wilt opwekken  

    4.    Identificeer een bepaalde beslissing (wanneer en waar werd deze genomen?)  

    5.    Voer subject terug naar deze ervaring. Zorg ervoor dat subject volledig geassocieerd is. Programmer spreekt in de tegenwoordige tijd  

    6.    Eventueel: anker subject in deze stemming  

    7.    Vraag naar de belangrijke representatie modaliteiten totdat deze volledig zijn. Maak hierbij gebruik van o.a. contrast frames, meer dan één optie en ongespecificeerde uitdrukkingen  

    8.    Zet zo nodig bij iedere stap het anker in werking om de cliënt toegang te laten krijgen  

    9.    Controleer totdat de strategie compleet is  

    10. Ga eventueel terug en vraag naar de submodaliteiten. Schrijf telkens de resultaten op en controleer de stappen met subject. 

    VOORWAARDEN STRATEGIE ELICITATIE

    • Goed omschreven weergave van het resultaat
    • Maakt gebruik van alle drie belangrijkste representatiesystemen (V-A-K)
    • Geen ‘two point loops’ (vb. V-K, V-K, V-K)
    • Geen loops zonder EXIT
    • Gebruikt zo weinig mogelijk stappen om het resultaat te verkrijgen
    • Logische volgorde zonder ontbrekende stappen
    • Bezit de vereiste interne en externe zintuiglijke (sub)modaliteiten 

    INSTALLEREN VAN EEN STRATEGIE
    Herhaling, herhaling, herhaling is de eerste methode om een strategie te installeren. Herhaal de stappen tot ze een automatisme worden. Ga er eerst door, gebruik makend van de inhoud en de context met de passende oogbewegingen, ademhaling, houding, enz. Veranker het begin van de strategie met een context of trigger. Neem dan de persoon door de strategie zonder inhoud en test. Door het observeren van de non-verbale aanwijzingen, wordt de strategie en het effect daarvan zichtbaar. 

    Soms vergemakkelijkt ankeren de automatische beweging van de ene stap naar de andere. Herkaderen zorgt er meestal voor dat de bezwaren getransformeerd worden.

    TRAUMA / FOBIEËN / ALLERGIEËN
    TRAUMA PROCES 

    Het proces met de 3-staps-dissociatie en variaties kan worden gebruikt bij elke overweldigende negatieve respons. Bijvoorbeeld een gebeurtenis uit het verleden die als zeer beperkend is ervaren. Hierbij heeft de persoon, wanneer geconfronteerd met een stimulus die geassocieerd is met die beperkende ervaring, geen andere keus dan met dezelfde of toenemende hevigheid de emoties van de originele ervaring opnieuw te beleven.

    (Samenwerking 3 personen)

    Rolverdeling: S = Subject, P = Programmer en M = Meta

    20 minuten per persoon, dus in totaal 60 minuten

     

    1.    S bedenkt met welke beperkende, fobische of traumatische ervaring hij wil werken. P zegt tegen S: “Vraag aan jouw onderbewustzijn om uit die gebeurtenis alle nuttige, creatieve mogelijkheden die je tot nu toe nog niet hebt benut, uit te filteren en veilig op te bergen.

    Zo zullen ze niet verloren gaan en op een gepast moment toegankelijk zijn.” Check de ecologie, door na te gaan wat er verandert in jouw leven als je de beperkende respons en het gedrag kwijt bent. De Programmer kalibreert (informatie is niet nodig). 

    2.    Als P zorg je voor rapport met S – en voor een sterk gevoel van zekerheid en veiligheid. Verzeker S ervan dat je hem niet laat terugvallen in de vervelende ervaring / gevoelens. S heeft een hulpbron nodig: gevoelens van bekwaamheid, vertrouwen in zichzelf en het vermogen om goed voor zichzelf te zorgen. 

    S denkt aan een gebeurtenis waar S die hulpbron had. Laat S geassocieerd in die gebeurtenis gaan, roep die hulpbron op en anker hem. Anker op een plek, stapel indien nodig om het te versterken. Test het anker en laat het los. 

    3.    Vraag als Programmer aan het Subject om gedissocieerd te bedenken welke één van de eerste keren het was dat hij die fobische (of afgeleide ervan) of traumatische ervaring doormaakte. Pas op met wat je zegt – vragen naar de eerste ervaring kan een veroordeling van zichzelf uitlokken en het onderbewustzijn blokkeren. Vraag nu aan S om zich in te beelden dat hij in een bioscoopstoel zit met jou als Programmer. 

    Jullie zitten in het midden van een lege zaal, met het gelaat naar het filmdoek. Activeer het anker en wacht tot de hulpbron volledig aanwezig is. Blijf het anker de hele tijd vasthouden. Geef opdracht aan S “om het eerste stilstaande plaatje vast te leggen” van het jongere zelf net voor de gebeurtenis een aanvang nam. Laat S dat plaatje op het filmdoek te projecteren. 

    Vraag S om zichzelf als jongere zelf tot in detail te zien – in dit eerste plaatje – net voordat de stress of het overstuur raken begon. Het moment waarop alles nog goed was. Het is van allergrootste belang dat de Programmer het Subject blijft observeren, kalibreren en niet toestaat dat hij terugvalt en de fobische / traumatische gevoelens gaat herbeleven. Indien dat toch begint te gebeuren, breng dan S terug in de veiligheid van het hier en nu, waar hij bekwaam is, zelfvertrouwen heeft, volwassen, etc. 

    4.    Laat S met een gedeelte van zijn onderbewustzijn naar de projectiekamer zweven, achter zich, zodat hij zichzelf kan zien zitten met jou ernaast als Programmer, in het hier en nu in de bioscoopzaal. P zegt tegen S: “Kijk nu vanuit de projectiekamer naar jezelf (naam van subject), in de bioscoopstoel, die naar een stilstaand beeld zit te kijken van je jongere zelf (naam van het jongere subject).” Je spreekt af dat het Subject die in de projectiekamer staat, dadelijk het beeld in beweging gaat zetten en dat het Subject die in de bioscoop zit, “stop” zegt als het jongere zelf door die ervaring is gegaan. 

    5.    P vervolgt: “Terwijl je naar jezelf (naam van subject) staat te kijken die naar het filmdoek kijkt, start je de film.” P zegt herhaaldelijk: “Je blijft naar jezelf kijken die vanaf een veilige plaats in de bioscoop naar een film kijkt over het jongere zelf (naam van jongere subject) tot dat jouw eigen zelf die in de bioscoop zit, “stop” zegt.” 

    Als je kalibreert dat S begint terug te vallen in de traumatische gevoelens, versterk dan de dissociatie en de hulpbron anker. Als dat niet voldoende werkt, breng je S terug in het hier en nu, herstel je het gevoel van veiligheid en vertrouwen en begin je opnieuw. Je kunt gebruik maken van de submodaliteiten om de dissociatie te versterken: maak het filmscherm klein, ver weg, het beeld onscherp, tot S een meer normale voorstelling kan verdragen. Een andere mogelijkheid is dat S zich in de film uit het verleden ziet. 

    6.    Als S klaar is met het bekijken van de film, laat je het anker los en vraag S om terug in zijn lichaam te zweven, in de bioscoopstoel. Laat S vanuit dit perspectief naar het jongere zelf kijken op het einde van de ervaring. Laat S het jongere zelf troosten, en verzekeren dat hij de beste keuze heeft gemaakt die hij toen kon maken. P zegt tegen S:  “Uit je liefde, dankbaarheid en waardering voor het jongere zelf.

    Vertel dat hij het beste gedaan heeft wat hij kon, dat jij hem ten zeerste waardeert. Omdat je mede doordat hij dit heeft doorgemaakt, bent uitgegroeid tot wie je nu bent. Stel jouw jongere zelf gerust dat alles in orde komt en dat jij het kunt weten, omdat jij zijn toekomstige oudere zelf bent.” Nodig S uit om alle gevoelens van liefde te laten opkomen en te laten doorstromen naar dit jongere zelf. Neem hiervoor de nodige tijd.
     

    Re-integratie

    7.    P zegt dan tegen S: “Als het jongere zelf is getroost, verwarmd en zich weer veilig voelt, neem het dan liefdevol in je op en geef hem een mooie plek in jouw onderbewustzijn. Doe dit letterlijk door jouw armen eromheen te slaan en hem in jouw lichaam op te nemen.” 

    8.    Test: laat S terugdenken aan de originele gebeurtenis. Gedragstest indien mogelijk.

     

    NLP IS EEN VERZAMELING VAN MENTALE TECHNIEKEN.

    Het gebeurt nogal eens dat mensen, inclusief NLP trainers, zich in allerlei bochten wringen en moeilijke woorden gaan gebruiken om uit te leggen wat NLP is. Dit terwijl het eenvoudig is. NLP is een verzameling van mentale technieken die je enerzijds gebruikt om problemen vanuit het verleden op te lossen en anderzijds je doelen in de toekomst beter te bereiken.

    Ik weet nog wel de tijd dat ik klein was en weer eens doodnerveus was voor een spreekbeurt. Tot mijn moeder mij vertelde: “weet je wat je moet doen als je voor de klas staat? Doe maar net alsof alle kindertjes inclusief de meester allemaal naakt zijn!” Op dat moment hielp mij dat heel goed om die presentaties te geven. Ik lachen natuurlijk, giechelen! Ik was ontspannen en het ging veel makkelijker. 

    Een hele eenvoudige mentale techniek om zo als klein ventje voor die klas te gaan staan! Want als je dat echt doet, dan is het lachen, gieren, brullen! En sinds de jaren 70, 1975, dat NLP is ontstaan, zijn er een groot aantal mentale technieken ontstaan. Om onder andere te werken aan je zelfvertrouwen, betere presentaties te geven of af te komen van je angsten. Een verzameling van mentale technieken. En er zijn ook andere definities die ik je mee geef om uit te leggen wat NLP is.

    NLP IS EEN MANIER VAN DENKEN
    NLP is ook vooral een manier van leven. Zelf bepalen hoe je je voelt, denkt en doet. Voorin de bus gaan zitten van je eigen leven. De vrijheid hebben om jezelf te zijn. Om je zelfverzekerd te voelen in situaties waarin je voorheen angstig, boos of onzeker was. 

    Om authentiek te zijn en je te gedragen naar je volle potentieel. Goed voor jezelf en anderen. Energiek en passievol. Innerlijke rust en balans te ervaren. Vrijheid en liefde en deze kunnen delen met anderen.

    WAT LEER JE IN EEN NLP OPLEIDING?

    • Rapport: maken en behouden van snel en diep contact en betrokkenheid
    • Synchronisatie van verbale en non-verbale communicatie: match, mismatch, bactrack, sort by self, sort by other
    • Representatiesystemen herkennen bij anderen en bewust inzetten: visueel, auditief, kinesthetisch, olfactorisch, gustatief
    • Oogbewegingen: herken interne processen bij anderen d.m.v. oogbewegingen
    • Predikaten: ontdekken en herkennen van taalpatronen bij jezelf en anderen
    • Observeren en kalibreren: ontwikkelen van een zeer scherp observatievermogen
    • Gedachten en emoties: herken en speel in op gedachten en emoties bij anderen
    • Neutraliseren van ongewenste emoties zoals woede, angst, verdriet, onrust.
    • Metamodel: het zuiveren, preciseren van je taalgebruik zoals: generalisaties, distorties, etc. Het stellen van de juiste vragen op de juiste momenten.
    • Milton model: hypnotisch taalgebruik. Gebruik taal om anderen (positief) te beïnvloeden
    • Interne communicatie: ontdekken en veranderen van je interne communicatie
    • Submodaliteiten: jouw interne werkelijkheid bepaalt in grote mate je gedrag, gedachten en gevoelens
    • Fysiologie van de vermogende staat
    • Associatie-dissocatie
    • Vooronderstellingen
    • Zelfankering
    • Chunking
    • Herkaderen: veranderen van de betekenis van een ervaring
    • 6 stapsherkadering: Het opheffen van automatismen, slechte gewoonten, steeds weerkerend onnuttig gedrag
    • Ruimtelijke herkadering
    • Verbale herkadering
    • Hulpbronnen: een gewenste emotie zoals zelfvertrouwen, zelfrespect of kracht leren oproepen op elk moment wanneer jij wilt.
    • Automatische ongewenste emoties neutraliseren, oude ankers neutraliseren .
    • Chaining: een nieuwe automatische ketting van nuttige emoties opbouwen.
    • Change personal history: je persoonlijke geschiedenis veranderen.
    • Een hulpbron, vermogende stemming van één context overbrengen naar een andere context.
    • Werken met deelpersoonlijkheden: tegenstrijdigheden opsporen in jezelf en in harmonie brengen.
    • Diverse strategieen
    • TOTE model
    • Oplossen van interne conflicten: oproepen van tegenstrijdige delen of polariteiten van één deel, onderhandelen in een ruimtelijke herkadering.
    • Integreren van de delen.
    • Chunken: de organisatie van een geheel in onderdelen, kleinere delen, evenwaardige delen, het groter geheel.
    • Waarnemingsposities: ik, de andere, een neutrale getuige, voor het verzamelen van meer info rmatie en het oplossen van conflicten
    • Allergie-proces: herprogrammeren van het immuunsysteem bij enkelvoudige allergieën: voedsel, dieren, pollen
    • Fobieën techniek: de snelle, korte versie voor specifieke fobieën: kleine ruimtes, spinnen, vogels e.d.
    • Trauma techniek: oplossen van diepgaande trauma’s
    • Opsporen van denkstrategieën: decoderen van de innerlijke die we volgen, die ons belet een resultaat te bereiken, of juist toelaten succes te hebben.
    • Swish en future pacing: gewenst gedrag creëren voor moeilijke, angstige of stressvolle situaties
    • De 6 logische niveaus: voor het scheppen van persoonlijke congruentie, waarbij hoofd en hart en alle delen van jezelf in dezelfde richting werken.
    • Outcome model: duidelijk en zeker je doel bereiken
    • Werken met tijdlijnen
    • Werken met mentoren
    • Beperkende overtuigingen wegnemen en krachtgevende overtuigingen plaatsen
    • Waarden-elicitatie

    En NLP is veel meer dan dat… Leer alles in een uitgebreide NLP opleiding. Bij UNLP vind je gecertificeerde NLP opleidingen variërend van intensieve 18 daagse tot uitgebreide weekend 18-daagse, in o.a. AmsterdamRotterdam en Drenthe.