Boekrecensie "De betovering van de taal" door Richard Bandler en John Grinder

Recensent: Dick den Ouden

 

"De betovering van de taal" is een vreemd boek. Eigenlijk is het helemaal geen boek, maar een live radio verslag ... op papier. De oorspronkelijke titel van het boek is "Frogs into Princes". Voorwaar een titel die verwachtingen schept.Betoveringen die doorbroken worden, kikkers die metamorferen tot prinsen en prinsessen, glazen muiltjes, toverstafjes ... in gedachten zie je elfjes dartelen in de stralende lucht, omgeven door sterren van zonnespetters terwijl hun stemmetjes als glitterende kolibries neerdalen in een concert dat niet van deze wereld is ... Onstuitbaar dringt de behoefte zich aan je om gauw op de laatste bladzijde te kijken. Leven ze nog lang en gelukkig? Helaas, niets van dit alles. "De betovering van de taal" is een uitgesproken vervelend boek. Saai, droog, chaotisch. Een boek dat ik niemand kan aanbevelen. En toch een boek dat iedere NLP'er zou moeten lezen.

De eerste druk van het boek is verschenen in 1979, een aantal jaren nadat Bandler en Grinder hun eerste publicaties hadden verricht over wat later het Milton model is gaan heten: Patterns of the Hypnotic Techniques of Milton H. Erickson Volume I (1975) en Volume II (1977); tevens een jaar voordat Bandler en Grinder in 1980 uit elkaar gingen. Het is het eerste ‘echte' boek uit de NLP stroming en markeert in die zin de geboorte van het Neuro Linguïstisch Programmeren. Het is de periode dat NLP nog in de kinderschoenen staat en voornamelijk geënt is op therapeutische toepassingen. Om de gevestigde therapeuten-orde bekend te maken met de ‘nieuwlichterij' gaven Bandler en Grinder workshops; "De betovering van de taal" is niet meer dan het uitgeschreven verslag van een op audiotape opgenomen workshop. Dit verklaart ook voor een groot deel de saaiheid van het boek, de overdaad aan (NLP-)vaktermen en het gebrek aan struktuur.

De achtergrond in de tijd maakt ook begrijpelijk waarom er regelmatig wordt ‘gesneerd' naar de gevestigde therapeutische orde: de NLP-methode moest zich (meer nog dan heden het geval is) nog bewijzen, binnen een vakgebied dat van nature een vrij conservatieve houding aanneemt tegenover nieuwe percepties.

Je kan je wel de vraag stellen of de methode van sarcastisch afkraken dan het meest geëigende middel is om de gevestigde orde over de streep te trekken; blijkbaar waren ook destijds al Bandlers sociaal-communicatieve vaardigheden niet zijn sterkste kwaliteit. Heel kenmerkend wordt het verschil geschetst tussen de traditionele therapieën en op NLP gebaseerde therapie: ‘Het gaat er niet om wat iemand zegt, maar om wat iemand doet. Het gaat niet om de waarheid, maar om de bruikbaarheid. Het gaat erom beschrijvingen te maken waar je in praktische zin iets mee kunt, niet om de waarheid te achterhalen waar je vervolgens (als bijprodukt) wel of geen succes mee boekt.' Hier klinkt voor het doorgewinterde NLP oor al één van de basisveronderstellingen in door: de betekenis van je communicatie is het resultaat wat je bereikt, m.a.w. de ontvanger (de patiënt) bepaalt of jij als verzender (als therapeut) de juiste snaar hebt geraakt.

Het betekent ook: als wat je tot nu toe deed (als therapeut) niet werkt, doe dan wat anders!

Zoals gezegd is het boek zelf vrij ongestructureerd; ik kan me goed voorstellen dat er voor een niet-NLP'er regelmatig geen touw aan vast te knopen is.

Voor de wel-NLP'er is het echter een goudmijn: tot in detail wordt beschreven wat er gebeurt, hoe het gebeurt en waarom de reaktie bij de ontvanger is zoals ‘ie is. In tegenstelling tot een aantal meer recente publicaties die af en toe de strekking hebben van ‘hou je maar aan het script, dan werkt het' is dit echt een geweldig boek voor iedereen die op een meer fundamenteel nivo grip wil krijgen om het hoe en waarom van interventies (of voor NLP Practitioners met een primair auditief digitaal representatiesysteem).

De praktische insteek van ‘als het maar bruikbaar is', de verschillende representatie systemen (en hoe je daar gebruik van kan maken), de betekenis van taal, hoe je uit iemands taalgebruik dingen af kan leiden over zijn mentale gesteldheid maar ook hoe je taal juist kan gebruiken om die mentale gesteldheid te beïnvloeden, het gevaar dat op de loer ligt wanneer gesprekpartners verschillende sets filters hebben voor dezelfde begrippen, het grote belang van de onbewuste component bij beslissingen die je neemt, de kracht van positieve formuleringen (het voorkomt dat je onbewuste zich richt op datgene dat je juist wilt vermijden), rapport maken, de essenties van de basisveronderstellingen van NLP, en natuurlijk ankeren, het komt allemaal aan bod. Een opmerkelijke stelling: je kan niet niet ankeren ... m.a.w. je ankert altijd! Je hebt alleen zelf de keuze wát je ankert ...

Natuurlijk merk je ook dat het boek is geschreven in de begindagen van NLP. Onderwerpen die heden ten dag niet meer uit de NLP-wereld zijn weg te denken, als bijvoorbeeld metaprofielen, neurologische nivo's in het verenigd veld en submodaliteiten, komen niet of slechts in zeer embryonale vorm ‘tussen de regels door' aan bod.

Desondanks is het een boek dat iedereen die zich serieus met NLP bezig houdt, minstens ieder jaar één keer zou moeten lezen. Niet (alleen) uit nostalgische overwegingen, maar juist omdat in dit boek op een saaie doch grondige wijze de kern van het Neuro Linguïstisch Programmeren uit de doeken wordt gedaan.

Als je grip hebt op de in dit boek beschreven processen en interventies heb je grip op NLP. Dan kan je datgene doen waar NLP mee begonnen is: een kikker omtoveren in een prins. Jezelf, of een ander.

Dan lééf je als NLP'er.

Lang ... en gelukkig.