Van Richard Bandler en John Grinder
Inhoudsopgave
Inleiding
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Slotwoord
Inleiding
Het boek hypnotherapie van Richard Bandler en John Grinder heb ik gekozen omdat ik zelf door middel van hypnotherapie van een trauma ben afgekomen. Hypnose heb ik tevens altijd iets fascinerends gevonden.
Door het gebruik van taal op verschillende manieren kan je iemand die handvaten of suggesties geven zodat hij verder kan of van zijn problemen kan afkomen.
Dit boek is opgedeeld in drie hoofdstukken. Deel 1 is het deel waar je verschillende patronen die Milton Erickson gebruikt leert te herkennen. Deel 2 is het deel waar je vertrouwt raakt met de patronen van Erickson; de dominante, niet dominante hersenhelft en hoe je die kan bereiken. Deel 3 is het deel waar je patronen leert gebruiken. Hieronder leg ik alle delen uit.
Deel 1
De taal die Milton Erickson gebruikt bevat meerdere patronen. Als een mens impulsen van buitenaf krijgt worden die gefilterd. Filters zijn weglatingen, vervormingen en generalisaties. Een mens laat informatie die hij binnenkrijgt weg, anders zou hij overstelpt worden met gegevens. Vervormingen is een modeleringsproces dat ons mogelijk maakt zintuiglijke gegevens te veranderen of te verschuiven. De laatste is generalisaties, dit is hoe wij iets uitzoeken of een oordeel aan iets hangen. Vanuit ons verleden leggen wij steeds een link naar hoe wij dingen nu zien en plaatsen wij alles in hokjes. De volgende twee structuren zijn oppervlakte en diepte structuur. De oppervlaktestructuur is de weergave van de manier waarop hij in feite klinkt en de dieptestructuur is de weergave van de betekenis daarvan. Als je de zin hebt “de ruit was gebroken” is de oppervlaktestructuur dat de ruit gebroken was. De dieptestructuur is dat het in het verleden is gebeurd, dat iemand of iets dat heeft gedaan met iets. Een oppervlaktestructuur kan meerdere dieptestructuren hebben als er een dubbelzinnigheid in zit. Dan kan de cliënt zijn eigen verhaal eruit halen, zodat de hypnotiseur minder weerstand bij zijn cliënt heeft om hem dieper in trance te brengen. Minder weerstand creëren is de sleutel om iemand in diepere trance te brengen. Door koppelingen in zinnen te gebruiken, kan je de cliënt iets laten aannemen wat voor hem waar is. Een paar koppelingen zijn; simpele aaneenvoeging, impliciet oorzakelijk en oorzaakgevolg. Belangrijk aan deze koppeling is niet of de logica van de bewering klopt, maar of deze een geslaagde koppeling vormen tussen het gedrag van de cliënt en wat de cliënt vervolgens ervaart.
Dit deel bevat ook informatie over Aldous Huxley. Milton heeft veel onderzoek gedaan naar diverse kenmerken van diverse bewustzijnstoestanden. Alleen heel veel van het onderzoek is verloren gegaan in een brand bij Aldous thuis. We hebben dus alleen de notities van Erickson.
Deel 2
Milton praat altijd over het bewuste en onbewuste. Het bewuste is het dominante hersenhelft en het onbewuste het niet dominante hersenhelft. Een kenmerk van de dominante hersenhelft is dat de taal daarin wordt opgeslagen en het tempo. Een kenmerk van de niet dominante hersenhelft is dat daar kleur, cijfers en melodie in is opgeslagen. Het dominante en niet dominante hersendeel is ook kruislings met je rechter of linkerkant van je lichaam verbonden. Er worden in dit deel drie technieken gebruikt om de niet dominante hersenhelft te bereiken. De eerste twee worden bereikt door middel van visualiseren en melodieën. De derde benaderingstechniek houdt in om taalkundig met de niet dominante hersenhelft te communiceren.
Deel 3
Gaat over verschillende introducties om iemand onder hypnose te brengen en hoe je de verschillende manieren kan combineren om een geslaagde sessie te bereiken. Door jezelf goed af te stemmen en daarna je cliënt zo te sturen om het gewenste resultaat te bereiken.
Slotwoord
Dit boek heeft me een eerste inzicht gegeven hoe je hypnose voor therapeutische doeleinden kan gebruiken. Het heeft me ook geprikkeld om nog meer te lezen over hypnose en om het mezelf eigen te maken.